| |
Een erfelijke
stofwisselingsziekte, Porfyrie - van het Griekse 'porphuros' (purper) -
is genoemd naar de verkleurende urine van de patiënten. Het is de
verzamelnaam voor verschillende ziektebeelden die ontstaan door
stoornissen in de opbouw van het heem, de bouwsteen van het hemoglobine.
Hemoglobine transporteert zuurstof van de longen naar de lichaamscellen
en kooldioxide in omgekeerde richting. De tientallen miljarden rode
bloedcellen (erythrocyten) in ons lichaam zitten vol met hemoglobine.
Het heem-molecuul vinden we echter ook in het beenmerg en in de lever,
waar het onderdeel is van de cytochroomeiwitten die betrokken zijn bij
afbraak- en ontgiftigings- processen.
Ons lichaam maakt heem in acht reactiestappen uit glycine en
succinyl-Co-enzym A. Daarbij kan het op minimaal acht manieren verkeerd
gaan. Oorzaak is steeds het ontbreken of tekortschieten van een enzym
dat één van de reactiestappen katalyseert. Stoffen die wel geproduceerd
worden, maar niet verder verwerkt door het ontbreken van het enzym dat
de volgende reactiestap moet verzorgen, stapelen zich op of worden door
de stofwisseling op een andere manier verwerkt. Uiteindelijk worden ze
wel uitgescheiden in urine of faeces, maar onderweg kunnen producten
ontstaan die door hun hoge concentraties ziekte veroorzaken. Een
gebrekkig of ontbrekend enzym is bijna altijd een gevolg van de
genetische aanleg van de patiënt. De genfout leidt soms direct tot een
gestoorde heemsynthese, maar vaak blijft de heemsynthese onder normale
omstandigheden op peil. Pas bij storende omgevingsinvloeden gaat er dan
iets mis.
De acht reactiestappen geven ook de bijbehorende porfyriesoort aan.
Hieronder staan de acht soorten:
- ALAD-deficiëntie (ALADD)(ADP)
- Acute Intermitterende Porfyrie (AIP)
- Congenitale Erythropoïetische Porfyrie (CEP) (ziekte van Günter)
- Porphyria Cutanea Tarda (PCT) (heterozygote vorm)
- Hepato Erythropöetische Porfyrie (HEP) (homozygote vorm)
- Heriditaire Coproporfyrie (HCP)
- Porphyria Variegata (PV)
- Erythropoïetische Protoporfyrie (EPP)
Maar dat is nog niet alles, bij een aantal soorten Porfyrie zijn ook
mutaties bekend van de soort, zo zijn er van AIP 90 mutaties bekend.
Elke mutatie levert weer een ander ziektebeeld op.
Elke porfyriesoort heeft zijn eigen symptomen, maar ook binnen de soort
zijn er grote verschillen tussen patiënten met porfyrie. De een kan een
redelijk normaal leven leidden met weinig klachten, een ander zal vaker
naar het ziekenhuis moeten voor behandelingen maar kan tussen de
aanvallen door een redelijk normaal leven leidden en er zijn patiënten
die continu ziek zijn met tussendoor heftige aanvallen. Er zijn
patiënten die redelijk tot goed behandeld kunnen worden en er zijn
patiënten met mutaties die nauwelijks tot niet behandeld kunnen worden.
De symptomen zijn zeer divers, tot symptomen die door artsen niet
verklaard kunnen worden, de meest vreemde zaken kunnen voorkomen. In de
meeste artikelen wordt de standaard Porfyrie patiënt besproken. Maar
ervaring leert dat er eigenlijk geen standaard porfyrie patiënt bestaat.
Omdat de klinische verschijnselen ook bestaan uit psychische klachten
worden veel porfyrie patiënten in eerste instantie naar een psychiater
of het RIAGG gestuurd. Het kost vaak heel veel strijd en het geluk een
arts tegen te komen die de ziekte kent voordat een porfyrie patiënt
erkend wordt
De veel voorkomende acute intermitterende porfyrie (AIP) leidt bij de
meeste bezitters van het dominante afwijkende gen niet tot klinische
verschijnselen. Er zijn meestal niet-genetische factoren nodig om de
ziekte uit te lokken. Hormonale veranderingen, sommige geneesmiddelen,
een streng dieet of vasten, of een combinatie van die factoren roepen de
ziekte op. De aandoening treedt aanvalsgewijs op met braken, buikpijn,
pijn in de ledematen, verstopping, slapheid, trillen en beven, vlagen
van waanzin, hallucinaties, psychosen, hoge bloeddruk en snelle
polsslag. Er zijn geen huidafwijkingen. Sommige patiënten hebben last
van continu aanvallen. Onderzoeker Arnold heeft gepostuleerd dat Vincent
van Gogh (1853-1890) aan de ziekte leed. Diverse stoffen kunnen bij
Vincent AIP hebben uitgelokt. Daaronder zijn alcohol (of de alsem in de
door hem geliefde absint), kamfer (als slaapmiddel), terpentijn en lood
(in olieverf). In Nederland lijden naar schatting 800 mensen aan AIP.
De meest voorkomende afwijking - ook het best behandelbaar - is
porphyria cutanea tarda (PCT). In Nederland wonen tussen de 800 en 1600
patiënten. Ook bij deze porfyrie zijn vrijwel altijd omgevingsinvloeden
nodig voordat zij tot uiting komt. Uitlokking geschiedt onder andere
door ijzerverbindingen, alcohol, hepatitis C-virus of oestrogenen (de
anticonceptiepil of behandeling van prostaatkanker). Ongeveer eenvijfde
van de patiënten heeft een tweede erfelijke afwijking: hemochromatose,
een leverziekte die ook samenhangt met onze ijzerhuishouding.
Bij PCT staan huidafwijkingen op de voorgrond. Vooral aan zonlicht
blootgestelde delen als gezicht en handen vertonen blaren en
verkleuringen. Er is vaak ovenmatige haargroei, ook op minder
gebruikelijke plekken. Bij blanken leidde de donkerder huid vroeger soms
tot bijnamen als 'de Moor'.
Bij de behandeling van deze ziekte bewijst het aloude aderlaten nu eens
goede diensten. Het aftappen van drie liter bloed, in vijf tot zes
sessies gedurende een paar maanden geeft een forse depletie van ijzer in
de lever en kan afdoende zijn. Vaak treden daarna nooit meer
huidafwijkingen op.
De porphyria variegata (PV), is de afwijking die hoort bij de
voorlaatste stap van de heemsynthese. PV is niet alleen frequent in
Zuid-Afrika maar ook in Finland en andere Oostzeelanden. Het kan zijn
dat de verspreiding van PV is begunstigd door het Hanze-verbond; dat
verklaart dan de aanwezigheid van de ziekte rond Deventer. In Nederland
zijn 26 families met PV bekend, met enkele honderden leden die uiteraard
niet allemaal patiënt zijn. Acute aanvallen kunnen worden voorkomen en
gecureerd als beschreven bij AIP, maar de huidafwijkingen zijn zeer
moeilijk te behandelen.
In Nederland is van ongeveer 200 mensen bekend dat zij ten gevolg van
EPP overgevoelig zijn voor het zichtbare licht van de zon, d.w.z. het
paarse deel daarvan. Dat betekent dat de huid die een bepaalde periode
aan dat licht bloot gesteld is ontsteekt, rood wordt en het gevoel geeft
in brand te staan. Het is een overheersende pijn die dagen lang kan
aanhouden. Soms ontstaan er zwellingen en ook wel komen
bloeduitstortingen voor. De laatste stap van de synthese bestaat uit
omzetting van protoporphyrie in haem wat voor een enzym nodig is, het
zgn. ferrochelatase. Deze omzetting is bij EPP-patiënten verminderd.
waardoor protoporphyrine zich in het lichaam ophoopt. Het teveel van
deze stof is o.a. in de rode bloedcellen terug te vinden. De oorzaak van
deze gestoorde omzetting is waarschijnlijk een onvoldoende werking van
ferrochelatase. Porphyrinemoleculen kunnen licht absorberen en daarbij
een verandering ondergaan. Bij EPP-patiënten kunnen er echter door de
ophoping van protoporhyrine evt. problemen ontstaan. De huid wordt
"ontstoken", d.w.z. zij wordt rood, gezwollen en pijnlijk. De roodheid
ontstaat door vermeerderde bloedtoevoer. |
|
|
|
|
|