
Sierra Leone
(officieel: Republic of Sierra Leone), republiek in West-Afrika,
lid van het Gemenebest, 71.740 km2, met (schatting) 4,7 miljoen
inw. (66 inw. per km2); hoofdstad: Freetown. Munteenheid is de
Leone (Le), onderverdeeld in 100 cent.
Nationale feestdag is 27 april, onafhankelijkheidsdag.
|
 |



















 |
1.
Fysische geografie
Sierra Leone bestaat in het noordoosten uit geleidelijk in de
richting van de zee afdalende, met lateriet bedekte plateaus,
bestaande uit graniet, ertshoudende schisten en metamorfe leien. Ze
zijn gemiddeld ca. 450 m hoog, met enkele toppen van bijna 2000 m.
De plateaus gaan over in een strook laagland, ca. 50 m boven
zeeniveau. Langs de kustvlakte (ca. 35 km breed; ca. 15 m hoog)
strekken zich mangrovemoerassen uit, met estuaria, kreken en
lagunen; de enige verheffing vormen de ca. 60 m hoge heuvels van het
schiereiland waarop Freetown ligt. Voor de kust liggen o.m. de
Banana-eilanden, de Turtle-eilanden en Sherbro.
De afwatering geschiedt via een aantal parallelle, in zuidwestelijke
richting naar de oceaan stromende rivieren, waarin vrij veel
watervallen en stroomversnellingen voorkomen. De belangrijkste zijn
de Grote en de Kleine Scarcies, Rokel, Sierra Leone, Sewa, Moa en
Sherbro.
Sierra Leone behoort tot het West-Afrikaanse moessongebied
(regentijd: april-nov.). In Freetown valt jaarlijks gemiddeld ruim
3400 mm regen. Tijdens de droge wintermaanden heersen uit de Sahara
afkomstige stofstormen. De temperaturen zijn in vrijwel het gehele
land gedurende het gehele jaar hoger dan 25 °C.
Aan de kust treft men moerassen aan, meer naar het binnenland bos en
ook savanne. Vooral de bosfauna is zeer rijk en omvat o.a. talrijke
apen en verwanten (16 soorten, waaronder 12 apen en de chimpansee)
en antilopen (bijv. 8 soorten duikers), die belangrijke componenten
van het 'bush meat' vormen. Ook de vogelwereld is zeer rijk.
Kaalslag van het bos vormt voorlopig de belangrijkste bedreigende
factor voor flora en fauna.
2. Bevolking
Er zijn 18 etnische groepen te onderscheiden; de grootste zijn de
Mende in het zuiden en oosten (ca. 34% van de totale bevolking) en
de Temne in de noordelijke provincie (31%). In de top van het leger
en de politie domineren de Limba (8, 4%). De creolen (Krio) (ca.
2%), afstammelingen van vnl. uit Amerika teruggekeerde bevrijde
slaven, spelen een belangrijke rol in het politieke, culturele en
economische leven. Ze wonen hoofdzakelijk in de hoofdstad. Er zijn
grote groepen buitenlanders, o.a. Liberianen (vnl. vluchtelingen van
de Liberiaanse burgeroorlog van 1990-1991), Nigerianen, Libanezen en
Westeuropeanen. Vele Sierraleoners wonen sinds de burgeroorlog als
vluchtelingen in Guinee. Ca. tweederde van de bevolking woont op het
platteland. De jaarlijkse bevolkingsgroei in de periode 1985-1994
bedroeg 2,5%. Grootste steden zijn Freetown (ruim 1 miljoen inw.),
Kenema (ruim 100.000) en Bo (ruim 200.000). Engels is de officiële
taal, maar wordt door een minderheid gesproken. Belangrijke talen
zijn Mende in het zuiden, Temne in het noorden, en Krio, een
mengtaal van Engels, Creools, Arabisch, Spaans en lokale talen, rond
Freetown. Meer dan de helft van de bevolking is animist, bijna 40%
islamiet (vnl. soennitisch) en ca. 8% christen (vnl. anglicaans).
3. Bestuur en
samenleving
Sierra Leone is een presidentiële republiek. Volgens de grondwet van
1991 is de ambtstermijn van de president zeven jaar, met de
mogelijkheid van een eenmalige herverkiezing. De president is tevens
regeringsleider en benoemt de twee vice-presidenten en de andere
leden van de regering. Het parlement, House of Representatives,
bestaat uit 68 gekozen leden, inclusief 10 stamhoofden en 10 door de
president benoemde leden. Tussen 1973 en 1991 kende het land één
politieke partij, de All People's Congress (APC). In 1991 werd het
meerpartijensysteem geïntroduceerd. Sinds de legercoup in 1992 waren
partijen verboden, maar sinds 1995 vormt zich weer een
meerpartijensysteem. Bij de verkiezingen van 1996 behaalde de Sierra
Leone People's Party de meerderheid en levert sindsdien het
staatshoofd, president Ahmed Kabbah.
Het land is administratief verdeeld in drie provincies (Noord, Oost
en Zuid), die weer onderverdeeld zijn in twaalf districten. Freetown
is een apart district. De provincies worden bestuurd door een
'resident minister', die deel uitmaakt van het kabinet. De
districten zijn verder onderverdeeld in totaal 147 gebieden, die
bestuurd worden door de traditionele stamhoofden, die tamelijk
vérstrekkende bevoegdheden hebben.
De republiek is lid van o.m. het Gemenebest, de Verenigde Naties, de
Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de Economische Gemeenschap
van West-Afrikaanse staten (ECOWAS), de Mano Rivier Unie met
Liberia, de GATT, de Wereldbank en het IMF. Het is geassocieerd met
de EG.
4. Economie
Sierra Leone heeft een vrijemarkteconomie, waarin de particuliere
sector overheerst. Het land behoort tot de groep arme landen. Het
Bruto Nationaal Product (bnp) per hoofd van de bevolking bedroeg in
1994 slechts US $ 150. Het bnp daalde in de periode 1990-1994
jaarlijks met gemiddeld 0,6%.
In de landbouw is 60% van de beroepsbevolking werkzaam en de sector
draagt 47% bij aan het bnp. Kleine bedrijven, waar de hulp van
familieleden onmisbaar is en de opbrengst amper in eigen behoeften
voorziet, overheersen. Het belangrijkste voedingsgewas is rijst,
daarna cassave, maïs, gierst, grondnoten en groenten. Belangrijke
exportgewassen zijn cacao, koffie, palmpitten en gember. De
veehouderij is van geringe betekenis. Op de savannen in het noorden
worden Ndama-runderen gehouden, die bestand zijn tegen de
tseetseevlieg. Verder worden er geiten, schapen en pluimvee
gehouden. De overheid bevordert de varkenshouderij. Vis is een
belangrijk voedingsmiddel. De kust in het noorden is erg visrijk;
ook op verschillende rivieren wordt gevist. Een kwart van het
landoppervlak is met bos bedekt. De houtproductie voorziet niet in
de binnenlandse behoefte. Door brandcultuur is het oorspronkelijk
dichte tropische regenwoud op grote schaal uitgedund.
Sierra Leone is een van de delfstofrijkste landen ter wereld.
Belangrijk is de winning van diamant, dat voor ca. 17% bijdraagt aan
de exportopbrengst. Andere delfstoffen zijn ijzererts, bauxiet,
chroomerts en rutiel of titaanerts, dat het belangrijkste
exportmiddel geworden is en voor 47% bijdraagt aan de
exportopbrengst. In de jaren tachtig is de winning van goud sterk
toegenomen maar de export is nog steeds minimaal. Naar schatting is
ca. 17% van de beroepsbevolking werkzaam in de industrie, die zich
in de beginfase bevindt en voor 18% bijdraagt aan het bnp. 90% van
alle industrieën is in en rond Freetown gevestigd. De productie
omvat voedsel, genotmiddelen (dranken en sigaretten), suiker,
textiel, meubelen, kunststofartikelen, cosmetica, verf en papier.
Buiten Freetown zijn er rijstpellerijen, palmpitten- en
grondnotenfabrieken. Kleinere bedrijven staan in Bo en Kenema
(houtverwerking). De industrie richt zich op importvervanging.
Energievoorziening. Er zijn meer dan 20 eenheden voor de opwekking
van elektriciteit, waarvan de hydro-elektrische centrale in de
Gumavallei het grootste vermogen heeft. Sierra Leone importeert al
de aardolie die het nodig heeft. Driekwart van de energie komt van
houtverbranding.
De handelsbalans is negatief. De handel is hoofdzakelijk in handen
van buitenlandse ondernemers (Europeanen, Libanezen, Indiërs).
Ingevoerd worden vooral machines, voedingsmiddelen, dranken en
tabak, textiel en brandstoffen. De voornaamste uitvoerproducten zijn
diamant, rutiel, ijzererts, cacaobonen, koffie en bauxiet. De EU (m.n.
Groot-Brittannië), de Verenigde Staten en Ivoorkust zijn de
belangrijkste handelspartners.
Financiële hulp komt van o.a. de Verenigde Staten, Italië,
Groot-Brittannië en Duitsland en internationale organisaties als de
Verenigde Naties, IDA, de Wereldbank en het IMF.
De centrale bank is de Bank of Sierra Leone.
Het wegennet (ca. 7900 km; waarvan slechts 15% verhard) is
ontoereikend, maar wordt uitgebreid. De meeste wegen bevinden zich
in het kustgebied, terwijl het noorden en noordoosten nauwelijks
ontsloten zijn. Corruptie, verwaarlozing en oorlogshandelingen zijn
funest voor de infrastuctuur. In 1974 zijn de spoorlijnen buiten
gebruik gesteld. Er is nog maar 84 km over. Freetown heeft een grote
natuurlijke haven, waar het merendeel van de in- en uitvoer
plaatsvindt. De havens Bonthe, Pepel, Point Sam en Sulima worden
uitsluitend voor de export gebruikt. De binnenscheepvaart (800 km)
is van lokale betekenis. Lungi is de internationale luchthaven;
nationale luchtvaartmaatschappij is Sierra Leone Airways, maar deze
is de facto failliet.
5.
Geschiedenis
Omstreeks het midden van de 15de eeuw werd het kustgebied ontdekt
door de Portugezen; zij noemden het gebied Sierra Leone (=
Leeuwenberg) en bouwden een fort. Met de opkomst van de slavenhandel
won het gebied aan betekenis. Op het eind van de 18de eeuw stichtten
Britse filantropen op de plaats van het huidige Freetown een kolonie
voor vrijgelaten slaven uit Groot-Brittannië, Noord-Amerika en
Jamaica.
5.1 Britse kroonkolonie
Deze onderneming werd een mislukking en in 1808 nam de Britse
regering het gebied over als kroonkolonie. De Britse marine
gebruikte de kolonie als basis van waaruit de slaventransporten in
de wateren van West-Afrika werden bestreden. Als resultaat hiervan
vestigden zich tot de jaren zestig van de 19de eeuw ca. 70!000
bevrijde negerslaven in Sierra Leone. Na ca. 1880 gingen de Britten
over tot een meer systematische ontsluiting van het binnenland. Er
ontstonden grensdisputen met Frankrijk en Liberia, die rond de
eeuwwisseling via verdragen werden geregeld. Ongeveer terzelfder
tijd kwamen de stamhoofden in het binnenland in opstand. Nadat de
rust was hersteld, werden de stammen verenigd onder Brits
protectoraat. Sierra Leone bestond op dat moment dus uit een kolonie
(kustgebied) en een protectoraat (binnenland).
5.2 Dekolonisatie en onafhankelijkheid
Het dekolonisatieproces werd sterk gestimuleerd door de stichting
van de Sierra Leone People's Party (SLPP) in 1951 onder leiding van
Sir Milton A.S. Margai, die in 1957 premier werd. Op 27 april 1961
werd Sierra Leone onafhankelijk. Staatshoofd bleef de Britse
vorst(in). Milton Margai werd na zijn dood (1964) opgevolgd door
zijn broer Sir Albert Margai, die aanstuurde op een
eenpartijstelsel. Dit bracht hem in conflict met het in de oppositie
zijnde All People's Congress (APC) onder leiding van Siaka Stevens.
In 1967 kwamen de politieke spanningen tot uitbarsting in een
tweetal militaire staatsgrepen, in april 1968 gevolgd door een
derde, waarna Siaka Stevens een nationale regering vormde. In 1969
trok de SLPP zich uit de regering terug naar aanleiding van Stevens'
voornemen van het land een republiek te maken. Inderdaad riep
Stevens, op 19 april 1971, de republiek uit. Hijzelf werd president
en als zodanig ook voorzitter van het kabinet. De
parlementsverkiezingen van 1974 werden mede vanwege de boycot van de
SLPP gewonnen door de APC. In 1976 werd Stevens herkozen en in 1977
werden vervroegde parlementsverkiezingen gehouden, waarbij de APC
wederom de grootste partij werd en de SLPP de tweede. In 1978 werd
een referendum gehouden over een nieuwe grondwet en over een
eenpartijstelsel. Het grootste deel van de kiezers ging akkoord en
de APC werd de enige partij.
In 1985 werd generaal-majoor Joseph Saidu Momoh tot opvolger van
president Stevens gekozen. Op 3 juli 1991 keurde het parlement de
nieuwe grondwet goed, die o.a. voorzag in de terugkeer naar het
meerpartijensysteem.
In maart van dat jaar brak in het zuidoosten van het land een
burgeroorlog uit, toen tegenstanders van Momoh en rebellen van het
National Patriotic Front of Liberia (NPFL) vanuit Liberia het land
binnenvielen. Op 29 april 1992 wist luitenant-kolonel Yaya Kanu
president Momoh met een staatsgreep te verdrijven. Er werd een
Voorlopige Nationale Regeringsraad (NPRC) in het leven geroepen, de
grondwet werd buiten werking gesteld en kapitein Valentine Strasser
werd het nieuwe staatshoofd. Hij kondigde aan een einde aan de
burgeroorlog te maken, maar rebellenleider Foday Sankoh eiste dat
onderhandelingen hierover pas konden aanvangen als de Guineese en
Nigeriaanse troepen, die Momoh's bewind tijdens de oorlog steunden,
het land hadden verlaten.
In 1994 verklaarde de NPRC dat de afgesproken overgangsperiode van
drie jaar naar een volledige democratische samenleving nog steeds
niet kon ingaan als gevolg van de aanhoudende onlusten. Eind jan.
verklaarde de NPRC de totale oorlog aan het rebellerende
Revolutionairy United Front (RUF) onder leiding van Sankoh, die een
radicaal-nationalistisch en anti-koloniale koers voorstond. Naast
Guinese en Nigeriaanse troepen en militaire adviseurs maakte het
regeringsleger ook gebruik van Zuid-Afrikaanse huurlingen. In mei
1995 verklaarde president Strasser zich bereid tot onvoorwaardelijke
onderhandelingen met de rebellen, die het aanbod echter afwezen.
Nadat in okt. nog een staatsgreep was verijdeld, werd in jan. 1996
Strasser bij een paleiscoup afgezet door een van zijn
vertrouwelingen, brigadegeneraal Julius Maada Bio. Ondanks de
staatsgreep vonden de voor febr. vastgestelde parlements- en
presidentsverkiezingen doorgang. Hiermee kwam een einde aan 19 jaar
militaire dictatuur of eenpartijbestuur.
De presidentsverkiezingen werden in de tweede ronde gewonnen door
Ahmad Tejan Kabbah van de Sierra Leone People's Party (SLPP), die
met 36% van de stemmen ook de grootste partij werd. Eind maart
droegen de militairen de macht over aan de gekozen burgerregering.
In sept. verijdelde de legertop een staatsgreep van lagere
officieren. Met het RUF werd in nov. een vredesakkoord getekend,
waarbij de regering amnestie afkondigde voor rebellen die de wapens
neerlegden. Ondanks het akkoord bleef het zuiden van Sierra Leone
het toneel van talloze gruweldaden.
De burgeroorlog legde in de jaren negentig het economisch leven
vrijwel lam en eiste ten minste 10.000 mensenlevens, terwijl meer
dan twee miljoen burgers uitweken naar buurlanden.
Telefoongids Sierra Leone
Postcodes
Sierra Leone |
|
|
|
|
|
|
|