Schildpadden,
de orde Testudines of Chelonia, van de Reptielen met 220 recente soorten in 66
geslachten. Dit betrekkelijk geringe aantal is niettemin in te delen in
verscheidene anatomisch en in leefwijze verschillende groepen, wat samenhangt
met de hoge ouderdom van de orde: schildpadden waren er al in de Jura.
1. Anatomie en fysiologie
Het schild omsluit als een beschermend pantser het grootste deel van het
lichaam, en bij de meeste soorten kunnen ook kop, staart en ledematen erin
teruggetrokken worden, waarbij de kop soms achter de voorpoten komt te liggen.
Het schild is in principe een sterk gespecialiseerde huid; het bestaat uit
aaneensluitende huidbeenderen van de lederhuid, voor wat het rugschild betreft
ook uit daarmee vergroeide verbrede wervels (zie wervelkolom) en ribben, en deze
overdekkende, eveneens aansluitende, maar er wat de naden betreft niet mee
corresponderende hoornschilden (laminae) van de opperhuid. Rugschild (carapax)
en buikschild (plastron) vormen meestal één geheel. Bij sommige groepen zijn de
beenschilden en/of hoornschilden gereduceerd. In het plastron kunnen overdwars
verlopende ‘scharnieren’ aanwezig zijn, waardoor één of twee plastrondelen de
openingen voor de kop, enz. aan de voor- en/of achterzijde na het intrekken
extra kunnen afsluiten ( ‘doosschildpadden’).
Bij de Halswenders wordt de nek bij het intrekken van de kop in een horizontaal
vlak gebogen, bij de Halsbergers in een verticale bocht. De schoudergordel ligt
binnen de ribben, een unieke situatie. Tanden ontbreken, maar een vaak zeer
scherpe hoornbedekking van de kaken maakt afbijten van voedsel mogelijk.
Landschildpadden eten hoofdzakelijk plantaardig voedsel, maar bij de meeste
soorten overheerst de dierlijke component. In verband met hun traagheid is de
voedselbehoefte bij veel soorten gering. Bij een aantal waterbewoners vindt,
behalve via de longen, ook gaswisseling plaats via de huid van de met water
gevulde mondholte en cloaca. Het gezicht is goed ontwikkeld, maar vele soorten
vinden hun voedsel vnl. met behulp van het reukorgaan. De seksen onderscheiden
zich veelal doordat het mannetje een vlakker of zelfs hol gevormd buikschild
heeft (in verband met de paring) en kleiner is. Moeras- en waterschildpadden
paren in het water. De bolvormige eieren worden altijd aan land gelegd, bij
zeeschildpadden boven de waterlijn aan het strand, en door het vrouwtje
ingegraven. Het aantal varieert van 2 tot ca. 200 (zeeschildpadden) per legsel.
De incubatietijd is twee maanden (tropen) tot drie maanden (gematigde gebieden).
Broedzorg na het leggen is niet bekend.
Grote soorten kunnen zeer oud worden. De hoogste met enige zekerheid bekende
leeftijd is ca. 150 jaar van een exemplaar van de nu uitgestorven soort Testudo
sumeiri, in 1919 gedood op Mauritius.
2. Verspreiding en
indeling
Schildpadden komen over de hele wereld voor, uitgezonderd Nieuw-Zeeland en het
westelijk deel van Zuid-Amerika. In Europa ten noorden van het mediterrane
gebied vindt men echter slechts één soort, de in Nederland voorkomende
moerasschildpad, die evenals vele andere uitheemse schildpadden in Nederland bij
de wet beschermd is. Enkele soorten kunnen in een terrarium gehouden worden,
vooral de roodwangschildpad.
Naar hun leefgebied worden de Schildpadden wel ingedeeld in landschildpadden,
die zelden of nooit in het water gaan, moerasschildpadden, die hun voedsel
meestal in het water zoeken en daarin ook vluchten, maar die zich graag zonnen
op het droge, zoetwaterschildpadden, die zelden op het land komen, en
zeeschildpadden. Deze indeling komt slechts gedeeltelijk overeen met de
classificatie naar anatomische kenmerken, als hieronder gegeven. Volgens Mertens
en Wermuth zijn er twee onderorden:
I. Tot de onderorde Halsbergers (Cryptodira) behoren drie superfamilies.
a. De eerste, Testudinoidea, omvat de meerderheid van alle schildpadden. De
meeste landschildpadden behoren tot de fam. Testudinidae. Er zijn zes
geslachten, waarvan het geslacht Testudo het grootste is, en slechts ontbreekt
in Noord-Amerika en het Australische gebied. Het zijn de langzame, hooggewelfde
vormen met olifantachtige achterpoten. In Europa komen voor de Moorse
landschildpad (T. graeca) in Zuid-Spanje en op de Balkan ten zuidoosten van de
Donau, de Griekse landschildpad (T. hermanni) van Oost-Spanje tot Griekenland en
Roemenië, en T. marginata in Zuid-Griekenland; deze soorten dreigen in grote
gebieden uit te sterven door de massale verkoop als huisdier. In Indonesië komt
voor de sterschildpad (T. elegans), 35 cm. De reuzen onder de landschildpadden
zijn Galápagosreuzenschildpad (T. elephantopus) van de Galápagoseilanden, tot
110 cm carapaxlengte en de Seychellenreuzenschildpad (T. gigantea), van de
Seychellen, tot 120 cm carapaxlengte.
Twee grote en agressieve Amerikaanse soorten zoetwaterschildpadden vormen samen
de familie Chelydridae, nl. de bijtschildpad (Chelydra serpentina) en de tot
meer dan 100 kg wegende alligatorschildpad (Macroclemys temmincki).
De fam. Kinosternidae is eveneens Amerikaans en bestaat vnl. uit de kleine
modderschildpadden (Kinosternon), moerasschildpadden met een scharnier in het
plastron, en de zoetwatersoorten van het geslacht muskusschildpadden (Sternotherus).
De fam. Dermatemydae telt slechts één soort, in Midden-Amerika; de fam.
Platysternidae eveneens één, de grootkopschildpad (Platysternon megacephalum)
uit Achter-Indië.
Tot de fam. Moerasschildpadden (Emydidae) behoren ca. twintig geslachten van
moerasschildpadden, maar ook enkele landbewoners (nl. de Amerikaanse
doosschildpadden; Terrapene) en enige grote zoetwaterschildpadden in
Zuidoost-Azië. Tot de moerasschildpadden behoren de vele Amerikaanse
sierschildpadden van de geslachten Chrysemys, Graptemys en Pseudemys (tot welk
laatste geslacht de veel als huisdier gehouden roodwangschildpad, (P. scripta
troosti) en de pauwoogsierschildpad (P. ornata callirostris) behoren.
Geoemyda-soorten komen zowel in Amerika als in Azië voor. Cuora-soorten zijn
Aziatische doosschildpadden. Clemmys heeft vertegenwoordigers in Azië en
Amerika, maar ook in Noord-Afrika en op het Iberisch Schiereiland, nl. de Moorse
moerasschildpad. Daar, en verder in heel Zuid- en Midden-Europa, leeft ook de
Europese moerasschildpad (Emys orbicularis), waarvan een enkele maal in
Zuid-Limburg een waarschijnlijk afgedwaald exemplaar gevangen is.
b. De superfamilie Chelonioidea omvat de vijf soorten zeeschildpadden uit de
tropische en subtropische zeeën. Tot de familie Chelonidae behoren de
soepschildpad (Chelonia mydas), de onechte karetschildpad (Caretta caretta), de
echte karetschildpad (Eretmochelys imbricata), die het schildpad levert, en de
bastaardschildpad (Lepidochelys olivacea).
De grootste van de recente schildpadden is de tot 2 m lange en 600 kg zware
lederschildpad (Dermochelys coriacea), die echter o.a. door haar sterk
gereduceerde schild zo afwijkt, dat zij in een aparte familie geplaatst wordt.
De lederschildpad spoelt weleens aan de Nederlandse en Belgische kust aan. Door
maatregelen die het eieren opgraven tegengaan, zoals in Suriname thans bestaan,
kunnen de zeeschildpadden van de ondergang gered worden.
c. Tot de superfamilie Trionychoidea behoren, behalve een afwijkende
Nieuw-Guinese soort (Carettochelys), de grote Zoetwaterlederschildpadden of
Weekschildpadden (fam. Trionychidae), die met zeven geslachten in alle
werelddelen behalve Europa en Australië voorkomen, Trionyx zelfs in het hele
verspreidingsgebied van de familie; de dieren danken hun naam aan het afwezig
zijn van hoornschilden.
II. De soorten van de onderorde Halswenders of Pleurodira komen uitsluitend op
het zuidelijk halfrond voor. Er zijn twee families.
Tot de fam. Pelomedusidae behoren twee geslachten van Afrikaanse soorten en het
geslacht Podocnemis van Zuid-Amerika plus Madagaskar. De meeste zijn
moerasschildpadden met een vrij korte nek, dit in tegenstelling tot vele soorten
van de andere familie, de tien geslachten omvattende Slangenhalsschildpadden (Chelidae)
van Zuid-Amerika en het Australische gebied. Deze hebben een bijzonder lange
hals die soms de lengte van het rugpantser overtreft. Ook de doodstil op de
rivierbodem liggende matamata (Chelus fimbriata) uit Zuid-Amerika behoort tot
deze groep.
Schildpadden zijn reptielen die al zeer lang bestaan. Er bestaan meer dan 200
soorten en je treft ze aan in tropische en gematigde zones. Een deel leeft op
het land, een deel in zee en er zijn ook schildpadden die in zoet water leven.
Karakteristiek voor schildpadden is hun brede romp die wordt omsloten door een
pantser. Dit bestaat uit een meer of minder gewelfd rugschild en een plat
buikschild. De twee worden verbonden door een massa kraakbeen. Bij sommige
schildpadden blijft deze zacht, bij andere soorten wordt ze hard. Aan de
buitenkant is het pantser meestal bedekt met hoornschilden of een leerachtige
huid.
Schildpadden hebben vier poten, die evenals hun kop, hals en staart volledig
teruggetrokken kunnen worden in het pantser. Bij waterschildpadden zijn de poten
veranderd in vinnen.
De meestal eivormige kop van de schildpadden is plomp. Ze hebben geen tanden. De
kaken zijn net als bij vogels met hoornscheden bedekt. De hals is zeer
beweeglijk.
Landschildpadden zijn meestal planteneters. Ze voeden zich vooral met grassen,
vruchten en kruiden. Maar ze eten ook slakken en wormen. Moeras- en
zeeschildpadden zijn meestal roofdieren die ook jacht maken op verschillende
kleine dieren zoals vissen en kikkers.
Ze planten zich voort door eieren te leggen. Hiervoor gaan alle soorten aan land
en ze leggen hun eieren in een gat in het zand. Het aantal schommelt tussen de
10 en meer dan 100. De ronde eieren worden bedekt met een laag zand. Na enkele
weken of maanden kruipen de jongen uit de eieren en gaan ze op pad, ze blijven
of op het land of ze gaan naar zee.
Schildpadden behoren tot de meest bedreigde dieren ter wereld. De mens eet niet
alleen hun vlees maar ook hun eieren. Het pantser van enkele soorten wordt
gebruikt voor de productie van schildpadleer.
Door kweekprogramma's en beschermende maatregelen, zoals invoerverboden,
probeert men te voorkomen dat verschillende soorten uitsterven. In de mythologie
van het oude China speelde de schildpad een belangrijke rol als orakel. De
schildpad behoorde tevens tot de vijf heilige dieren. Vlees, gal en bloed van
schildpadden worden gebruikt ter genezing van zeer verschillende ziekten.
|
|
|