| |
Deze
roofvogel komt voor op het hele noordelijk halfrond, van de pool
tot Mexico in Midden-Amerika, de Sahara in Afrika, en zelfs de
Himalaya in Azië. De noordelijke populaties van de steenarend
verkiezen wel om 's winters naar het zuiden te trekken.
De steenarend is een vogel, die een voorkeur heeft voor
bergachtige gebieden in steppen, savannes en zelfs woestijnen.
Hij nestelt zich op kliffen of in hoge bomen op berghellingen.
Voortplanting
Zowel de mannetjes- als de vrouwtjesarend bouwen het grote
takken nest. Deze bevindt zich in een rotswand. Vaak worden deze
meer dan 100 jaar gebruikt door verschillende opeenvolgende
paren.
Het wijfje legt meestal 2 eieren, maar het kan ook dat het er
slechts 1 is, of zelfs 3. Deze eieren worden dan gebroed,
ongeveer 44 dagen lang. Wanneer dan 'het' moment aangebroken is,
breekt het jong het ei open, met een knobbel op zijn bek
(eitand). Het mannetje brengt het eten aan tijdens de nest
periode. De "vliegopleiding" van de jongen duurt zo'n 70 dagen.
Wanneer de moeder twee eieren legt, dan breekt het tweede ei
meestal een paar dagen later dan het eerste ei. Het eerste
kuiken zal er alles aan doen om het andere uit het nest te
jagen: voorkomen dat het eten krijgt, of het zelfs doodpikken.
Wanneer de moeder op het nest zit, dan neemt het vechten wel af,
maar ze zal zeker niet tussenbeide komen.
De lichaamsbouw
De steenarend is een grote, bruine roofvogel, met de bekende
arendskop, bestaande uit de haaksnavel, een verhoudingsgewijs
kleine kop, en twee grote, lichtbruine ogen. Een steenarend is
ongeveer 80cm lang. De wijfjes zijn beduidend groter dan de
mannetjes. Hun spanwijdte kan wel 2m20 bedragen!
De steenarend heeft een mooi kleurenspel. Zijn gladde kruin en
nekveren hebben goudbruine punten. De onderkant van deze vogel
is donkerder dan zijn bovenkant. De vleugel- en staartveren
vertonen een onregelmatig patroon van brede grijze en bruine
stroken. Een onvolwassen steenarend heeft zelfs een witte brede
baan aan de basis van z'n staart.
Voedsel
Deze havikachtige vogel heeft een voorkeur voor zoogdieren als
hoofdschotel. In de winter voedt hij zich ook met aas, maar
reptielen en andere prooidieren staan eveneens op zijn menu.
In vele gebieden zijn hazen en konijnen een belangrijke
voedingsbron. |
|
|
|
|
|
|