header vogels

 


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Scharrelaars

 
   
  first prize flightScharrelaars, de vogelfamilie Coraciidae uit de Scharrelvogels met zeventien, vnl. tropische soorten in de Oude Wereld. De meeste soorten voeden zich met insecten en kleine gewervelde dieren (kikkers, reptielen).

1. Echte scharrelaars
De elf soorten Echte scharrelaars (onderfamilie Coraciinae) staan bekend als goede vliegers; zeven soorten leven in Afrika ten zuiden van de Sahara, vier in het warme deel van de gematigde zone van Europa en Azië, verder zuidwaarts tot Noord-Australië en oostwaarts tot de Solomoneilanden. Anders dan bij de meeste andere scharrelvogels zijn van de voorste tenen alleen de twee binnenste voor een groot deel met elkaar vergroeid. Zij hebben een stevige dikke snavel, een korte hals en dikke kop, terwijl vleugels en staart lang zijn. De poten zijn kort met zwakke tenen, waardoor ze vrij onhandig hippen en niet lopen. De overheersende kleur is blauw, meestal met een bruine tekening op het lichaam en lichte plekken op vleugels en staart; er is geen verschil in kleur of tekening tussen mannetje en wijfje.
Vrij algemeen in Afrika is de vorkstaartscharrelaar - zie foto (Coracias caudata), totaal 40–45 cm lang, vooral voorkomend in Oost-Afrika. Minder diep gevorkte staarten hebben de Abessijnse scharrelaar (C. abyssinica), 35 cm lang, en de wimpelscharrelaar (C. spatulata), 38 cm, die kleine ‘vaantjes’ aan de staartpunten heeft en meer beboste streken bewoont.
De Europese scharrelaar (C. garrulus), 31 cm, blauw met roodbruine rug, is de enige in Europa voorkomende soort, die naar het – overigens ook door de andere scharrelaars vertoonde – baltsgedrag (het zich tijdens de baltsvlucht van grote hoogte omlaag laten tuimelen, waarbij ook ‘loopings’ worden gemaakt) in het Engels en Duits ‘Roller’ heet; in Nederland en België is hij een onregelmatige zomergast. De soort broedt in boomholten. Zijn roep klinkt als een kraaiachtig ‘rak-rak’.
De Europese scharrelaar, de Indische scharrelaar (C. benghalensis), 35 cm, uit Zuid-Azië, die in holten in bomen en rotswanden broedt, en de dollarvogel (Eurystomus orientalis), 35 cm, hebben een recht ‘afgesneden’ staart.
De groenblauwe dollarvogel heeft rode poten en snavel en is genoemd naar de ronde lichte vlek op beide vleugels, die in de vlucht bijna doorzichtig zilverig lijken. Zijn verspreidingsgebied loopt van Mantsjoerije en Japan over Zuid-Azië tot in Noord-Australië; in de tropen is hij standvogel, ten noorden daarvan trekvogel die in de tropen overwintert.
2. Grondscharrelaars
De vijf soorten van de Grondscharrelaars (onderfamilie Brachypteraciinae) komen alleen op Madagaskar voor; zij hebben een geel met groene schutkleur met grote vlekken en dragen een lange spitse staart. Ze gedragen zich als de Echte scharrelaars en vliegen tot in de nacht. O.a. de gestreepte grondscharrelaar (Brachypteracias leptosomus), 30 cm, en de prachtgrondscharrelaar (Atelornis pittoides), 28 cm, leven, vooral op de grond, in het dichte oerwoud en zandig kreupelbos.
3. Kurol
De kurol (Leptosomus discolor), 42 cm, die op Madagaskar en de Komoren vooral in de boomtoppen van de dichte wouden leeft, vormt een aparte onderfamilie (Leptosomatinae). Het is de enige soort in de orde die poederdonsveren heeft. De kurol heeft een grote, krachtige snavel, vrij lange vleugels en zeer korte poten. Het mannetje is groen op de bovenzijde en asgrauw van onderen, het iets grotere wijfje is op de bovenzijde bruinachtig met zwarte strepen en op de onderzijde roestkleurig met grote zwarte vlekken.
 
   

Footer worldwidebase