header dinos

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Sauropoda

 

terug naar het overzicht >>

 
De sauropoden hadden een olifantachtig lichaam met vier dikke, stevige poten, een lange nek en een lange staart. Ze waren de grootste landdieren die ooit geleefd hebben. Toch hadden ze in verhouding een heel kleine schedel. Dat is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat een grote, zware schedel vraan een lange nek erg onhandig zou zijn. De schedel en de nek waren beide heel licht gebouwd. Gewichtsbesparing is immers heel belangrijk als je nek acht meter lang is. De naam Sauropoda komt uit het Grieks en betekent zoveel als 'hagedispoot'.
De poten waren veel zwaarder gebouwd dan de nek. Vier grote, pilaarachtige olifantspoten, met dikke, massieve botten hielden de soms meer dan 80 ton wegende sauropoden overeind. De poten waren niet gebouwd voor snelheidsrecords: met lange dijbenen en korte scheenbenen is het prima wandelen, maar rennen lukt niet met dat model poot. Vergelijk de achterpoot van een sauropode maar eens met die van een theropode. De verschillen zijn overduidelijk.
Wat doet een dino met zo'n lange nek? Net als de giraf aan de hoogste blaadjes knabbelen, de blaadjes waar andere dieren niet bij kunnen. Maar je kunt er nog meer mee. In plaats van steeds van de ene naar de andere plant te lopen, kun je als je een lange nek hebt rustig stil blijven staan, en alleen je nek heen en weer bewegen om een flink gebied kaal te grazen. Dat is minder vermoeiend en het scheelt een hoop energie.
In de kleine, lichtgebouwde schedel van de sauropoden was geen ruimte voor zware kaakspieren. Goed kauwen of flink doorbijten konden ze dus niet. Bij sauropoden komen we twee soorten tanden tegen: lepelvormige (zoals bij Camarasaurus en Brachiosaurus) en potloodvormige (bij Diplodocus en Titanosaurussen zoals Argentinosaurus). Het waren overduidelijk planteneters, want vlees krijg je niet weg met die kleine, botte tandjes. Bij de sauropoden stonden onder andere (boom)varens, palmen en coniferen op het menu: subtropische planten die je nu vooral in tuincentra tegenkomt, maar in de Jura (210 - 140 miljoen jaar geleden) stonden ze overal. Het enige wat sauropoden met hun bek deden, was bladeren afhappen en doorslikken. Het fijnmalen gebeurde pas in hun maag. De stenen die ze zo nu en dan doorslikten, hielpen daarbij. De gespierde maag kneedde de plantenbrij fijn met hulp van de gastrolieten (zo noemen dinologen die maagstenen). Sauropoden waren erg succesvol. Hun resten worden wereldwijd gevonden, in allerlei soorten gesteenten: gesteenten die gevormd zijn aan de kust, door rivieren en bij meren. Ze leefden dus in allerlei verschillende leefomgevingen.
Sauropoden leefden waarschijnlijk in kuddes. Het moet een ramp geweest zijn voor de plantengroei als zo'n kudde langskwam, want twintig sauropoden zullen nog wel meer gevreten hebben dan honderd olifanten. Omdat sauropoden voortdurend moesten eten om hun grote lichaam in leven te houden, zullen ze voortdurend op stap geweest zijn. Want als ze op n plaats bleven hangen, waren de bomen snel helemaal op. Bepaalde sauropoden zijn waarschijnlijk met de seizoenen meegetrokken. Dat is aannemelijk omdat er voorbeelden  bekend zijn van gebieden met duidelijk droge en natte seizoenen. In het natte seizoen kwamen de sauropoden langs om te eten, in het droge seizoen trokken ze naar andere gebieden waar wl eten te halen was. Dat sauropoden in kuddes leefden, weten we uit hun voetsporen. Uit die sporen weten we ook dat sauropoden hun poten dicht naast elkaar, recht onder hun lichaam neerzetten. Ze liepen dus niet wijdbeens. Staartsleepsporen worden bijna nooit gevonden, hun staart hielden ze dus meestal boven de grond.


 

 

 

 

 

 

 

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


copyright WorldwideBase 2005-2009