header vogels

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Spreeuw

 
   
  De spreeuw of sturnus vulgaris
De spreeuw is één van de boeiendste en vrolijkste tuinvogels. De gestippelde spreeuwen die wij hier in de winter zien, komen vaak uit Scandinavische streken en Rusland. Onze 'eigen' spreeuwen brengen de winter door in Zuid-Engeland of Spanje. De vrijpostige aard en een gulzige eetlust hebben de spreeuwen niet bij iedereen even populair gemaakt. Ze eten de voedertafel leeg voor andere vogels hun deel hebben kunnen opeisen en ze maken dan ook de indruk van een stel vagebonden.
Kenmerken
In de winterperiode hebben spreeuwen een gestippeld verenpak. De bovenzijde is geelgestippeld en de onderkant witgestippeld. Lengte : 22 cm.
Voedsel
Spreeuwen die de tuin bezoeken hebben keuze uit dierlijk en plantaardig voedsel. Het hoofdvoedsel bestaat uit wormen, emelten (de larve van de langpootmug) en andere diertjes die hij tussen de graswortels vandaan peutert. Ze rennen vooruit in een groep, de grond inspecterend met regelmatig en snel aftasten van hun snavels. De snavel is uitgerust met sterke spieren om hem open te duwen bij elke bodeminspectie. Met zijn ogen voorwaarts draaiend om in het holletje te kijken, kan de spreeuw tot het eind van zijn snavel kijken of er iets eetbaars is. Tegelijkertijd is hij ook nog in staat om rond te kijken naar op de loer liggende rovers, zoals katten.
Wintervoedering
Brood, etensrestjes, gekookte aardappelen, vetzwoerd of rotte appels.
Nest
Het mannetje bouwt een ruw nest van stro of gras in een oud spechtengat of onder de dakpannen. Het wordt vervolgens door het vrouwtje gevoerd. Hij versiert het soms met groene bladeren en bloemblaadjes, meegenomen van planten vol met insecten. Omdat de spreeuw steeds zijn bek open moet doen om naar voedsel te boren, moet een eerder gevangen prooi steeds even worden weggelegd en daarna tezamen met de nieuwe prooi weer worden opgepikt.
Broedgegevens
Maanden april en mei - één of twee legsels - vier of vijf lichtgroen-blauwe eieren - broedtijd : 12 dagen, door het vrouwtje : vliegvlug : na 21 dagen; vier tot vijf weken later zelfstandig.
 
   

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009