|

1. Fysische geografie
Swaziland
bestaat uit vier ongeveer in noord-zuidrichting verlopende
landschapszones, gewoonlijk met hun Engelse namen aangeduid: van west
naar oost: a. High Veld, uitlopers van de Drakensberge, gemiddeld 1000
tot 1300 m hoog (toppen van ruim 1800 m); b. Middle Veld, een glooiend
landschap (500 tot 800 m hoog); c. Low Veld, laagland (150 tot 300 m); d.
Lubombo Range, een tot ca. 800 m hoog, golvend plateau dat vanuit Low
Veld steil oprijst. Tal van kleine rivieren komen vanuit het bergland in
het westen, verenigen zich in het Low Veld tot enkele grotere (zoals de
Usutu, Komati, Mbuluzi en de Ngwavuma) en monden uit in de Indische
Oceaan.
1.1 Klimaat
High Veld en Middle Veld ontvangen gemiddeld 1400 resp. 900 mm neerslag
per jaar, het savanneachtige Low Veld is droog (600 mm) en kent hoge
temperatuurgemiddelden. Het Middle Veld en het Lubombo Plateau hebben
een enigszins subtropisch klimaat.
2.
Bevolking
Etnisch bestaat de bevolking voornamelijk uit Nguni (Swazi, Tonga en
Zoeloes). Ruim 4% is blank (vnl. van Britse en Zuid-Afrikaanse origine)
en ca. 1% is van gemengd bloed. Enkele tienduizenden Swazilanders werken
in de Republiek van Zuid-Afrika. De jaarlijkse bevolkingsaanwas bedroeg
in de periode 1985-1994 3,4%. De hoofdstad Mbabane heeft ca. 52.000 inw.;
tweede grote stad is Manzini, met ca. 18.000 inw. Officiële taal is het
Engels, omgangstaal het Siswati.
Naar schatting is ca. 80% van de bevolking christen; de rest hangt
natuurreligies aan. Te Mbabane zetelt een anglicaans, te Manzini een
rooms-katholiek bisschop.
3. Bestuur en
samenleving
Swaziland is een monarchie waar de koning alle macht in handen heeft.
Hij regeert zonder grondwet en benoemt de leden van het kabinet. Sedert
1978 is er een Senaat van 80 leden en een Huis van Afgevaardigden van 65
leden, van wie 10 leden door de koning en de stamhoofden worden benoemd.
Politieke partijen zijn sedert 1973 verboden.
Administratief is het land in vier districten ingedeeld, Shiselweni,
Lubombo, Manzini en Hhohho, die door districtscommissarissen bestuurd
worden. Het lokaal bestuur is in handen van 40 stamhoofden, die door
stamraden worden bijgestaan.
Swaziland is lid van de Verenigde Naties, de Commonwealth en de
Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) en geassocieerd lid van de EU.
4. Economie
Swaziland
heeft een vrijemarkteconomie waarin de particuliere sector overheerst.
De rol van buitenlands kapitaal zowel in de landbouw als in de industrie
is aanzienlijk, ondanks de door de regering aangemoedigde afrikanisering
van deze sectoren. Zowel landbouw als industrie levert aanzienlijke
bijdragen
aan de uitvoer
en dit gecombineerd met de inkomsten uit het toerisme en de overmakingen
van gelden door de in de Republiek van Zuid-Afrika werkende Swazilanders
maken dat het land in de jaren zeventig een snelle economische groei
heeft gekend.
Ca. drievijfde van de werkende bevolking is in de landbouw werkzaam, die
ca. 12% aan het Bruto Nationaal Product (bnp) bijdraagt en voor 70% van
de exportopbrengsten zorgt. De helft van de bebouwbare grond wordt door
kleine bedrijven in beslag genomen en ca. 45% door plantages en grote
landbouwbedrijven, die grotendeels in handen van blanken en buitenlandse
maatschappijen zijn. Voornaamste landbouwproducten zijn suikerriet,
katoen, tabak, citrusvruchten, aardappelen, groenten, rijst, maïs. De
veehouderij zorgt in de vorm van vlees, melk en huiden voor belangrijke
inkomsten. Hoewel slechts 6% van het oppervlak met bos is bedekt, levert
de bosbouw een aanzienlijke bijdrage aan de inkomsten uit de export. De
commerciële bosbouw is in handen van enkele buitenlandse maatschappijen
en levert vnl. hout voor de papierindustrie.
De industrie is van toenemend belang en draagt voor ca. 40% bij aan het
bnp. De voornaamste takken zijn de verwerking van landbouwproducten en
de lichte industrie. De industriële activiteiten zijn geconcentreerd in
Mbabane en Manzini. De overheid moedigt door middel van de Swaziland
Industrial Development Corporation de industrialisering aan. Het
mijnwezen is van afnemend belang. Voornaamste producten zijn steenkool,
diamant en asbest. De energievoorziening, in handen van de Swaziland
Electricity Board, is aangesloten op het energievoorzieningsnet van de
Republiek van Zuid-Afrika. De grote industrieën hebben een eigen
hydro-elektrische centrale en daarmee is hun afhankelijkheid van
Zuid-Afrika wat elektriciteit betreft afgenomen. Swaziland zelf
importeert er bijna al zijn energie uit.
De handelsbalans is negatief. Voornaamste uitvoerproducten zijn
suikerriet, houtpulp, citrusvruchten en ingeblikt fruit. Belangrijkste
afnemers zijn de Republiek van Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en Japan.
Ingevoerd worden voedingsmiddelen, aardolie, chemische producten,
machines en transportmiddelen. Voornaamste leveranciers zijn: de
Republiek van Zuid-Afrika en Groot-Brittannië.
Het toerisme levert veel deviezen op. Met name de speelcasino's in de
omgeving van Mbabane trekken veel bezoekers uit de Republiek van
Zuid-Afrika.
Swaziland krijgt vooral ontwikkelingshulp uit Groot-Brittannië, de
Verenigde Staten, Canada en Duitsland. Daarnaast geven internationale
organisaties financiële en technische hulp. De regering zelf beïnvloedt
door middel van meerjarenplannen de economie. De centrale bank is de
Central Bank of Swaziland. De twee belangrijkste handelsbanken zijn de
Barclays Bank of Swaziland en de Standard Bank. Daarnaast bestaat de
Swaziland Development and Savings Bank.
Van het totale wegennet van 3000 km is een kwart geasfalteerd. Het
spoorwegnet, met een lijn naar Mozambique en een lijn naar de Republiek
van Zuid-Afrika, wordt geëxploiteerd door de Swaziland Railway Board.
Nationale luchtvaartmaatschappij is de Royal Swazi National Airways
Corporation, die op de buurlanden vliegt. De belangrijkste luchthaven is
Matsapha.
5. Geschiedenis
De Swazi woonden voorheen aan de kust in het zuidoosten van Afrika. In
het begin van de 19de eeuw werden zij door vijandige Zoeloe-stammen
verdreven en vestigden zij zich noordwaarts in het gebied dat nu
Swaziland heet. Het Swazi-rijk werd geleidelijk uitgebreid door
onderwerping van naburige stammen en m.n. onder hoofdman Mswazi kwam een
duidelijke eenheid tot stand. Mswazi en zijn opvolger, Mbandzeni, werden
in toenemende mate geconfronteerd met blanke kolonisten.
5.1 Brits protectoraat
In 1881 en 1884 sloten de Swazi overeenkomsten met de Britse regering en
de regering van de Zuid-Afrikaanse Republiek Transvaal ter garandering
van hun zelfbestuur. Met dezelfde partijen kwamen de Swazi in 1890 tot
een soort protectoraatsovereenkomst, in 1894 vervangen door een nieuwe
regeling waarbij de protectoraats- en bestuursrechten uitsluitend aan
Transvaal kwamen. Na de Boerenoorlog kwamen deze rechten aan
Groot-Brittannië. In 1903 kwam Swaziland onder de Britse gouverneur van
Transvaal en in 1906 onder een Britse hoge commissaris. Hierdoor bleef
het gebied buiten de in 1910 gevormde Unie van Zuid-Afrika. In 1921 werd
hoofdman Sobhuza II gekroond tot koning van Swaziland. Omstreeks 1960
kwamen de eerste politieke partijen tot stand, de koningsgezinde
Imbodkodvo National Movement en het oppositionele Ngwane National
Liberation Congress.
5.2 Onafhankelijkheid
In 1967 kreeg het land interne autonomie en op 6 sept. 1968 de volledige
onafhankelijkheid. De machtsverhoudingen bleven onveranderd. De
koninklijke familie bestuurt het land, daarbij gesteund door de blanke
minderheidsgroep. Swaziland bleef politiek en economisch sterk
afhankelijk van de Republiek van Zuid-Afrika.
In mei 1972 verwierf de oppositie, die een onafhankelijke koers ten
opzichte van de Republiek van Zuid-Afrika voorstaat, voor het eerst drie
parlementszetels.
5.3 Absolute monarchie
Nog geen jaar later werd door de koning de grondwet opgeschort en werden
de politieke partijen verboden. In 1977 werd een op de
stammengemeenschap gebaseerde vorm van inspraak, de tinkhundla,
ingevoerd. In 1978 werden verkiezingen gehouden voor een kiescollege,
dat op zijn beurt de leden van de Nationale Vergadering moest aanwijzen.
Tegen leden van de oppositie, zoals Ambrose Zwane, werd streng
opgetreden. Deze werd verscheidene malen gedetineerd, maar wist in 1978
naar het buitenland te ontsnappen. Aan het eind
van
de jaren zeventig deed een nieuwe oppositionele groepering, de SWALIMO (afk.
v. Swaziland Liberation Movement), van zich spreken. Koning Sobhuza II
overleed in aug. 1982. Tot aan de beëdiging van de nieuwe koning
Mswati III - zie foto in 1986 was de weduwe van koning Sobhuza II,
koningin-moeder Ntombi, regentes. Onder het bewind van Mswati III hield
de onderdrukking van de politieke oppositie, verenigd in het Ngwane
National Liberatory Congress (NNLC), aan. In 1992 stelde de koning een
comité in dat het verkiezingssysteem moest gaan hervormen.
In 1993 werden voor het eerst in twintig jaar verkiezingen voor het
parlement gehouden. Ook voor deze verkiezingen mochten bestaande
politieke partijen geen kandidaten leveren. 1995 was een jaar van
intense politieke onrust. Verscheidene oppositiegroepen eisten opheffing
van het verbod op politieke partijen. In maart beleefde Swaziland de
grootste staking uit zijn recente geschiedenis, georganiseerd door de
overkoepelende Swaziland Federation of Trade Unions. In jan. 1996
organiseerde dezelfde bond een staking van een week ter ondersteuning
van zijn eis om de absolute monarchie te beëindigen en een
meerpartijenstelsel in te voeren. Koning Mswati III beloofde een brede
consultatie over de Grondwet, maar later bleek dat hij niet van plan was
het verbod op politieke partijen op te heffen.
Telefoongids Swaziland
Postcodes
Swaziland
|