|
1. Fysische geografie
Rwanda
bestaat uitsluitend uit hooglanden. Bergketens, behorend tot de
Oost-Afrikaanse Rug, en, in het noordwesten, het vulkanische
Virungamassief (met als hoogste top de Karisimbi, 4507 m), rijzen steil
op van het Kivumeer in het westen, dalen vervolgens tot een
heuvelachtig, door talrijke riviertjes doorsneden centraal plateau van
gemiddeld 1500 tot 2000 m, en ten slotte tot een gebied van kleine meren
en moerassen (gemiddeld 1200 m hoogte), het stroomgebied van de rivier
de Kagera, die de oostgrens vormt. Vrijwel alle rivieren in Rwanda
behoren tot het stelsel van deze rivier, via welke de afwatering van het
grootste deel van het land plaatsvindt. Door erosie zijn op vele
plaatsen oude plooiingsgesteenten aan de oppervlakte gekomen. De in het
algemeen steile berghellingen zijn met vrij arme gronden bedekt.
Het klimaat vertoont plaatselijk nogal grote verschillen, afhankelijk
van de hoogteligging. De temperaturen zijn echter door de ligging,
enkele graden bezuiden de evenaar, het gehele jaar door vrij gelijkmatig
(Kigali: ca. 26 °C). De gemiddelde hoeveelheid neerslag per jaar
varieert van ca. 800 mm in het noordoosten tot meer dan 1500 mm in het
westen; in Kigali, gelegen op 1550 m boven de zeespiegel, valt gemiddeld
ca. 1000 mm per jaar. Er zijn twee regentijden (februari-mei en
september-november).
De natuurlijke plantengroei is door ontginning voor een groot gedeelte
vernietigd. Vroeger waren de lagere hellingen van de bergen met bossen
bedekt met daarboven grasland. Op de plateaus kwamen savannen voor. In
de ongerepte delen is de dierenwereld zeer rijk: het Kagera nationaal
park op de grenzen met Tanzania en Oeganda is zeer rijk aan leeuwen,
zebra's en talrijke antilopensoorten. In het gebied van de
Virungavulkanen kunnen toeristen zelfs gorilla's in het wild ontmoeten.
De ongebreidelde groei van de bevolking vormt de grootste bedreiging
voor de natuurbescherming.
2. Bevolking
Rwanda
is een van de dichtstbevolkte landen van Afrika. De meeste mensen wonen
in familienederzettingen op het platteland, slechts 6% van de bevolking
woont in de stad. De jaarlijkse bevolkingstoename bedraagt ca. 2,7%. Er
zijn drie etnische groepen te onderscheiden: de Hutu (Bantoes, 90%), de
Tutsi (Hamieten, 9%) en de oudste bewoners, de Twa (pygmeeën, 1%). De
Tutsi vormden tot 1960 de heersende bevolkingsgroep. Na bloedige
incidenten met de Hutu zijn veel Tutsi naar buurlanden gevlucht (zie ook
§ geschiedenis en Boeroendi).
Kinyarwanda en Frans zijn de officiële talen. Daarnaast wordt Swahili en
Engels gesproken. Ongeveer een kwart van de bevolking is animist. 56% is
rooms-katholiek, 12% protestants en 9% moslims.
3. Bestuur en
samenleving
De grondwet van 1995, die de oude van 1991 verving, voorziet in een
meerpartijenstelsel en in een scheiding tussen uitvoerende, wetgevende
en rechterlijke macht. De grondwet perkte de macht van de president in
door het instellen van het ambt van minister-president en maakte een
einde aan de alleenheerschappij van de regerende Mouvement Révolutionair
National pour le Développement (MRND), welke naam in hetzelfde jaar werd
omgedoopt in Mouvement Républicain National pour la Démocratie et le
Développement. Deze behaalde overigens in 1988, bij de laatste
verkiezingen, àlle zetels. Het illegale Front Patriotique Rwandaise (FPR),
dat vanuit Oeganda een guerrillaoorlog tegen het regeringsleger in
Noord-Rwanda voert, verwierp de nieuwe grondwet.
Naast de MRND zijn er sinds 1991 nog de volgende politieke partijen: de
Partie Social-Démocratique (PSD), de Partie Libérale (PL), de Partie
Socialiste Rwandaise (PSR) en de Partie Démocratique-Chrétienne (PDC).
Rwanda bevond zich begin 1992 bestuurlijk nog in een overgangsfase naar
een meer democratische staatsvorm.
Er is één vakbond, de Centrale d'Education et de Coopération des
Travailleurs pour le Développement (CECTD).
Het grondgebied is administratief ingedeeld in 11 prefecturen,
onderverdeeld in 144 gemeenten. De rechtspraak is gebaseerd op naar
Belgisch voorbeeld gecodificeerd en traditioneel recht. Het
Hooggerechtshof zetelt in Nyabisindu. Rwanda is o.m. lid van de
Verenigde Naties, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de Organisation
Commune Africaine et Malgache en is geassocieerd met de EG. Het leger
omvat 14.000 tot 40.000 man.
4. Economie
Rwanda
behoort tot de landen met het laagste inkomen per hoofd van de bevolking
($ 210 in 1993). Belangrijke belemmeringen voor economische ontwikkeling
zijn de overbevolking en de ongunstige geografische ligging, die het
internationale handelsverkeer zeer duur maakt. Ruim 91% van de
beroepsbevolking is werkzaam in de landbouw; de agrarische sector draagt
51% bij tot het Bruto Nationaal Product (bnp). Op ca. 65% van de
gebruikte landbouwgrond wordt verbouwd voor de eigen consumptie:
cassave, zoete aardappelen, bonen, sorghum, maïs en bananen. De
opbrengst per hectare is gering wegens verouderde landbouwmethoden en
erosie, zodat er voedsel ingevoerd moet worden. Andere producten zijn:
koffie, thee, pyrethrum en katoen. Om de productie te verhogen tracht
men het landbouwgebied uit te breiden door ontginning van woeste grond
en drooglegging van moerassen. De veehouderij is niet optimaal
productief: het aantal runderen is belangrijker dan de vlees- of
melkproductie. Om de productiviteit te verhogen hebben veehouders
coöperaties opgericht. De visserij is uitsluitend van belang voor de
binnenlandse markt. De bosbouw is van geringe betekenis; 9% van het land
is met vnl. eucalyptusbos bedekt. Cassiteriet (tinerts) en wolfraam zijn
de belangrijkste delfstoffen. De mijnbouw is bijna uitsluitend in handen
van vier Belgische ondernemingen. In het Kivumeer wordt aardgas
gewonnen. De geringe industriële activiteit heeft hoofdzakelijk
betrekking op de voeding (52%), de textiel en de mijnbouw en vindt in de
omgeving van Kigali plaats. De elektriciteitsvoorziening wordt verzorgd
door vier hydro-elektrische centrales en drie centrales met
dieselmotoren. Met de buurlanden wordt samengewerkt in projecten ter
vergroting van het elektrisch vermogen.
Rwanda heeft een negatieve handelsbalans. Uitvoerproducten zijn koffie,
thee, cassiteriet, wolfraam en pyrethrum. Ingevoerd worden machines,
textiel, aardolie, levensmiddelen en vervoermiddelen. Belangrijkste
handelspartners zijn België en andere EG-landen, de Verenigde Staten,
Kenia en Japan.
De meeste ontwikkelingshulp wordt verleend door de EG en daarbinnen
vooral door België.
Er zijn vier grote banken: de centrale bank (Banque Nationale du Rwanda)
en drie commerciële banken.
Rwanda beschikt over een wegennet van 12!070 km, waarvan ongeveer de
helft verhard is. Spoorwegen zijn er niet. Op het Kivumeer is een
bootdienst naar Zaïre. Internationale luchthavens zijn in Kigali en
Cyangugu. Air Rwanda is de nationale luchtvaartmaatschappij. Rwanda's
handel gaat over buitenlandse havens zoals Mombasa (Kenia),
Dar-es-Salaam (Tanzania) en Matadi (Zaïre).
5. Geschiedenis
In juli 1959 stierf in Rwanda de tot de Tutsi behorende mwami (= koning)
Mutara III. In 1959 en de jaren daarna was er sprake van ernstige
botsingen tussen de Hutu en de Tutsi. De gevechten, waarbij duizenden
Tutsi werden gedood en uit het land verdreven, bereikten een hoogtepunt
toen op 28 jan. 1961 een Hutu-revolutie uitbrak. De monarchie (Kigeri V)
werd omvergeworpen en de republiek uitgeroepen. Deze situatie werd de
facto door België erkend. De gematigde Hutu-leider G. Kayibanda, die
sedert 1960 premier van de voorlopige regering was, werd in okt. 1961
tot president gekozen. Op 1 juli 1962 werden Oeroendi en Rwanda formeel
gesplitst. Beide landen werden een onafhankelijke republiek. Eind 1963
laaide de strijd tussen de Tutsi en Hutu opnieuw op, met weer vele
slachtoffers onder de Tutsi, die hadden gepoogd opnieuw aan de macht te
komen. Velen van hen ontvluchtten het land, naar Boeroendi, Zaïre en
Oeganda. Bij de verkiezingen van okt. 1965 veroverde de Hutu-partij, de
Parmehutu, alle zetels in het parlement. In 1965 en 1969 werd Kayibanda
herkozen als president. Op 5 juli 1973 werd hij door een staatsgreep ten
val gebracht, waarna generaal J. Habyarimana een militaire regering
vormde, waarin ook de Tutsi een ministerspost kregen. Het nieuwe bewind
wijzigde de grondwet in absolutistische zin. Habyarimana werd in dec.
1978 tot president gekozen (in 1988 herkozen). In 1988 braken opnieuw
ernstige onlusten tussen Hutu en Tutsi uit, nu in het buurland Boeroendi.
Daar doodden Tutsi talrijke Hutu; ca. 60!000 Hutu vluchtten naar Rwanda.
In okt. 1990 werd Rwanda binnengevallen door een groep Tutsi-rebellen,
veelal kinderen van Tutsi-vluchtelingen uit de jaren zestig, die onder
de naam Front Patriotique Rwandaise (FPR) met steun van het Oegandese
leger opereren. Dank zij hulp uit Zaïre en van Franse en Belgische
troepen, die naar Rwanda waren gestuurd om de eigen burgers te
beschermen, wist het regeringsleger stand te houden. Het FPR drong aan
op algehele amnestie voor alle vluchtelingen. President Habyarimana kwam
niet aan hun wens tegemoet, maar voerde in 1991 wel een nieuwe,
democratischer grondwet in. Etnische onlusten bleven echter voortduren.
In sept. 1993 werd nog steeds tussen de regering en het FPR gesproken
over een vredesregeling. Ook in sept. werd Agathe Uwilingiymana (MDR)
benoemd tot premier.
In april 1994 kwam president Habyarimana - begin jan. voor een
overgangsperiode van 22 maanden opnieuw als president beëdigd - om het
leven bij een raketaanval op het vliegtuig waarmee hij reisde, samen met
de Boeroendese president Ntaryamira. De voorzitter van het parlement,
Sindikubwabo, werd voorlopig president en installeerde een
overgangsregering onder leiding van Kambanda. Hierin hadden dezelfde
vijf politieke partijen zitting die ook onder de omgekomen president
Habyarimana, een Hutu, een coalitieregering hadden gevormd.
De dood van Habyarimana leidde tot een golf van wraakacties, terwijl het
FPR intussen grote delen van het land bezette en in juli ook de
hoofdstad
Kigali innam. Pasteur Bizimungu, een Hutu afkomstig uit het FPR, werd de
nieuwe president en generaal Paul Kagame - zie foto - , militair
leider van het FPR, werd vice-president en minister van Defensie.
De overwinning van het FPR leverde echter geen vrede op. Overal in het
land vonden massale moordpartijen plaats, waarbij het radiostation Mille
Colines de Hutu-bevolking opzette tegen de Tutsi. De VN-eenheden UNAMIR
konden weinig anders uitrichten dan het evacueren van de vele
buitenlanders die in Rwanda woonden. Voor het oprukkende FPR-leger uit
richtten Hutu-militairen massale slachtingen aan onder de
Tutsi-bevolking en onder veronderstelde sympathisanten van het FPR. Het
totaal aantal slachtoffers - Tutsi en gematigde Hutu's - werd geraamd op
500!000 tot één miljoen. Meer dan één miljoen burgers sloegen uit vrees
voor wraak op de vlucht naar veiliger gebieden in Rwanda zelf of naar
het buurland Zaïre, waar ze voor overvolle vluchtelingenkampen zorgden.
Ook hier voerden uiteengevallen Hutu-milities regelmatig aanvallen uit
op de kampen. Het geweld kwam echter ook van de machthebbers. In april
1996 beschuldigde de in aug. 1995 ontslagen Hutu-president Twagiramungu
het Rwandese leger van moord op ongeveer 600.000 Rwandezen, overwegend
Hutu's. In aug. nam het parlement een nieuwe strafwet aan voor de
berechting van 80!000 verdachten van genocide.
In nov. 1996 kwam een massale terugkeer van Hutu-vluchtelingen vanuit
Zaïre op gang, nadat eerdere pogingen om de op drift geraakte
vluchtelingen tot terugkeer te overreden, herhaaldelijk waren mislukt.
In dec. kwam een tweede massale vluchtelingenstroom op gang, ditmaal
vanuit Tanzania, waar het leger de vluchtelingenkampen ontruimde en de
ongeveer 300.000 bewoners dwong naar Rwanda terug te keren.
Telefoongids Rwanda
Postcodes
Rwanda
|