De
nachtpauwoog komt voor in grote delen van Europa en Azië. De
vlinders hebben een voorkeur voor heideterreinen en hoogvenen,
maar vliegen ook in rotsachtige steppen en in loofbossen. De
rupsen zijn niet erg kritisch, want ze eten van een grote
verscheidenheid aan planten, zoals struikheide, braam en
ganzerik. Er is jaarlijks één generatie.
De nachtpauwoog overwintert als pop, die veilig in een cocon
zit. Van de grote nachtpauwoog is bekend dat hij soms wel drie
winters in het popstadium kan doorbrengen. Het vrouwtje is de
grootste vlinder van Europa.