| |
Het
roodborstje of erithacus rubecula
De roodborst, die de nationale vogel van Groot-Brittannië is,
heeft zich veel intensiever verspreid over de Engelse tuinen dan
over de tuinen van de rest van Europa, al komen we in eigen lang
het roodborstje ook veelvuldig tegen, zelfs in achtertuintjes.
De natuurlijke woonomgeving - bos, met veel ondergroei - vinden
we terug in de heggen en struiken van veel tuinen. Ze slapen
meestal in de dichte begroeiing van de klimop of in dicht
struikgewas.
Kenmerken
Opvallend is de oranje-rode borst, die afwezig is bij jongen.
Die zijn gestippeld. De lengte is 14 cm.
Geluid
U kunt het hele jaar door de parelende zang horen. Zowel
mannetjes als vrouwtjes zingen in de winter om hun
voedselterritorium te verdedigen. Het krachtige lied van het
mannetje begint al in december. Elk roodborstje kent honderden
verschillende deuntjes. Alarmroepen zijn een herhaald en zacht
'kik' en 'tsjie'.
Voedsel
De roodborst eet voornamelijk op de grond levende insecten
(vooral kevers) en slakken, wormen en spinnen. Van de herfst tot
vroeg in de lente vormen wormen, fruit en bessen een belangrijk
deel van zijn dieet. Zijn belangrijkste jachtmethode is goed
aangepast aan de gevarieerde tuin met dichte begroeiing en
tevens open stukken. Het roodborstje kijkt vanaf een lage plek,
laat zich dan naar beneden vallen, grijpt een insect en vliegt
weer op. Hij huppelt ook over de grond, zo nu en dan even
stilstaand om de bewegende prooi te observeren.
Wintervoedering
Meelwormen zijn een echte traktatie. Verder eten roodborstjes
allerlei restjes, brood, aardappelen, vlees en vet.
Nest
Roodborstjes vormen al vanaf december een paar. Meestal komt het
vrouwtje naar het territorium van het mannetje. Paren en
nestelen gebeuren eerder als de roodborstjes goed gevoerd zijn
en in goede conditie verkeren. Een met haar gevoerd nest van mos
en bladeren wordt gebouwd in een boomspleet of in voorwerpen als
lege blikken of brievenbussen. Het mannetje voedt de eerste
generatie als het vrouwtje al een tweede legsel heeft.
Broedgegevens
Maanden april tot juli - twee legsels - vijf of zes
gespikkelde wit-blauwachtige eieren - broedtijd : 14 dagen
(vrouwtje ) - vliegvlug : na 13-14 dagen; drie weken later
zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|