|
Hoge klippen
voor veroveraars .........
Voor
de eer de hoogste Alpentoppen bestijgen, pogen de Everest te overwinnen, de
grenzen van het mogelijke steeds weer verleggen, daarvan droomt iedere
rechtgeaarde bergbeklimmer dagelijks. Maar moet de Belgische alpinist zich
met dromen tevreden stellen ? Of moet hij zijn passie voor klauteren en
klimmen buiten onze grenzen bevredigen ? Geen van beide. Hoewel ons land
bekend staat voor zijn weinig spectaculaire reliëf, toch biedt het de
fanaten van deze sporttak talrijke mogelijkheden om hun talenten te
beproeven.
In het zuiden van het land hebben de rivieren door hun gestage knagen aan
onze oude plateau's schitterende rotspartijen vrijgemaakt. Als ware reuzen
bakenen alleenstaanden pieken of ontzaglijke rotsplaten de oevers van Maas,
Lesse en Ourthe af. Ze bestaan hoofdzakelijk uit kalkgesteenten en zijn
stevig, dus 'veilig', en uitermate geschikt voor de exploten van de dapperen
die geen hoogtevrees kennen. Zonder zich de pretenties van Alpenreuzen te
willen aanmeten, bieden deze plekjes zowel de beginneling als de
doorwinterde bergbeklimmer talrijke kansen om zich volledig uit te leven.
Op de rechteroever van de Maas, enkele kilometer stroomopwaarts van Dinant
rijzen de grillige rotsen van Freyr rechtover een bekoorlijk
renaissancekasteel dat knusjes in de vallei genesteld ligt. Dit is het
paradepaardje van het Belgische alpinisme. Hier kan de bergbeklimmer alle
technische moeilijkheden onder de knie leren krijgen. De benamingen van de
rotsen van Freyr hebben trouwens wat te maken met de jacht op diploma's :
één van de kalkplaten heet 'l'Ecole' . De rotsen die worden gebruikt worden
ingericht, onderhouden en bewaakt door de Club Alpin Belge, die al lang
bekend staat als een ernstige en bekwame organisatie.
De Maas stroomafwaarts, een beetje voor Dave, treffen we het
Néviau-kalkmassief, een prachtige rotspartij die ook heel wat alpinisten
lokt. Door hun ligging blijven de klimroutes meestal droog en daarom
kunnen ze in alle weersomstandigheden worden gebruikt. Zijn de
bergbeklimmers liefhebbers van sterke emoties, toch zijn ze helemaal niet
van humor gespeend, zoals blijkt uit de naam die ze sommige van de routes
meegaven, zoals 'l'Enfant barbu' en 'Les Cancres'.
Op de linkeroever van de Maas doemt het massief van Marche-les-Dames op,
enkele kilometer stroomafwaarts van Namen. Het zijn mooie witte rotsen die
door het groen heen priemen en zich spiegelen in de rivier. Deze rotsen
hebben hun trieste bekendheid te danken aan het fatale ongeval waarbij
koning Albert I, één van de grootste alpinisten van zijn tijd, de dood vond.
Vandaag maakt een stuk van het massief deel uit van een militair domein waar
de para-commando's die er oefenen, hun uithoudingsvermogen en hun atletische
bekwaamheden met de rotsen kunnen meten. Heel wat van de pieken van
Marche-les-Dames kunnen inderdaad niet zonder de hulp van rotshaken en
klampen, het gereedschap voor de kunstmatige beklimming, overwonnen worden.² |