Schorskevers zijn kevers die meestal maar enkele millimeters groot
zijn. Hun larven voeden zich met de schors, de bast of het hout van
bomen. Ze kunnen zoveel schade veroorzaken dat de boom volledig
afsterft. Men kan aan de oppervlakte van het hout vaak de ondiepe
gangen zien die zich in het hout vertakken. Dit zijn duidelijke
sporen van een schorskever.
Onder de schorskevers is de letterzetter de gevaarlijkste. Deze
ongeveer 4-6 mm lange kever heeft een cilindervormig lichaam. Zijn
kop met korte voelsprieten, die in een kleine knots eindigen, wordt
door de borst bedekt.
Het gangenstelsel van de letterzetter heeft een heel kenmerkend
patroon. Eerst legt het vrouwtje onder de boomschors talrijke gangen
aan die in kleine zijnissen eindigen. In alle nissen legt ze een ei.
Uit deze eitjes ontstaan de larven. Deze beginnen ook in het hout
eten zodat er steeds bredere gangen ontstaan. Deze gangen eindigen
in de poppenwieg. Hier komen de kevers uit, zij doorboren het schors
om zich te bevrijden. De gaatjes die op deze wijze ontstaan zien
eruit alsof ze met een jachtgeweer gemaakt zijn. Dit hele proces
vanaf het leggen van de eitjes tot het uitkomen duurt in totaal
meerdere weken.
Alleen in Midden-Europa komen er al meer dan 100 soorten voor. Met
hun geknaag veroorzaken ze veel schade in onze bossen. Aan de hand
van de verschillende typen gangenstelsels kan men de keversoorten
onderscheiden.
Tot de vijanden van de schorskever behoren vooral de spechten, de
boomklevers en de libelles; zij jagen op de kevers als ze de bomen
hebben verlaten. Ook andere keversoorten wachten in de geboorde
gangen en bij de boorgaatjes de letterzetter op.