Tot
de schoenlappers behoren enkele duizenden soorten prachtige
vlinders. Ze komen overal op aarde voor. Hun rupsen hebben dikwijls
talrijke stekels en ze hebben soms horentjes op hun kop. De poppen,
die een metaalachtige glans hebben, zijn zogenoemde vrij hangende
poppen. Ze hangen, alleen bevestigd aan een spinselhoopje, volledig
vrij en onbeschermd en met de kop naar beneden.
Bij veel dagvlinders (behalve de page en witje), waaronder de
schoenlappers, is het eerste paar poten geatrofieerd. Deze pootjes
dienen alleen nog om zichzelf te poetsen en niet meer om zich mee
voort te bewegen.
Enkele van de mooiste Europese soorten is de dagpauwoog. Deze
vlinder brengt de winter in holle bomen of in huizen door. Hij
behoort net als de kleine vos tot de eerste voorjaarsboden. Ook deze
vlinder "slaapt" van de herfst tot het voorjaar in het struikgewas
of in boomholten. Men kan hem gemakkelijk over het hoofd zien want
hij heeft een bruinachtige kleur die wel wat lijkt op de kleur van
uitgedroogde boombladeren.
Andere soorten zijn de atalanta of admiraalvlinder (deze komt elk
jaar vanuit het zuiden aanvliegen), de keizersmantel en de
rouwmantel.