header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Rusland

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 


 


 

Wit-Rusland (officieel: Respublika Belarus), republiek in Oost-Europa, 207.600 km2, met (1994) 10.163.000 inw. (49 per km2); hoofdstad: Minsk. Munteenheid is de roebel.

1. Fysische geografie
baikal01.jpg (19684 bytes)Het noorden bestaat uit een morenelandschap, dat behoort tot de stroomgebieden van het Westelijke Dvina en de Neman. De Wit-Russische Rug, een eindmorene (tot 346 m hoog), die van Brest naar Smolensk loopt, scheidt dit landschap van de zuidelijke vlakte, de Polesje, die o.a. via de Berezina en de Pripjat op de Dnepr afwatert, en grotendeels in beslag wordt genomen door de deels drooggelegde Pripjat- of Rokitnomoerassen. Arme podzolbodems beslaan 70% van de bodem; de rest wordt ingenomen door moeras-, kalkhoudende grondmorene- en lŲssbodems. Het klimaat is gematigd continentaal.

2. Bevolking
De bevolking bestaat voor 77, 9% uit Wit-Russen, 13,2% Russen, 4,1% Polen, 2,9% OekraÔners en 1,1% joden. Het geboortecijfer bedroeg in 1993 12Č, het sterftecijfer bedroeg toen eveneens 12Č. De grootste steden zijn Minsk met 1,661 miljoen inw., Gomel (506.000), Mogilev (366.000), Witebsk (368.000), Brest (289.000) en Grodno (296.000). In de steden wordt vnl. Russisch gesproken, al is het vermengd met Belo-Russisch. In de regio Grodno wordt een mengeling van Belo-Russisch en Pools gesproken. Er wordt overwogen Wit-Russisch een officiŽle status te geven. 60% van de bevolking bekent zich tot de Russisch-orthodoxe religie; in de voormalige Poolse gebieden in het westen overheerst het rooms-katholicisme (8% van het totaal).

3. Bestuur en samenleving
trasib02.jpg (23761 bytes)Wit-Rusland is sinds de onafhankelijkheid van 1991 een presidentiŽle republiek.
Het land is ingedeeld in zes regio's en het hoofdstedelijk gebied.
Eens in de vijf jaar zijn er verkiezingen voor het parlement, de Opperste Raad, met 260 zetels. Sinds de grondwetsherziening, waarover de bevolking zich per referendum op 26 november 1996 kon uitspreken, is voorzien in een lagerhuis met 110 afgevaardigden en een senaat met 64 leden. In de praktijk is het parlement buiten spel gezet en regeert president Aleksandr Loekasjenko per decreet.
Politieke partijen zijn de Communistische Partij, de Agrarische Partij, de Sociaal-Democratische Partije, de Verenigde Burgerpartij, de Partij van Nationale Eendracht en de Partij van de Wit-Russische Eenheid. In het parlement is eenderde van de leden onafhankelijk.
De vroegere staatsvakbonden zijn opgegaan in de Federatie van Onafhankelijke Vakbonden, zonder programma- of structuurwijziging. Bij de vakbond zijn circa vijf miljoen mensen aangesloten. Wit-Rusland is lid van de Verenigde Naties en haar sub-organisaties en van de Gemeenschap van Onafhankelijke Staten.
De belangrijkste politieke partijen zijn de Communistische Partij, de Boerenpartij, de Partij voor Nationale Eenheid en de Verenigde Democratische Partij van Wit-Rusland.

4. Economie
mos29.jpg (29529 bytes)De landbouw is de voornaamste bestaansbron. De republiek kan in dit opzicht in drie gebieden verdeeld worden: het noorden, waar teelt van vlas, veevoeders, grassoorten en vee (vlees, zuivel) overheersen; het centrale deel, waar aardappelen en varkensteelt belangrijk zijn; het zuiden, waar vnl. schapen, vee en hennep geteeld worden. Bijna eenderde van de oppervlakte is bebost. Ca. eenvijfde van het bouwland is door het kerncentrale-ongeluk in Tsjernobyl (OekraÔne) radioactief besmet. Het land kent maar weinig delfstoffen: steen- en kalizout, fosfor en turf, waarvan het gebruik als brandstof een steeds grotere belasting op het milieu is. De industrie, met 65% van het bnp de belangrijkste sector, is minder dan voorheen gericht op de verwerking van landbouwproducten en hout. Er worden ook landbouwmachines (Gomel) en auto's (Minsk, Borisov) geproduceerd, terwijl de chemische industrie o.m. kunstvezels (Mogilev en Svetlogorsk) en kunstmest (Grodno, Soligorsk, Gomel) levert; voorts is de productie van televisietoestellen, computers, uurwerken, rijwielen en bouwmaterialen van belang. De Vriendschapsoliepijpleiding ligt voor een deel op Wit-Russisch grondgebied en vertakt zich bij Mozyr in een noordelijke en een zuidelijke tak; bovendien leidt de aftakking naar Ventspils (Letland) over Wit-Russisch gebied.

5. Verkeer
De totale lengte van het wegennet meet (1989) 90.300 km, waarvan 56.000 km verhard. Het spoorwegennet is 5580 km lang.

6. Geschiedenis
De gebieden die thans deel uitmaken van Wit-Rusland, waren al voor de Grote Volksverhuizing (400-700) geheel door de Slaven bewoond.
6.1 Woongebied Slaven
Toen aan het einde van de 9de eeuw het rijk van KiŽv-Roes gevestigd werd, leefden hier de Oost-Slavische stammen van de Krivitsjen, Polotsjanen, Dregovitsjen en Radimitsjen. Onder de heerschappij van de eerste Rurikiden (9de-11de eeuw) raakte de stamstructuur in verval; zij werd vervangen door een aantal deelvorstendommen, waarvan dat van Polotsk het oudste en voornaamste was. Het proces van dynastieke versnippering zette zich hier snel voort, met als gevolg dat deze gebieden, die door de Mongoleninval slechts indirect getroffen werden, in de tweede helft van de 13de eeuw een gemakkelijke prooi werden van de Litouwse expansie. Gedyminas (1315-1340) lijfde alle Westrussische vorsstendommen bij zijn rijk in. Na de dynastieke vereniging van Polen en Litouwen (1569) kwam het huidige Wit-Rusland echter steeds sterker onder de invloed van westerse beschaving, waardoor het maatschappelijk, cultureel en ook in taalkundig opzicht van het overige Russische achterland zou gaan vervreemden. De naam Bjelaja Roes, Wit-RoetheniŽ of Wit-Rusland, kwam als gemeenschappelijke benaming voor deze streken pas laat in zwang. Oorspronkelijk werd alleen het land aan de Boven-Dnepr Wit-Rusland genoemd, terwijl het gebied bezuiden de Neman lange tijd als Zwart-Rusland bekend stond.
6.2 Onderdeel van Russisch Keizerrijk
Met de Poolse delingen van 1773 en 1793-1795 kwam het huidige Wit-Rusland geheel bij het tsarenrijk. Pogingen van Russische zijde om de Wit-Russische bevolking evenals de OekraÔners met het Grootrussische element te doen versmelten, desnoods door middel van een geforceerde russificatie, ontmoetten aanvankelijk alleen verzet van de sterk verpoolste adellijke bovenlaag, maar tegen het einde van de 19de eeuw ook van de bredere kringen, waarbij een romantische Krivitsjenconceptie de nationale identiteit van Wit-Rusland moest ondersteunen. Tot een politieke vertaling van het Wit-Russische nationalisme kwam het pas in de Russische Revolutie van 1905, toen de Wit-Russische Socialistische Republiek (Bjeloroeskaja Sotsjalistitsjeskaja Hramada) als voorvechtster van overigens gematigde verlangens ten aanzien van culturele autonomie op de voorgrond trad. Na de Oktoberrevolutie (1917) erkenden de zegevierende bolsjevieken de Wit-Russen als een afzonderlijke natie en toonden zij zich bereid haar zelfbeschikkingsrecht te honoreren.
6.3 Onderdeel van de Sovjet-Unie
Toen als gevolg van de Vrede van Riga (1920) het westelijk deel van Wit-Rusland aan Polen moest worden overgedragen, werd van het restgebied een aparte sovjetrepubliek gevormd, die in 1922 als deelstaat in de Sovjet-Unie werd opgenomen (Belaroeskaja Sovjetskaja Sotsjalistitsjnaja Respoeblika; afk.: BSSR). In 1939 werden na de Russische inval in Polen de voorheen Poolse westgebieden bij de Wit-Russische SSR gevoegd, met inbegrip van het land rond Bialystok, dat na de Tweede Wereldoorlog weer bij Polen zou komen. Tijdens de Duitse bezetting (1941-1944) bleek aanvankelijk een deel van Wit-Russische nationalisten, de Nezalezjniki, tot een samenwerking met de Duitsers bereid, maar de al in 1942 ontstane conflicten leidden tot meedogenloze repressies. De Duitse repressies leidde in dit bosrijke gebied tot het ontstaan van tal van partizanengroepen, die onderling echter sterk verdeeld waren. Pas op den duur slaagde Moskou erin de verzetsbeweging onder eigen politieke controle te krijgen. In de zomer van 1944 werden de Duitsers verdreven, waarna de Wit-Russische SSR werd hersteld. Bij wijze van beloning voor het oorlogsleed werd Wit-Rusland, evenals OekraÔne, reeds bij de oprichting van de Verenigde Naties (1945) als volwaardig lid in deze organisatie opgenomen, ofschoon het van meet af aan evident was dat het in zijn hoedanigheid van lidstaat van de Sovjet-Unie geen eigen buitenlands beleid zou kunnen voeren.
Toen het centrale gezag in de Sovjet-Unie aan het eind van de jaren tachtig haar greep op de SSR's geleidelijk aan verloor, ontstond ook in Wit-Rusland een opleving van het nationalisme.
6.4 Onafhankelijkheid
De republiek verklaarde zich eerst soeverein (27 juli 1990), daarna onafhankelijk (25 aug. 1991) en was in dec. 1991 samen met OekraÔne en de Russische Federatie een van de oprichters van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (Akkoorden van Minsk, 8 dec. 1991). Minsk werd hoofdstad van het GOS. Wit-Rusland zette in 1992 geen grote stappen in de richting van privatisering. Dit had voor een deel te maken met lokale bestuurders die hervormingen tegenwerkten. In juni 1993 werd een privatiseringsprogramma voor een periode van drie jaar goedgekeurd. Bedoeling was de helft van alle staatsondernemingen te privatiseren.
In jan. 1994 werd de hervormingsgezinde Stanislav Sjoeskjevitsj afgezet als voorzitter van de Opperste Sovjet op beschuldiging van corruptie. Het ontslag werd in verband gebracht met zijn onwil de economie van Wit-Rusland te integreren in die van Rusland. In juni werden de eerste presidentsverkiezingen gehouden, die in de tweede ronde werden gewonnen door Aleksandr Loekasjenko, de voorzitter van de parlementaire anticorruptiecommissie. Een maand later diende de regering-Kebitsj haar ontslag in. De nieuwe premier werd MichaÔl Tsjigir, die werd beschouwd als een voorstander van marktgerichte hervormingen. De overgang naar een markteconomie verliep echter uiterst traag. De industriŽle productie daalde in de eerste tien maanden van 1994 met bijna 24%. De levensstandaard daalde eveneens en de maandelijkse inflatie bedroeg ongeveer 50%. Van privatisering van staatsbedrijven was nauwelijks sprake, o.a. door verzet vanuit het parlement.
In mei 1995 kreeg president Loekasjenko via een referendum brede steun voor zijn streven naar integratie met Rusland en de bevoegdheid het parlement te ontbinden. Tegelijk met het referendum vonden parlementsverkiezingen plaats. De opkomst was zo laag, dat in nov. en dec. nieuwe verkiezingen noodzakelijk waren om het quorum van twee derde van de verkiesbare zetels te halen. Loekasjenko regeerde inmiddels per decreet en legde verschillende uitspraken van het Hooggerechtshof naast zich neer, o.a. die waarin het afkondigen, wijzigen en intrekken van wetten door de president als ongrondwettelijk werden veroordeeld. De economische vooruitzichten verslechterden in 1995, evenals de industriŽle productie en de export naar Rusland. Het economisch volledig van Rusland afhankelijke Wit-Rusland zette al zijn hoop op de in 1994 met Rusland overeengekomen douane-unie, die echter geen oplossing bood voor het probleem van de oplopende energieschulden aan Rusland.
President Loekasjenko brak in 1996 het laatste verzet tegen zijn streven naar onbeperkte regeringsmacht. Hij stelde voor in nov. een referendum te houden over een gewijzigde grondwet met uitgebreide bevoegdheden voor de president. Na pogingen van het parlement een compromis te bereiken en diverse Russische bemiddelingspogingen ging het referendum eind nov. toch door en bleek Loekasjenko op
ruime steun te kunnen rekenen. De president kreeg de bevoegdheid het parlement te ontbinden en referenda uit te schrijven, waarvan hij de inhoud zonder parlementaire bemoeienis mocht vaststellen. PresidentiŽle decreten werden gelijkgesteld aan wetten. Tevens werd de ambtstermijn van Loekasjenko verlengd tot 2001. In het kader van zijn streven naar politieke en economische herintegratie met Rusland werd in april met Rusland een 'gemeenschap van soevereine republieken' opgericht. Het verdrag leidde tot massale protestdemonstraties in Minsk en de Russische president Jeltsin (zie foto) verklaarde dat van integratie tussen beide landen geen sprake kon zijn zolang de hervormingen niet in hetzelfde tempo verliepen. Ook leverde Jeltsin kritiek op de schendingen van mensenrechten in Wit-Rusland.
In economisch opzicht verdiepte de crisis zich in 1996 nog verder. Het nationaal inkomen en de industriŽle productie waren sinds 1992 gehalveerd, terwijl er nauwelijks nog werd geÔnvesteerd. In 1996 bevroren de IMF, de Wereldbank en de Europese Ontwikkelingsbank alle kredieten in afwachting van serieuze economische hervormingen.
In april 1997 ondertekenden Jeltsin en Loekasjenko een unieverdrag, dat echter na bezwaren van Russische liberalen en protestdemonstraties in Minsk sterk werd ingekort en zodanig werd afgezwakt dat het opvallend weinig substantieels bevatte.

Telefoongids Rusland
Postcodes Rusland

 

naar Rusland geschiedenis vervolg >>

 

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009