|

|
Of de plaats van de mens
in onze wereld. Sociologie is de studie van de ontwikkeling en het
functioneren van de menselijke samenleving. Oorspronkelijk poogden filosofen
als de Fransen Charles de Montesquieu (1689-1755) en Henri de Saint-Simon
(1760-1825) en de Schot Adam Ferguson (1723-1816) de verschillende
samenlevingen te beschrijven in termen van politieke, economische en andere
instituties die daarop van invloed zijn geweest.
Historici zijn het er niet over eens of we hen daarom de eerste sociologen
mogen noemen of hooguit belangrijke voorlopers, maar het lijdt geen twijfel
dat de Fransman Auguste Comte (1798-1857), zeven jaar lang Saint-Simons
secretaris, in 1839 het woord sociologie voor het eerst gebruikte.
Hij was ook de eerste die het vakgebied afbakende en de methoden omschreef.
Comte, een excentrieke genie, gebruikte een grote hoeveelheid ideeën van
andere grote denkers om zijn extreem complexe systeem van 'positieve
filosofie' te formuleren, uitgelegd in zijn Cours de philosophie positive.
Comte geloofde dat er drie fasen zijn in de menselijke vooruitgang : de
theologische, waarin bovennatuurlijke uitleg wordt gegeven aan aardse
fenomenen; de metafysische, die zich concentreert op abstracte krachten; en
de positieve, de laatste verlichte fase van wetenschap. Hij verdeelde de
sociologie in de twee takken die aan de basis verbonden zijn : 'statica' -
de studie van de sociale en culturele instituties die een samenleving
verbinden - en 'dynamica' - de studie van sociale verandering of
vooruitgang. |
|
|
|
|
|
|