| |
De schouder is een complex
gewricht.
Het ontwerp van de schouder stelt ons in staat om ons te
bewegen in veel posities.
Het ontwerp geeft het gewricht een enorme mogelijkheid
van bewegen, maar niet veel stabiliteit.
Zo lang als de onderdelen van dit gewricht in goede
conditie zijn, kan de schouder vrij en pijnloos bewegen.
Een blessure aan de schouder, of slijtage van een van de
onderdelen in de schouder, kan leiden tot pijn tijdens
bewegen of stijfheid in het gewricht.
Veel mensen zijn waarschijnlijk bekent met de term
Bursitis (ontsteking van een slijmbeurs).
Veel klachten in de schouder worden vaak afgedaan met de
term Bursitis.
De term Bursitis betekent niets meer dan dat de Bursa in
de schouder is ontstoken.
In werkelijkheid zijn er veel oorzaken die een
ontsteking van de Bursa kunnen veroorzaken.
Inklemming is een van die oorzaken.
Hieronder volgt de uitleg over de ontstaansoorzaak van
impingement.
Schouderanatomie.
De schouder bestaat uit drie botstukken.
De Scapula (schouderblad)
de Humerus (bovenarm)
clavicula (sleutelbeen).
De spieren zijn de Supraspinatus, de Infraspinatus,
Teres Minor en de Subscapularis.
Pezen zitten vast aan het bot.
Spieren zijn in staat om botstukken te bewegen door via
de pezen aan de botstukken te trekken.
Deze grote pees, genaamd de Rotator Cuff, verbindt de
Humerus met de Scapula en helpt bij het optillen en
draaien van de arm.
Als de arm opgetild wordt, trekt de Rotator Cuff de
Humeruskop ook stevig in de kom van het schouderblad.
Het deel van het schouderblad dat het dak vormt, wordt
het Acromion genoemd.
Tussen het Acromion en de Rotator Cuff pezen zit een
Bursa (slijmbeurs).
Overal in het lichaam vindt men Bursae.
Zij zitten daar waar twee lichaamsdelen tegen elkaar
wrijven en er is geen gewricht om deze wrijving op te
vangen.
Oorzaken
In de normale situatie is er genoeg ruimte tussen het
Acromion en de Rotator Cuff.
Dusdanig dat de pezen gemakkelijk onder het Acromion
doorglijden als de arm geheven wordt.
Echter elke keer als de arm geheven wordt kan er
wrijving ontstaan doordat de pees inklemt.
Dit inklemmen, of pinching in het Engels, wordt
impingement genoemd.
Impingement treedt, in verschillende gradaties, op in
elke schouder.
Ze worden veroorzaakt door de alledaagse bewegingen van
de arm boven schouderhoogte.
Echter continu werken met de arm boven schouderhoogte of
zelfs boven het hoofd, zoals repeterende acties als een
bal gooien, schilderen etc. kan leiden dat impingement
een probleem kan worden.
Bij het heffen van de arm wordt de Humerus richting de
rand van het Acromion gedrukt en dat kan irritatie en
zwelling veroorzaken.
Als er op welke manier dan ook een vermindering van de
hoeveelheid ruimte onder het Acromion optreedt, wordt
het impingement proces steeds erger.
Botsporen kunnen de ruimte nog minder doen worden om de
Bursa en de pezen goed onder het Acromion door te laten
glijden.
Slijtage aan het AC-gewricht, het gewricht tussen de
Clavicula en het Acromion, komt vaak voor en veroorzaken
botsporen rond dit gewricht.
Dit gewricht zit rechtstreeks boven de Bursa en de
Rotator Cuff pezen en als de botsporen aan de onderzijde
van het gewricht zitten, kunnen zij de impingement
verergeren.
In sommige gevallen kan er een anatomische variant
aanwezig zijn waardoor het Acromion te veel naar beneden
uitsteekt.
Ook dit vermindert de ruimte tussen het Acromion en de
Rotator Cuff.
Symptomen
Vroege symptomen van impingement zijn een
gegeneraliseerde pijn in en rondom de schouder tijdens
het heffen van de arm zijdelings of voorwaarts.
Veel patiënten klagen over pijn tijdens het slapen, met
name als zij op de aangedane zijde draaien.
Een betrouwbaar aanwijzing is een scherpe pijn bij het
reiken naar de kontzak van een broek.
Bij het vorderen van het proces, zal de pijn en
discomfort toenemen en de schouder stijver worden.
Soms treedt er het gevoel dat de schouder vast zit bij
het laten zakken van de arm.
Krachtsverlies en onvermogen om de arm te heffen kunnen
wijzen op een aandoening (scheur) van de Rotator Cuff.
Diagnose
De diagnose van Impingement en Bursitis op basis van een
lichamelijk onderzoek en de voorgeschiedenis.
Er zal gevraagd worden naar de activiteiten in de vrije
tijd en tijdens het werk.
Gekeken wordt of er provocerende (boven schouderhoogte)
momenten aanwezig zijn geweest.
Bij sommige patiënten is er sprake van een aangeboren
afwijking van het Acromion.
Deze kromt zich te ver naar beneden en vermindert
zodoende de ruimte onder het Acromion en de pezen van de
rotatoren.
Röntgenfoto's kunnen hierin uitkomst brengen en er kan
dan tevens gekeken worden naar botsporen van het
AC-gewricht.
De MRI-scan kan gedaan worden als er het vermoeden is
van een scheur van de Rotatoren Cuff.
In sommige gevallen kan er twijfel zijn of de pijn uit
de nek komt in plaats vanuit de schouder.
Een lokale injectie in de Bursa met een verdovend middel
kan dan het verschil uitmaken.
Als de pijn duidelijk verminderd, komt de pijn uit de
schouder en niet uit de nek.
Pijn door een ingeklemde zenuw in de nek gaat niet weg
na een injectie in de schouder met een verdovend middel.
Behandeling
De artsen starten meestal met een conservatieve
therapie.
Er worden anti-ontstekingsmiddelen voorgeschreven, zoals
ibuprofen, paracetamol of naproxine.
Rust en ijsapplicaties op de schouder kunnen ook de pijn
en ontsteking doen verminderen.
Als de pijn niet weggaat kan er een injectie met
corticosteroid in het gewricht geplaatst worden.
De fysiotherapeut kan diverse middelen gebruiken om de
pijn te verminderen.
De therapeut kan gebruik maken van fysiotechniek
(Ultrageluid, stroom en Ultra Korte Golf), maar de
tendens ligt veel meer naar de actieve aanpak van het
probleem.
Door middel van stretchen van de spieren en het kapsel
rond het schoudergewricht, alsmede het versterken van,
met name de Rotator Cuff, zal geprobeerd worden weer het
volledige bewegingsbereik te herstellen.
Naast het herstellen van de kracht zal ook de
coördinatie een belangrijke rol spelen.
Deze combinatie laat u de kop van de bovenarm weer goed
in de kom bewegen zonder dat de pezen of de Bursa klem
komen te zitten.
Operatie
Als alle bovenstaande therapieën geen resultaat hebben
gegeven, kan de schouder in aanmerking komen voor een
operatie.
Het doel van de operatie is het vergroten van de ruimte
tussen het Acromion en de pezen van de Rotator Cuff.
De chirurg moet eerst de botsporen onder het Acromion
verwijderen, die tegen de pezen en de Bursa aanschuren.
Normaal gesproken verwijdert de chirurg een klein
gedeelte van het Acromion om de pezen meer ruimte te
geven.
Bij patiënten die een naar beneden gericht Acromion
hebben, zal er meer bot verwijdert moeten worden.
Dit hoeft niet het enige probleem te zijn bij een
pijnlijke of overbelaste schouder.
Het komt vaak voor dat er een degeneratie door artrose
te zien is van het AC-gewricht.
Als er een reden is dat er artrose is in het AC-gewricht,
kan het uiteinde van de Clavicula verwijderd worden.
Deze operatie wordt de resectie arthroplastiek genoemd.
Hierbij wordt de laatste inch van het sleutelbeen
verwijderd.
Het idee hierachter is om de pijn veroorzaakt door bot
op bot wrijving te stoppen.
Het littekenweefsel wat hierna gevormd wordt, vormt een
stabiele, flexibele verbinding tussen het sleutelbeen en
het Acromion.
Dit wordt ook wel een pseudo-gewricht genoemd.
In de meeste gevallen worden de operatie arthroscopisch
verricht.
Soms is een open schouder operatie noodzakelijk.
Revalidatie
Zelfs als u geen operatie nodig heeft, moet u meestal
een revalidatieprogramma volgen bij de fysiotherapeut.
De fysiotherapeut maakt voor u, indien noodzakelijk, een
persoonlijk revalidatieprogramma om de kracht en de
mobiliteit rondom de schoudergordel weer optimaal te
maken.
In eerste instantie zal er gekeken worden wat er precies
aan krachtsverlies is opgetreden en bij welke
spiergroep.
Het is erg belangrijk om de kracht in de Rotator Cuff
spieren te handhaven en eventueel te verbeteren.
Deze spieren helpen bij de controle bij de stabiliteit
van de schouder.
Spierversterking van deze spieren kan de impingement
doen verminderen.
Eventueel kan er een analyse gemaakt worden van de
werksituatie en suggesties gedaan worden om problemen in
de toekomst te doen voorkomen.
Revalidatie na een operatie kan een langzaam proces
zijn.
De patiënt zal gedurende enige maanden fysiotherapie
moeten hebben, voordat er volledig herstel optreedt.
De schouder zo snel mogelijk weer bewegen is een van de
belangrijkste opties.
Dit moet echter wel in een uitgebalanceerd
revalidatieprogramma gedaan worden om het herstel van de
weefsels te waarborgen.
Meestal wordt er na de operatie gebruikt gemaakt van een
sling om de schouder te ondersteunen en te beschermen
voor een aantal dagen.
IJsapplicaties kunnen gebruikt worden om de pijn en
zwelling te doen verminderen.
Ook kan de fysiotherapeut gebruik maken van
fysiotechnische apparatuur.
De therapie kan na een arthroscopische ingreep snel
gaan.
Het belangrijkste is om niet te veel te snel te doen.
Dit om irritatie van het genezende weefsel te voorkomen.
Mocht er sprake zijn van het snijden in spieren c.q.
pezen, dan zal de therapie langzamer verlopen.
De eerste twee weken zal er gewacht worden met volledige
bewegingsuitslagen te oefenen.
Over het algemeen worden de oefeningen uitgevoerd onder
de horizontaal.
Er zal begonnen worden met passieve oefentherapie
(patiënt doet niets) welke na drie weken overgaat in
geassisteerd actief (patiënt werkt mee) tot actief
(patiënt doet alles zelf).
Na zes weken is het weefsel hersteld en kan er een
aanvang gemaakt worden met de echte spierkrachttraining.
Het accent van de oefeningen liggen bij het versterken
en verbeteren van de coördinatie (controle) van de
schouderspieren.
In het laatste stadium zal er werksituatie en
sportspecifiek geoefend worden. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|