| |
Sternen
(zeezwaluwen) komen aan de kusten van alle oceanen voor. In de
zuidelijke gebieden zijn het standvogels, in de koelere streken
zijn het trekvogels.
Sternen zijn slanke meeuwen met een min of meer gevorkte staart.
Hun poten zijn zwak en ze kunnen er niet echt goed mee lopen. De
zwemvliezen tussen de tenen zijn niet zo ontwikkeld als bij
andere meeuwen. Daar tegenover staat dat de stern een elegante
vlieger is en een groot uithoudingsvermogen bezit.
Wanneer sternen op een prooi jagen vliegen ze boven het water.
Zodra ze met hun scherpe ogen een prooi in het vizier krijgen
storten ze zich in het water en grijpen ze het dier met hun
snavel. Sternen voeden zich met kleine vissen, wormen, libellen,
insecten en kreeften.
Sternen nestelen vaak in enorm grote kolonies van duizenden
vogels. De eieren leggen ze in kuiltjes in de grond. Bij het
broeden en het grootbrengen van de jongen wisselen de ouders
elkaar af.
Men heeft wel eens geobserveerd dat alle vogels in een kolonie
tijdens het broeden dezelfde kant uit keken. De nesten liggen
dicht tegen elkaar aan. De jongen worden, als er gevaar dreigt,
moedig verdedigd.
Bekende soorten sternen zijn de Noordse stern, de zwarte stern
en het visdiefje. |
|
|
|
|
|
|