De
"bedekte hagedis" was bedekt met een pantser en grote beenplaten.
Zo is hij aan zijn naam gekomen. Het is net een lopende
pantserwagen. Deze pantserwagen viel echter niet aan. De
Stegosaurus at planten en het pantser beschermde hem tegen zijn
vijanden.
Als je de afbeelding van de Stegosaurus bekijkt, zie je
onmiddellijk een dubbele rij beenplaten op de rug. Ze beginnen
vlak achter de kop en eindigen aan het einde van de staart. Op het
laatste deel van de staart staan vier grote stekels. De
Stegosaurus kon niet hard lopen, maar wel vervaarlijk zwaaien met
zijn gevaarlijke staart die zijn vijanden uit de buurt hield. Dat
was nu precies wat de Stegosaurus nodig had. De achterpoten zijn
op vallend langer de voorpoten. Dit wijst er op dat dit dier
afstamt van voorouders die op sterke achterpoten liepen. De
Stegosaurus liep echter op vier poten en met de heupen omhoog en
de kop dicht bij de grond. Hij heeft vermoedelijk onhandig
gelopen, maar hij kon gemakkelijk aan lage planten knabbelen.
Opvallend is de zeer kleine kop. Welke erg klein voor dit
reusachtige dier. De hersens van de Stegosaurus waren niet groter
dan een walnoot. Net groot genoeg om de kaken en voorpoten te
laten werken. Nabij de heupen waar het ruggenmerg 20 maal zo dik
was als de hersens, een tweede "hersenstelsel" dat de grote
achterpoten en de staart deed werken. Ondanks de kleine hersens
was de Stegosaurus een verbeterde uitgave van de vroegere
dinosauriërs. Hij is wat later ontstaan, maar leefde toch met de
andere soorten samen. De Stegosaurus was in staat harde droge
planten van droge hogere gelegen streken te vermalen. Het pantser
leverde een uitstekende bescherming tegen vijanden. |
|
|
|
|
|
|
|