header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Slowakije

 

Terug naar overzicht Europa >>

 

Slowakije (Slowaaks: Slovensko; officieel: SlovenskŠ Republika), republiek in Midden-Europa, 49.016 km2, met 5.367.790 inw. (109 inw. per km2); hoofdstad: Bratislava. Slowakije wordt begrensd door Hongarije, TsjechiŽ, Polen en de OekraÔne en is administratief verdeeld in drie provincies en het stedelijk gebied Bratislava. Munteenheid is de koruna of kroon, verdeeld in 100 heller. Nationale feestdag is 29 aug., de dag waarop de opstand van de Slowaken in 1944 wordt gevierd.

1. Fysische geografie
1.1 Landschap
Het landschap van Slowakije, dat samenvalt met de Karpatenboog, vertoont een zeer ingewikkelde structuur. Evenals de Alpen vormen de Karpaten een gecompliceerd dekbladenlandschap, maar de geleding is een totaal andere en bovendien is de samenhang door herhaalde breukbewegingen verloren gegaan en is het oorspronkelijke gebergte verbrokkeld tot een groot aantal kleinere gebergten met daartussen gelegen bekkenlandschappen. In de West-Karpaten, tussen de Donau bij Bratislava en de Duklapas, komt een dubbele reeks kleine massieven voor, waarvan de kern uit graniet en kristallijne leisteen bestaat en die door Perm- en Krijtlagen onderling zijn verbonden. Deze 'kernen' vormen de hoogste delen van het bergland, vnl. in de Hoge en Lage Tatra. Een ander deel van de West-Karpaten bestaat echter uit sterk geplooide MesozoÔsche sedimentgesteenten. Van kristallijne samenstelling is het ten zuiden hiervan liggende Slowaaks Ertsgebergte, ten oosten ervan, slechts gescheiden door het Oostslowaaks laagland, ligt de uit vulkanische gesteenten bestaande Hergyallaketen. Het Westslowaakse laagland wordt slechts onderbroken door de uit graniet bestaande Kleine Karpaten.
1.2 Rivieren en meren
Langs de zuidgrens stroomt de Donau, die over een afstand van ca. 150 km de grens met Hongarije vormt, naar de Zwarte Zee. Deze rivier neemt uit Slowakije het water op van de VŠh (Waag), Nitra, Hron, Ipel, SlanŠ (Hong.: Sajo), HornŠd, Bodrog, Ondava, Laborec en Latorica. Slowakije heeft betrekkelijk weinig natuurlijke meren; het zijn vnl. kaarmeren en door morenes opgestuwde meren in de gebergten. Er zijn vele moderne stuwmeren, vnl. in VŠh.
1.3 Klimaat
Het klimaat heeft een sterk continentaal karakter. De neerslag varieert sterk met de plaats, een gevolg van de geaccidenteerdheid van het land. In de Tatra komen neerslaghoeveelheden tot 1800 mm voor. De grootste hoeveelheden vallen gedurende de zomermaanden.
1.4 Plantengroei
In de bergachtige gebieden vindt men de rijk geschakeerde flora van Midden-Europa: uitgestrekte bossen met zowel loofhout (esdoorn, lijsterbes, eik, beuk, berk) als naaldhout (grove den, arve, spar, lariks, taxus); ijstijdrelicten als een braam- en een steenbreeksoort; voorts berendruif, vele soorten orchideeŽn, en vele andere, vaak endemische (alleen daar voorkomende) plantensoorten. De boomgrens ligt tussen 1200 en 1400 m. In de rivierdalen treft men vaak een parkachtig landschap aan.
1.5 Dierenwereld
De dierenwereld is van een Midden-Europees karakter; in de gebergten komt een alpine aandoende fauna voor met o.a. marmotten, sneeuwmuizen en Karpatengemzen, de grootst bekende vorm van dit hoefdier. De grote roofdieren komen nog (zeer) zeldzaam voor: wilde kat, lynx, wolf en bruine beer. Enkele elementen van Oost-Europese oorsprong dringen tot in Slowakije door. Een netwerk van reservaten en nationale parken verlenen fauna en flora adequate bescherming; de nationale parken liggen op de grens met Polen (o.a. de Hoge Tatra) en worden in goede samenwerking beheerd.

2. Bevolking
Van de bevolking is ruim 86% Slowaaks. De 560.000 Hongaren, die merendeels in het zuiden wonen, vormen een belangrijke minderheid. Overige minderheden zijn Tsjechen (55.000), Russen (45.000) en OekraÔners en Roethenen (37.000). De hoofdstad Bratislava (448.800 inw.) en Koöice (238.900) zijn de grootste steden.
De officiŽle taal is Slowaaks (zie Slowaakse taal).
De belangrijkste kerk is de Rooms-Katholieke Kerk. Trnava is een aartsbisdom. In 1991 waren er 1, 18 miljoen rooms-katholieken in Slowakije. Het aantal protestanten wordt in totaal op bijna 1 miljoen geschat.

3. Bestuur en samenleving
Het sinds 1 januari 1993 onafhankelijke Slowakije is een republiek met aan het hoofd een president (sinds de onafhankelijkheid Michal Kovac). Presidentsverkiezingen worden om de vijf jaar gehouden, verkiezingen voor het parlement, de Nationale Raad, om de vier jaar. De nieuwe grondwet is in 1993 van kracht geworden. Het land is ingedeeld in vier provincies (West-, Midden- en Oost-Slowakije en de agglomeratie Brataslava). De provincies zijn opgedeeld in 79 districten. De Nationale Raad telt 150 zetels. De belangrijkste politieke partijen zijn de Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS), Gemeenschappelijke Keuze (een coalitie rond de Partij van Democratisch Links), de (Hongaarse) Christen-Democratische Beweging, de Democratische Unie van Slowakije, de Unie van Slowaakse Arbeiders en de Slowaakse Nationale Partij. Slowakije is lid van de Raad van Europa en geassocieerd met de Europese Unie.

4. Economie
4.1 Algemeen
Tot 1990 kende Slowakije (toen nog deel uitmakend van Tsjechoslowakije) een socialistisch economisch stelsel, waarvan de productiemiddelen staatseigendom dan wel collectief eigendom waren. Vanaf 1990 werd een privatisering van m.n. de grotere ondernemingen op gang gebracht via het zgn. voucher-systeem, in de vorm van niet-overdraagbare waarborgbiljetten waarmee de Tsjechoslowaakse burgers aandelen in bedrijven konden kopen. De privatisering was in Slowakije voorlopig echter weinig succesvol.
Een andere maatregel was het vrijgeven van de prijzen. Gevolg hiervan was dat de inflatie snel steeg. De handel met de voormalige COMECON-landen liep sterk terug en bovendien daalde de aarolie-import uit de (voormalige) Sovjet-Unie met meer dan 25%, zodat Slowakije zijn aardolie voortaan op de veel duurdere wereldmarkt moet betrekken.
Van oorsprong was Slowakije een arm landbouwgebied, maar na de Tweede Wereldoorlog is er een grote zware industrie in het land opgebouwd, o.a. rond Koöice. M.n. de wapenindustrie had een belangrijke betekenis voor de economie. Na de 'fluwelen revolutie' in 1989 stortte de wapenindustrie, waarin 10% van de Slowaakse beroepsbevolking werkzaam was, in, mede doordat de Tsjechoslowaakse regering in 1991 de wapenexport opschortte. De Slowaakse industrie, die zeer verweven is met die van het buurland TsjechiŽ, heeft zeer te lijden gehad van de economische recessie en de ineenstorting van de Sovjetmarkt. De werkloosheid bedroeg in 1995 13% (bijna vier keer zo veel als in TsjechiŽ). Tussen jan. 1990 en juli 1992 vond slechts 11% van de buitenlandse investeringen in Tsjechoslowakije een weg naar Slowakije.
4.2 Landbouw, veeteelt en bosbouw
De landbouw is goed voor 7% van het bnp en stelt 10% van de bevolking te werk. Dit ondanks de grote ommekeer, die sinds 1989 bezig is, maar in Slowakije trager verloopt dan in TjechiŽ. Tot 1989 behoorde 95% van de exploitabele grond aan de staatsbedrijven, die zwaar gesubsidieerd werden maar ten minste 98% van de binnenlandse behoefte kon dekken. Sindsdien moet grond teruggegeven worden aan de oorspronkelijke eigenaar, wordt de subsidiepolitiek hervormd en moet de gehele landbouw zich aanpassen aan de vrijemarkteconomie.
De voornaamste opbrengsten van de akkers zijn graan, suikerbieten, aardappelen en oliehoudende gewassen. De veeteelt strekt zich weliswaar uit tot koeien en schapen, maar de klemtoon ligt toch op varkens en kippen.
Met een bosoppervlakte van 1, 9 miljoen ha (38% van het gehele land) is Slowakije een van de bosrijkste landen van Europa. Daarvan wordt 1,5 miljoen ha geŽxploiteerd. Sinds 1990 is het eigendom teruggegeven aan de oorspronkelijke bezitters, in andere gevallen herverkaveld onder steden, gemeenten en de kerken.
4.3 Mijnbouw en energievoorziening
De meeste grondstoffen moeten worden ingevoerd. Gewonnen worden koper, lood, zout en aardolie. Voorts zijn ijzererts, zilver, tin en bruinkool aanwezig. Het merendeel van de energie wordt opgewekt in kolencentrales, maar even grote betekenis hebben waterkracht- en kerncentrales.
4.4 Industrie
De industrie heeft zware klappen moeten incasseren sinds de ineenstorting van de markt in het Oostblok en sinds het wegvallen van bestellingen voor de wapenindustrie. Bovendien was de industrie volledig afgestemd op wat er aan halffabrikaten uit TsjechiŽ werd afgeleverd. Hoewel de productie pas sinds 1994 weer licht stijgt, blijft ze de laagste van Europa. De industrie levert niettemin 36% van het bnp en 41% van de werkgelegenheid.
4.5 Handel
De handelsbalans met de landen van de Europese Unie is positief, die met Rusland (vanwege olie- en gasimport) blijft negatief. De chemie-, metallurgie- en machinebouw zijn goed voor 53,6% van de uitvoer. De belangrijkste handelspartners zijn de omliggende landen, vooral echter TsjechiŽ en Duitsland.
4.6 Bankwezen
Sinds 1 jan. 1993 is de Nationale Bank van Slowakije actief als onafhankelijke centrale bank.
4.7 Verkeer
Het totale wegennet telt 17!737 km, waarvan een klein deel autosnelweg. Deze leidt van de hoofdstad naar de Tsjechische grens en naar het noorden. In aanleg zijn autosnelwegen naar Polen alsook een deel van de verbinding Wenen-Boedapest. De spoorwegen zijn verlieslijdend en verouderd. Het internationale luchtverkeer wordt op 40 km van Bratislawa op het vliegveld van Wenen afgehandeld. Vooral voor binnenlandse luchtverbindingen zijn enkele privť-ondernemingen actief vanaf zes luchthavens.

5. Geschiedenis
Het gebied was in het verleden bevolkt door IllyriŽrs en Kelten en later door Germaanse stammen. In de 6de eeuw veroverden Avaren en Slaven het gebied. De tot de Westslaven behorende Slowaken raakten tegen het jaar 800 onder de invloed van het Frankische Rijk en werden gekerstend. Van 907 tot 1918 stond Slowakije, met een onderbreking van 1301 tot 1321, toen het onafhankelijk was, onder Hongaarse heerschappij. Toen Hongarije in de 19de eeuw een sterke hongariseringspolitiek begon na te streven, ontstond een sterk Slowaaks nationaal bewustzijn, waaraan de Tsjechische staatsman Masaryk tegemoetkwam door de Slowaken autonomie toe te zeggen in een toekomstig onafhankelijk Tsjechoslowakije. Na 1918 werd deze belofte echter niet gehonoreerd. Het Verdrag van MŁnchen (1938) bepaalde dat een deel van het Slowaakse grondgebied aan Hongarije moest worden afgestaan (in Slowakije leefden ca. 700.000 Hongaren), terwijl de rest van Slowakije nu autonomie verwierf (6 okt. 1938). Na de bezetting in maart 1939 door de Duitsers van Bohemen en MoraviŽ, waarvoor Slowaakse onafhankelijkheidseisen mede een aanleiding hadden gevormd, kreeg Slowakije krachtens een verdrag (23 maart 1939) een grote mate van autonomie; wel echter werden militaire zones door Duitse troepen bezet en kreeg Franz Karmasin als leider van de Duitse 'Volksgruppe' een bijzondere positie, evenals de 'volksduitsers', die een speciale status verwierven. Bovendien verwierven de Duitsers in Slowakije een sterke economische positie. Slowakije sloot zich in september aan bij Duitsland in de aanval op Polen. In okt. 1938 was mgr. Tiso, leider van de door Hlinka opgerichte Slowaakse Volkspartij, minister-president geworden. Naast deze conservatieve katholiek stond een aantal politieke fanatici die weinig geliefd waren, zulks in tegenstelling tot Tiso, die jarenlang de meerderheid van de Slowaken op zijn hand had. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam de invloed van de communisten in de strijdkrachten en onder de bevolking toe. In sept. 1943 werd een ondergrondse Slowaakse Nationale Raad gevormd, die op 29 aug. 1944 een opstand begon. Hoewel deze in oktober werd onderdrukt, rukten nog dezelfde maand Sovjet-Russische troepen met Tsjechoslowaakse contingenten het land binnen. Pas in 1945 werd het grootste deel van Slowakije op de Duitsers veroverd. In het opnieuw zelfstandige Tsjechoslowakije verkregen de Slowaken nu een werkelijke autonomie, waaraan evenwel door de communistische staatsgreep van febr. 1948 praktisch weer een einde werd gemaakt. De wens naar autonomie speelde mede een rol in de 'Praagse lente' (1968). In 1969 werd Slowakije formeel een autonoom deel van de federale republiek. Op 26 aug. 1992 sloten de leiders van de Nationalistische Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS) en de Tsjechische Burger Democratische Partij (ODS), resp. Vladimir Meciar en VŠclav Klaus, een akkoord dat de ontbinding van de Tsjechoslowaakse federatie per 1 jan. 1993 en de vorming van twee onafhankelijke, soevereine staten: TsjechiŽ en Slowakije mogelijk maakte. Tevens besloot men tot het opzetten van een douane-unie tussen de twee landen.
Als eerste president werd in februari 1993 Michal KovŠc gekozen. In juni 1993 splitsten zich acht afgevaardigden af van de regerende HZDS en vormden de Alliantie van Democraten.
Premier Meciar streefde op economisch gebied een mengvorm na van kapitalisme en communisme. Aanvankelijk richtte hij zich daarbij op Rusland, maar onder druk van de oppositie zocht hij steeds meer toenadering tot het Westen. In jan. 1993 werd Slowakije lid van de VN.
De regering-Meciar kwam in maart 1994 ten val, nadat de autoritaire premier een twintigtal leden van zijn eigen partij, de Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS), van zich had vervreemd. Premier van het nieuwe coalitiekabinet werd de voormalige minister van Buitenlandse Zaken, Jozef Moravcik. Na de parlementsverkiezingen van sept. 1994 werd hij weer afgelost door Meciar, die een coalitie vormde met de nieuwe linkse partij Unie van Slowaakse Arbeiders (ZRS) en de rechtse Slowaakse Nationale Partij (SNS). Samen met de andere leden van de Visegrad-groep, Hongarije Polen en TsjechiŽ trad Slowakije toe tot het Partnerschap voor Vrede, het voorportaal tot het lidmaatschap van de NAVO.
In de loop van 1995 ontspon zich een verbeten machtsstrijd tussen president KovŠc en premier Meciar. Een motie van wantrouwen tegen de president had echter geen gevolgen, omdat een drievijfde meerderheid ontbrak. Ook in 1996 ging de strijd tussen Meciar en KovŠc onverminderd voort, waardoor de uitvoering van door het parlement aangenomen wetten dikwijls vetraging opliep.
In de tweede helft van 1996 kreeg de territoriale indeling van Slowakije in acht regio's en 79 districten haar beslag. Doel was het bestuur 'dichter bij het volk' te brengen, maar de vrees van de oppositie dat de nieuwe bestuurslaag vooral zou worden bezet door leden van de regeringspartijen werd al spoedig bewaarheid. Na lang touwtrekken tussen Meciars HZDS, de dogmatische communistische ZRS en de extreem-nationalistische SNS ratificeerde het parlement in maart het een jaar eerder getekende Slowaaks-Hongaarse vriendschaps- en samenwerkingsverdrag. Macro-economisch ontwikkelde het land zich gunstig met een groei van 6,5% en een teruggelopen inflatie van 6%. Meer zorg was er bij de EU en de VS over de ontwikkelingen van de democratie in Slowakije.


Telefoongids Slowakije
Postcodes Slowakije

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009