|
Een
waagstuk van de mens ...
 Een blik op de kaart
maakt meteen duidelijk dat de Scheldepolders in feite het verlengstuk vormen
van de Zeeuwse polders : ze liggen inderdaad precies op de plaats waar de
provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen, Nederland raken. Dit eenvoudige
landschap heeft een onweerstaanbare charme. Het lijkt als twee druppels
water op dit van de zeepolders : een eindeloze vlakte die het belletje van
een waterpas nooit in beroering brengt. Slechts enkele knotwilgen en
populieren, die hellen onder de kracht van de zuidwestenwind, verstoren het
spel van horizontale lijnen. Alom heersen velden en weiden, begrensd met
afwateringskanalen, zowel in de Wase polders als in die van de Moervaart en,
verder naar het oosten, de Antwerpse polders.
Toch verschillen deze polders van die uit het kustgebied. Zijn deze laatste
vooral afgesteld op de veeteelt, dan overheersen hier de gewassen die
bestemd zijn voor directe consumptie door de mens. Het accent ligt op
groenten en fruit. De nabijheid van de Antwerpse agglomeratie is daar niet
vreemd aan : we bevinden ons hier in de moestuin van de havenstad.
Vaker nog dan in de zeepolders, vertellen dijken en kanalen hier het bewogen
verhaal van overstromingen. De dijken dragen vreemde namen, die naargelang
hun functie en ligging verschillen. Neem nu de Scheldedijken : men noemt ze
'wakersdijken'. Ze vormen de eerste beschermingsgordel tegen overstromingen
en moeten dus steeds waakzaam blijven. Hun afmetingen zijn indrukwekkend.
Verder naar het binnenland liggen kleinere dammen die het water moeten
opvangen als de 'wakersdijken' het zouden begeven. Men noemt ze 'slapersdijken',
wellicht omdat ze zich onder het wakend oog van de eerste dijken een dutje
kunnen veroorloven.
Een ander typisch kenmerk zijn de kreken. Het gaat hier om inzinkingen in
het terrein die zijn volgelopen met zoet water en worden gescheiden door
smalle of bredere stroken vaste grond. Deze uitgestrekte watervlakten lokken
heel wat vogels die wel van een visje houden, zoals de visdief. Andere
soorten als de rietzanger schuilen in de dichte rietkragen die rustig wiegen
in de bries. De kreken vormen een uitgelezen toevluchtsoord voor het
gevleugelde volkje dat hier kan broeden in de rust van een natuurreservaat.
Op de rechter Scheldeoever leven geen vogels meer. Daar is het oude
polderlandschap volledig verloren gegaan, opgeofferd aan de uitbreiding van
de haven in de industrie van Antwerpen. De linkeroever is gelukkig minder
aangetast, maar alles wijst erop dat ook de Wase polder vroeg of laat ten
prooi zal vallen aan de ontwikkeling van stad en industrie.
Maar elders is de polder nog koning en getuigt van de noeste arbeid van de
mens die dit landschap creëerde. De horizontale lijnen van wegen en kanalen
kruisen de verticale lijnen van de klokketorens : alles is eenvoudig hier,
als met de lat getekend. De serene schoonheid van dit meteloze landschap kan
nooit genoeg gewaardeerd worden. |