|
 
1. Fysische geografie
1.1 Landschap
Het landschap van Slowakije, dat samenvalt met de Karpatenboog, vertoont
een zeer ingewikkelde structuur. Evenals de Alpen vormen de Karpaten een
gecompliceerd dekbladenlandschap, maar de geleding is een totaal andere
en bovendien is de samenhang door herhaalde breukbewegingen verloren
gegaan en is het oorspronkelijke gebergte verbrokkeld tot een groot
aantal kleinere gebergten met daartussen gelegen bekkenlandschappen. In
de West-Karpaten, tussen de Donau bij Bratislava en de Duklapas, komt
een dubbele reeks kleine massieven voor, waarvan de kern uit graniet en
kristallijne leisteen bestaat en die door Perm- en Krijtlagen onderling
zijn verbonden. Deze 'kernen' vormen de hoogste delen van het bergland,
vnl. in de Hoge en Lage Tatra. Een ander deel van de West-Karpaten
bestaat echter uit sterk geplooide Mesozoïsche sedimentgesteenten. Van
kristallijne samenstelling is het ten zuiden hiervan liggende Slowaaks
Ertsgebergte, ten oosten ervan, slechts gescheiden door het Oostslowaaks
laagland, ligt de uit vulkanische gesteenten bestaande Hergyallaketen.
Het Westslowaakse laagland wordt slechts onderbroken door de uit graniet
bestaande Kleine Karpaten.
1.2 Rivieren en meren
Langs de zuidgrens stroomt de Donau, die over een afstand van ca. 150 km
de grens met Hongarije vormt, naar de Zwarte Zee. Deze rivier neemt uit
Slowakije het water op van de Váh (Waag), Nitra, Hron, Ipel, Slaná (Hong.:
Sajo), Hornád, Bodrog, Ondava, Laborec en Latorica. Slowakije heeft
betrekkelijk weinig natuurlijke meren; het zijn vnl. kaarmeren en door
morenes opgestuwde meren in de gebergten. Er zijn vele moderne
stuwmeren, vnl. in Váh.
1.3 Klimaat
Het klimaat heeft een sterk continentaal karakter. De neerslag varieert
sterk met de plaats, een gevolg van de geaccidenteerdheid van het land.
In de Tatra komen neerslaghoeveelheden tot 1800 mm voor. De grootste
hoeveelheden vallen gedurende de zomermaanden.
1.4 Plantengroei
In de bergachtige gebieden vindt men de rijk geschakeerde flora van
Midden-Europa: uitgestrekte bossen met zowel loofhout (esdoorn,
lijsterbes, eik, beuk, berk) als naaldhout (grove den, arve, spar,
lariks, taxus); ijstijdrelicten als een braam- en een steenbreeksoort;
voorts berendruif, vele soorten orchideeën, en vele andere, vaak
endemische (alleen daar voorkomende) plantensoorten. De boomgrens ligt
tussen 1200 en 1400 m. In de rivierdalen treft men vaak een parkachtig
landschap aan.
1.5 Dierenwereld
De dierenwereld is van een Midden-Europees karakter; in de gebergten
komt een alpine aandoende fauna voor met o.a. marmotten, sneeuwmuizen en
Karpatengemzen, de grootst bekende vorm van dit hoefdier. De grote
roofdieren komen nog (zeer) zeldzaam voor: wilde kat, lynx, wolf en
bruine beer. Enkele elementen van Oost-Europese oorsprong dringen tot in
Slowakije door. Een netwerk van reservaten en nationale parken verlenen
fauna en flora adequate bescherming; de nationale parken liggen op de
grens met Polen (o.a. de Hoge Tatra) en worden in goede samenwerking
beheerd.
2. Bevolking
Van de
bevolking is ruim 86% Slowaaks. De 560.000 Hongaren, die merendeels in
het zuiden wonen, vormen een belangrijke minderheid. Overige minderheden
zijn Tsjechen (55.000), Russen (45.000) en Oekraïners en Roethenen
(37.000). De hoofdstad Bratislava (448.800 inw.) en Košice (238.900)
zijn de grootste steden.
De officiële taal is Slowaaks (zie Slowaakse taal).
De belangrijkste kerk is de Rooms-Katholieke Kerk. Trnava is een
aartsbisdom. In 1991 waren er 1, 18 miljoen rooms-katholieken in
Slowakije. Het aantal protestanten wordt in totaal op bijna 1 miljoen
geschat.
3. Bestuur en
samenleving
Het sinds 1 januari 1993 onafhankelijke Slowakije is een republiek met
aan het hoofd een president (sinds de onafhankelijkheid Michal Kovac).
Presidentsverkiezingen worden om de vijf jaar gehouden, verkiezingen
voor het parlement, de Nationale Raad, om de vier jaar. De nieuwe
grondwet is in 1993 van kracht geworden. Het land is ingedeeld in vier
provincies (West-, Midden- en Oost-Slowakije en de agglomeratie
Brataslava). De provincies zijn opgedeeld in 79 districten. De Nationale
Raad telt 150 zetels. De belangrijkste politieke partijen zijn de
Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS), Gemeenschappelijke
Keuze (een coalitie rond de Partij van Democratisch Links), de
(Hongaarse) Christen-Democratische Beweging, de Democratische Unie van
Slowakije, de Unie van Slowaakse Arbeiders en de Slowaakse Nationale
Partij. Slowakije is lid van de Raad van Europa en geassocieerd met de
Europese Unie.
4. Economie
4.1 Algemeen
Tot 1990 kende Slowakije (toen nog deel uitmakend van Tsjechoslowakije)
een socialistisch economisch stelsel, waarvan de productiemiddelen
staatseigendom dan wel collectief eigendom waren. Vanaf 1990 werd een
privatisering van m.n. de grotere ondernemingen op gang gebracht via het
zgn. voucher-systeem, in de vorm van niet-overdraagbare
waarborgbiljetten waarmee de Tsjechoslowaakse burgers aandelen in
bedrijven konden kopen. De privatisering was in Slowakije voorlopig
echter weinig succesvol.
Een andere maatregel was het vrijgeven van de prijzen. Gevolg hiervan
was dat de inflatie snel steeg. De handel met de voormalige
COMECON-landen liep sterk terug en bovendien daalde de aarolie-import
uit de (voormalige) Sovjet-Unie met meer dan 25%, zodat Slowakije zijn
aardolie voortaan op de veel duurdere wereldmarkt moet betrekken.
Van oorsprong was Slowakije een arm landbouwgebied, maar na de Tweede
Wereldoorlog is er een grote zware industrie in het land opgebouwd, o.a.
rond Košice. M.n. de wapenindustrie had een belangrijke betekenis voor
de economie. Na de 'fluwelen revolutie' in 1989 stortte de
wapenindustrie, waarin 10% van de Slowaakse beroepsbevolking werkzaam
was, in, mede doordat de Tsjechoslowaakse regering in 1991 de
wapenexport opschortte. De Slowaakse industrie, die zeer verweven is met
die van het buurland Tsjechië, heeft zeer te lijden gehad van de
economische recessie en de ineenstorting van de Sovjetmarkt. De
werkloosheid bedroeg in 1995 13% (bijna vier keer zo veel als in
Tsjechië). Tussen jan. 1990 en juli 1992 vond slechts 11% van de
buitenlandse investeringen in Tsjechoslowakije een weg naar Slowakije.
4.2 Landbouw, veeteelt en bosbouw
De landbouw is goed voor 7% van het bnp en stelt 10% van de bevolking te
werk. Dit ondanks de grote ommekeer, die sinds 1989 bezig is, maar in
Slowakije trager verloopt dan in Tjechië. Tot 1989 behoorde 95% van de
exploitabele grond aan de staatsbedrijven, die zwaar gesubsidieerd
werden maar ten minste 98% van de binnenlandse behoefte kon dekken.
Sindsdien moet grond teruggegeven worden aan de oorspronkelijke
eigenaar, wordt de subsidiepolitiek hervormd en moet de gehele landbouw
zich aanpassen aan de vrijemarkteconomie.
De voornaamste opbrengsten van de akkers zijn graan, suikerbieten,
aardappelen en oliehoudende gewassen. De veeteelt strekt zich weliswaar
uit tot koeien en schapen, maar de klemtoon ligt toch op varkens en
kippen.
Met een bosoppervlakte van 1, 9 miljoen ha (38% van het gehele land) is
Slowakije een van de bosrijkste landen van Europa. Daarvan wordt 1,5
miljoen ha geëxploiteerd. Sinds 1990 is het eigendom teruggegeven aan de
oorspronkelijke bezitters, in andere gevallen herverkaveld onder steden,
gemeenten en de kerken.
4.3 Mijnbouw en energievoorziening
De meeste grondstoffen moeten worden ingevoerd. Gewonnen worden koper,
lood, zout en aardolie. Voorts zijn ijzererts, zilver, tin en bruinkool
aanwezig. Het merendeel van de energie wordt opgewekt in kolencentrales,
maar even grote betekenis hebben waterkracht- en kerncentrales.
4.4 Industrie
De industrie heeft zware klappen moeten incasseren sinds de
ineenstorting van de markt in het Oostblok en sinds het wegvallen van
bestellingen voor de wapenindustrie. Bovendien was de industrie volledig
afgestemd op wat er aan halffabrikaten uit Tsjechië werd afgeleverd.
Hoewel de productie pas sinds 1994 weer licht stijgt, blijft ze de
laagste van Europa. De industrie levert niettemin 36% van het bnp en 41%
van de werkgelegenheid.
4.5 Handel
De handelsbalans met de landen van de Europese Unie is positief, die met
Rusland (vanwege olie- en gasimport) blijft negatief. De chemie-,
metallurgie- en machinebouw zijn goed voor 53,6% van de uitvoer. De
belangrijkste handelspartners zijn de omliggende landen, vooral echter
Tsjechië en Duitsland.
4.6 Bankwezen
Sinds 1 jan. 1993 is de Nationale Bank van Slowakije actief als
onafhankelijke centrale bank.
4.7 Verkeer
Het totale wegennet telt 17!737 km, waarvan een klein deel autosnelweg.
Deze leidt van de hoofdstad naar de Tsjechische grens en naar het
noorden. In aanleg zijn autosnelwegen naar Polen alsook een deel van de
verbinding Wenen-Boedapest. De spoorwegen zijn verlieslijdend en
verouderd. Het internationale luchtverkeer wordt op 40 km van Bratislawa
op het vliegveld van Wenen afgehandeld. Vooral voor binnenlandse
luchtverbindingen zijn enkele privé-ondernemingen actief vanaf zes
luchthavens.
5. Geschiedenis
Het gebied was in het verleden bevolkt door Illyriërs en Kelten en later
door Germaanse stammen. In de 6de eeuw veroverden Avaren en Slaven het
gebied. De tot de Westslaven behorende Slowaken raakten tegen het jaar
800 onder de invloed van het Frankische Rijk en werden gekerstend. Van
907 tot 1918 stond Slowakije, met een onderbreking van 1301 tot 1321,
toen het onafhankelijk was, onder Hongaarse heerschappij. Toen Hongarije
in de 19de eeuw een sterke hongariseringspolitiek begon na te streven,
ontstond een sterk Slowaaks nationaal bewustzijn, waaraan de Tsjechische
staatsman Masaryk tegemoetkwam door de Slowaken autonomie toe te zeggen
in een toekomstig onafhankelijk Tsjechoslowakije. Na 1918 werd deze
belofte echter niet gehonoreerd. Het Verdrag van München (1938) bepaalde
dat een deel van het Slowaakse grondgebied aan Hongarije moest worden
afgestaan (in Slowakije leefden ca. 700.000 Hongaren), terwijl de rest
van Slowakije nu autonomie verwierf (6 okt. 1938). Na de bezetting in
maart 1939 door de Duitsers van Bohemen en Moravië, waarvoor Slowaakse
onafhankelijkheidseisen mede een aanleiding hadden gevormd, kreeg
Slowakije krachtens een verdrag (23 maart 1939) een grote mate van
autonomie; wel echter werden militaire zones door Duitse troepen bezet
en kreeg Franz Karmasin als leider van de Duitse 'Volksgruppe' een
bijzondere positie, evenals de 'volksduitsers', die een speciale status
verwierven. Bovendien verwierven de Duitsers in Slowakije een sterke
economische positie. Slowakije sloot zich in september aan bij Duitsland
in de aanval op Polen. In okt. 1938 was mgr. Tiso, leider van de door
Hlinka opgerichte Slowaakse Volkspartij, minister-president geworden.
Naast deze conservatieve katholiek stond een aantal politieke fanatici
die weinig geliefd waren, zulks in tegenstelling tot Tiso, die jarenlang
de meerderheid van de Slowaken op zijn hand had. Tijdens de Tweede
Wereldoorlog nam de invloed van de communisten in de strijdkrachten en
onder de bevolking toe. In sept. 1943 werd een ondergrondse Slowaakse
Nationale Raad gevormd, die op 29 aug. 1944 een opstand begon. Hoewel
deze in oktober werd onderdrukt, rukten nog dezelfde maand
Sovjet-Russische troepen met Tsjechoslowaakse contingenten het land
binnen. Pas in 1945 werd het grootste deel van Slowakije op de Duitsers
veroverd. In het opnieuw zelfstandige Tsjechoslowakije verkregen de
Slowaken nu een werkelijke autonomie, waaraan evenwel door de
communistische staatsgreep van febr. 1948 praktisch weer een einde werd
gemaakt. De wens naar autonomie speelde mede een rol in de 'Praagse
lente' (1968). In 1969 werd Slowakije formeel een autonoom deel van de
federale republiek. Op 26 aug. 1992 sloten de leiders van de
Nationalistische Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS) en de
Tsjechische Burger Democratische Partij (ODS), resp. Vladimir Meciar en
Václav Klaus, een akkoord dat de ontbinding van de Tsjechoslowaakse
federatie per 1 jan. 1993 en de vorming van twee onafhankelijke,
soevereine staten: Tsjechië en Slowakije mogelijk maakte. Tevens besloot
men tot het opzetten van een douane-unie tussen de twee landen.
Als eerste president werd in februari 1993 Michal Kovác gekozen. In juni
1993 splitsten zich acht afgevaardigden af van de regerende HZDS en
vormden de Alliantie van Democraten.
Premier Meciar streefde op economisch gebied een mengvorm na van
kapitalisme en communisme. Aanvankelijk richtte hij zich daarbij op
Rusland, maar onder druk van de oppositie zocht hij steeds meer
toenadering tot het Westen. In jan. 1993 werd Slowakije lid van de VN.
De regering-Meciar kwam in maart 1994 ten val, nadat de autoritaire
premier een twintigtal leden van zijn eigen partij, de Beweging voor een
Democratisch Slowakije (HZDS), van zich had vervreemd. Premier van het
nieuwe coalitiekabinet werd de voormalige minister van Buitenlandse
Zaken, Jozef Moravcik. Na de parlementsverkiezingen van sept. 1994 werd
hij weer afgelost door Meciar, die een coalitie vormde met de nieuwe
linkse partij Unie van Slowaakse Arbeiders (ZRS) en de rechtse Slowaakse
Nationale Partij (SNS). Samen met de andere leden van de Visegrad-groep,
Hongarije Polen en Tsjechië trad Slowakije toe tot het Partnerschap voor
Vrede, het voorportaal tot het lidmaatschap van de NAVO.
In de loop van 1995 ontspon zich een verbeten machtsstrijd tussen
president Kovác en premier Meciar. Een motie van wantrouwen tegen de
president had echter geen gevolgen, omdat een drievijfde meerderheid
ontbrak. Ook in 1996 ging de strijd tussen Meciar en Kovác onverminderd
voort, waardoor de uitvoering van door het parlement aangenomen wetten
dikwijls vetraging opliep.
In de tweede helft van 1996 kreeg de territoriale indeling van Slowakije
in acht regio's en 79 districten haar beslag. Doel was het bestuur
'dichter bij het volk' te brengen, maar de vrees van de oppositie dat de
nieuwe bestuurslaag vooral zou worden bezet door leden van de
regeringspartijen werd al spoedig bewaarheid. Na lang touwtrekken tussen
Meciars HZDS, de dogmatische communistische ZRS en de
extreem-nationalistische SNS ratificeerde het parlement in maart het een
jaar eerder getekende Slowaaks-Hongaarse vriendschaps- en
samenwerkingsverdrag. Macro-economisch ontwikkelde het land zich gunstig
met een groei van 6,5% en een teruggelopen inflatie van 6%. Meer zorg
was er bij de EU en de VS over de ontwikkelingen van de democratie in
Slowakije.
Telefoongids Slowakije
Postcodes
Slowakije
|