| |
De
spotvogel of hippolais icterina
Trekvogel van mei tot september. Kleiner en slanker dan een mus
met een dunne snavel. Is, in tegenstelling tot andere
loofzangers, heel rustig in de struiken. Luid lied van krassende
en fluitende tonen; af en toe vlecht hij ook geluiden van andere
vogelsoorten door zijn lied (zie zijn naam). Verspreiding en
woongebied : broedvogel in Midden- en Oost-Europa. Bij ons wijd
verbreid, maar nergens veel voorkomend; vooral in het laagland.
Bossen langs het water met veel kreupelhout of bouwland met
hagen en struiken; ook wel in tuinen. Voortplanting : het nest
wordt gemaakt in vertakkingen van struiken of bomen. Legtijd mei
tot juni - gewoonlijk slechts één legsel. Drie tot zes eieren,
lichtroze, donker gevlekt. Broedtijd van 13-14 dagen; mannetje
en vrouwtje broeden beiden. De jongen worden 13-14 dagen in het
nest gevoerd. Voedsel : insecten. |
|
|
|
|
|
|