header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Taiwan

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 

 

Taiwan of Nationalistisch China (officieel: Ta Tjoeng-Hwa Min Kwo), vroeger ook wel Formosa genoemd, republiek op het eiland Formosa, voor de zuidoostkust van het Chinese vasteland, daarvan gescheiden door de 150 ŗ 180 km brede Straat van Formosa (Taiwan Haisja), tevens omvattend de Pescadores en de strategisch belangrijke eilanden Matsoe (Oelloeng Do) en Quemoy, 36.202 km2, met (schatting 1994) 21,1 miljoen inw. (588 inw. per km2); hoofdstad: T'ai-pťi. Munteenheid is de New Taiwan dollar (NT $), onderverdeeld in 100 cents. De nationale feestdag is 10 okt. (herdenking van de opstand in 1911, die het einde van het keizerrijk inluidde).

1. Landschap en klimaat
Ongeveer tweederde deel van de oppervlakte van het 390 km lange en maximaal 140 km brede eiland wordt in de lengte doorsneden door parallel lopende bergketens, aan de oostkust veelal steil uit zee oprijzend, in het westen terrasvormig dalend (Taiwan betekent letterlijk: terrassenkust) en ten slotte overgaand in een alluviale kustvlakte. Van de vele hoge bergtoppen bereikt de Sinkau Sjan 3950 m en de Tsoekau Sjan 3931 m. Op het centrale bergland ontspringen rivieren die in alle richtingen naar de kusten afdalen. Het klimaat is subtropisch (gemiddelde jaartemperatuur 21 įC, neerslag 2500 mm). Het bergland is dicht bebost met o.m. eiken-, cipressen- en cederhout, kamfer en kurk.
De plantengroei en dierenwereld van het eiland zijn een afspiegeling van die van Zuid-China, maar zijn minder rijk aan soorten. Op Taiwan komen geen grote hoefdieren voor; wel vindt men er een aap, de kraagbeer, de nevelpanter, drie hertensoorten en een geitantiloop. Daarnaast kent men o.a. 54 soorten echte zoetwatervissen. De natuurbescherming staat nog in de kinderschoenen.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De bevolking bestaat uit afstammelingen van sinds de 17de eeuw geŽmigreerde bewoners van het Chinese vasteland, ruim 2 miljoen vasteland-Chinezen (met hun nakomelingen) die in 1949 Tjiang K'ai-sjek zijn gevolgd en ruim 200.000 autochtonen (Palaemongoliden en Zuidsiniden), die etnisch en cultureel aan de Maleiers verwant zijn en als jagers en hakbouwers in de bergen leven. De natuurlijke bevolkingsaanwas bedroeg tussen 1980 en 1993 1,3% per jaar. De grootste steden zijn: Taipťi (1994: 2,7 miljoen inw.), Kau-sjioeng (1,4 miljoen inw.); T'ai-Tsjoeng (795.000 inw.) en Tainan (695.000 inw.).
2.2 Taal
OfficiŽle taal is het Chinees.
2.3 Religie
Het confucianisme heeft min of meer de status van officiŽle ideologie. De twee religies in engere zin zijn het boeddhisme, met 4 miljoen aanhangers, en het tauÔsme, met 2,3 miljoen aanhangers. Er zijn ruim 700.000 christenen, van wie ruim 420.000 protestanten (presbyteriaanse kerk) en bijna 300.000 rooms-katholieken. Daarnaast zijn er nog ruim 40.000 islamieten.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting en bestuur
De grondwet is die welke in 1946 door het toenmalige Kwo-min-tang-bewind op het vasteland van China (waar sedert 1949 de Volksrepubliek China is gevestigd) werd opgesteld. De grondwet pretendeert nog steeds te gelden voor geheel China; het land blijft zich dan ook de Republiek China noemen. Volgens deze opvatting is de zetel van de centrale regering, in afwachting van terugkeer naar het vasteland, tijdelijk in Taipťi. In 1987 werd deze opvatting min of meer losgelaten. De Militaire wet werd vervangen door de Nieuwe Veiligheidswet, waardoor nieuwe politieke partijen in beperkte mate werden toegestaan en sommige grondwettelijke rechten weer in ere werden hersteld. Zo viel de burgerbevolking niet meer onder de jurisdictie van de militaire gerechtshoven.
Staatshoofd is de president, die tevens opperbevelhebber van de strijdkrachten is en gekozen wordt door een Nationale Vergadering (gekozen voor zes jaar). Het hoogste wetgevende orgaan is de wetgevende juan (raad), die om de drie jaar gekozen wordt. De uitvoerende macht berust bij de uitvoerende juan, waarvan de voorzitter (minister-president) benoemd wordt door de president van de republiek. In april 1991 tekende president Lee verklaringen die formeel een eind maakten aan 40 jaar 'burgeroorlog' tussen Taiwan en de Volksrepubliek China. Een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, die tegelijkertijd werden doorgevoerd, voorzag o.a. in het ontslag van 'bejaarde' parlementsleden (de in de jaren veertig voor het leven gekozen leden).
3.2 Politieke organisatie; partijwezen
De grootste politieke partij is de Kwo-min-tang. Na de komst van de Nieuwe Veiligheidswet (1987) ontstonden er verscheidene nieuwe politieke partijen, waarvan de Democratic Progress Party (DPP) de grootste aanhang heeft en in toenemende mate invloed kan uitoefenen.
3.3 Administratieve indeling
Volgens de grondwet is heel China (vasteland en eiland) ingedeeld in provincies, met aan het hoofd een door de president benoemde gouverneur, die wordt bijgestaan door een provincieparlement. Taiwan is de enige provincie die de facto onder de jurisdictie van de nationale regering valt. De bij Taiwan behorende eilanden Quemoy en Matsoe, die historisch deel uitmaken van de Chinese provincie Foe-tjien (Fujian), hebben ook een gouverneur. De provincie Taiwan is onderverdeeld in 16 districten en vijf stedelijke gebieden.
3.4 Rechtswezen
De rechtelijke juan, het hoogste rechtsprekende orgaan, heeft het recht de grondwet te interpreteren.
3.5 Lidmaatschap van internationale organisaties
Taiwan onderhoudt slechts met een beperkt aantal landen diplomatieke betrekkingen. In 1971 moest het zijn zetel in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties overdragen aan de Volksrepubliek China. Wel zijn in een groot aantal landen handelsbureaus gevestigd.
3.6 Defensie

Taiwan beschikt over goed geoefende en uitgeruste strijdkrachten (425!000 man). Sedert het defensieverdrag met de Verenigde Staten in 1979 beŽindigd is, behoort de republiek tot geen enkel militair bondgenootschap.
3.7 Sociale en medische voorzieningen
Taiwan heeft een uitgebreid stelsel van sociale voorzieningen, dat bijna alle risico's dekt. Daarnaast bestaat er een uitgebreide arbeidswetgeving. De gezondheidszorg is gedeeltelijk in staats- en gedeeltelijk in overheidshanden, en staat op een hoog peil. Zij is gratis voor de lagere inkomens. De gemiddelde levensverwachting is 72 jaar voor mannen en 78 jaar voor vrouwen.
3.8 Onderwijs en ontwikkelingsniveau
Het onderwijs is deels in staats-, deels in particuliere handen. Er is een negen jaar durende leerplicht. Analfabetisme komt vrijwel niet voor (6%). Er zijn tien universiteiten en een twintigtal andere instellingen voor hoger onderwijs.
3.9 Pers en omroep
Volgens de grondwet is er vrijheid van meningsuiting, maar de overheid kan ingrijpen en publicaties tegenhouden. Er zijn bijna 300 dagbladen en ruim 5000 periodieken, waarvan de Chung-yang jiih-pao het officiŽle orgaan van de Kwo-min-tang is. De Broadcasting Corporation of China (BCC) is het belangrijkste radiostation, voorts zijn er vier commerciŽle televisiestations: de Taiwan Television Enterprise (TTE), de China Television Company (CTC) en de China Television System (CTS). In 1995 kwam daar de oppositionele People's Broadcasting Corporation bij.

4. Economie
4.1 Algemeen
Taiwan heeft een vrijemarkteconomie waarin de overheid een belangrijke rol speelt. De economie wordt volgens meerjarenplannen geleid. Het land heeft met name in de jaren zeventig en tachtig een snelle economische groei doorgemaakt en wel met een jaargemiddelde van ruim 8%. Het Bruto Nationaal Product (bnp) per hoofd van de bevolking steeg in de periode 1970-1990 met ruim 7% per jaar. Het inkomen per hoofd van de bevolking is een van de hoogste in AziŽ: $ 11!600 en de werkloosheid is tot een minimum teruggebracht (1, 6%). De groei was te danken aan de grootscheepse industrialisering, die mogelijk gemaakt werd door een succesvolle landbouwhervorming in de jaren vijftig, die een eind maakte aan het grootgrondbezit en duizenden kleine pachters tot grondeigenaren maakte. De overtollig geworden boeren konden gemakkelijk in de inmiddels van de grond gekomen industrie, gefinancierd door de opbrengsten van de agrarische export, opgenomen worden. Het aandeel van de agrarische sector aan het bnp liep terug van 31,6% in 1961 tot 4% in 1994. Het aandeel van de agrarische beroepsbevolking aan het totaal liep terug van 56,1% in 1952 tot 12% in 1993. Het aandeel van de industrie aan het bnp steeg van 28,4% in 1966 tot 37% in 1994. Het aandeel van de beroepsbevolking in deze sector aan het totaal steeg van 23,4% naar 39% in 1993.
4.2 Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij
De landbouw wordt vnl. aan de westkant van het eiland bedreven. Rijst is het voornaamste product, gevolgd door suikerriet en aardappelen, aardnoten, thee, tabak, bananen, ananas en citrusvruchten. De veehouderij voorziet vrijwel geheel in de binnenlandse vraag en bestaat voor het grootste deel uit varkensfokkerij. De bosbouw is, nadat in de jaren zestig veel gekapt is, uit milieuoverwegingen aan banden gelegd. Ca. de helft van het oppervlak is met bos bedekt. De visserij is van grote betekenis voor de uitvoer. In snel tempo is de vloot voor de kustvisserij gemoderniseerd en tevens werd een vloot voor de zgn. verre visserij gebouwd.
4.3 Mijnbouw
De mijnbouw omvat steenkool-, aardgas- en aardoliewinning, alle op bescheiden schaal.
4.4 Energievoorziening
De opwekking en distributie van elektrische energie is in handen van de Taiwan Power Company en geschiedt via kerncentrales, warmtekracht- en waterkrachtcentrales.
4.5 Industrie
De industriŽle activiteiten richtten zich aanvankelijk op de verwerking van landbouwproducten, maar sedert het begin van de jaren zeventig werden ook kapitaal- en technologisch intensieve bedrijven aangetrokken. De staat zelf heeft een aantal zware industrieŽn gesticht: o.a. staalfabrieken, hoogovens, scheepsbouw, petrochemie, machine-, automobiel- en wapenindustrie. Door de oprichting van 'export processing zones' zijn westerse bedrijven aangetrokken, die tegen aantrekkelijke voorwaarden hun producten vervaardigen, die dan weer uitgevoerd worden. Voornaamste industriŽle producten zijn: allerlei fabrikaten (zowel basis- als gecompliceerde goederen), machines en transportgoederen.
4.6 Handel
De handelsbalans vertoont al sedert de jaren zeventig een overschot. Wegens een beperkte binnenlandse markt is de economie sterk afhankelijk van de export. De belangrijkste uitvoerproducten zijn: textiel, elektronische producten, landbouwproducten, metallurgische producten en kunststoffen. Voornaamste afnemers zijn: de Verenigde Staten, Japan en Hong Kong. Ingevoerd worden aardolie, chemische en elektronische producten. De voornaamste leveranciers zijn: Japan, de Verenigde Staten en Duitsland.
4.7 Bankwezen
De centrale bank is de Central Bank of China. Daarnaast bestaan er 16 algemene banken. Een groot aantal buitenlandse banken heeft vestigingen in Taiwan.
4.8 Verkeer
Taiwan beschikt over een uitstekend wegennet. Het spoorwegnet, grotendeels geŽlektrificeerd, is van groot belang voor het personen- en vrachtvervoer. Belangrijkste zeehavens zijn T'ai-tsjoeng, Kau-sjioeng, Tji-loeng en Hwa-lien. De nationale luchtvaartmaatschappij is China Air Lines (CAL). Taipťi en Kau-sjioeng hebben een internationale luchthaven.

5. Geschiedenis
5.1 Formosa
Taiwan was de Chinezen reeds sinds het begin van de 7de eeuw n.C. bekend, maar pas aan het begin van de 17de eeuw vestigden zich groepen Chinezen op het eiland, o.a. als gevolg van hongersnoden in de tegenoverliggende provincie Foe-tjiŤn (Fujian). Voor en na die tijd diende het Chinese en Japanse zeerovers als steunpunt. Portugezen, die het eiland in 1590 ontdekten, noemden het 'Ilha formosa' (= het schone eiland), maar konden er zich niet blijvend vestigen, in tegenstelling tot de Nederlandse Oost-Indische Compagnie (1624, in het zuiden) en de Spanjaarden (1626, in het noorden). In 1642 verdreven de Nederlanders de Spanjaarden en beheersten nadien het gehele eiland, met als centrum het fort Zeelandia nabij het tegenwoordige Tainan. In 1662 echter dwong Coxinga, de Chinees/Japanse zeerover en voorvechter van de verdreven Ming-dynastie, de Nederlanders onder hun laatste gouverneur, Coyett, tot de aftocht. Coxinga en zijn zoon heersten in naam van de Ming over Taiwan, totdat het eiland in 1683 ten dele met Nederlandse hulp door de Mantsjoes werd veroverd. Formosa behoorde aanvankelijk tot de provincie Foe-tjiŤn. In 1886 tot zelfstandige provincie verklaard, moest het eiland als gevolg van de Chinees-Japanse Oorlog aan Japan worden afgestaan. Ondanks verzet van de Chinezen kwam het onder Japans koloniaal bewind tot bloei. In de Tweede Wereldoorlog was Formosa een van Japans belangrijkste militaire bases. Als gevolg van de overeenkomst van CaÔro van 1943 werd het eiland, na Japans capitulatie, op 25 okt. 1945 aan China teruggegeven. Verzet tegen het nieuwe regime en het wanbeheer dat het voerde tijdens de naoorlogse chaos en burgeroorlog op het vasteland, leidde in 1947 tot een opstand, die echter onderdrukt werd. In mei 1947 werd Taiwan met de Pescadores-eilanden opnieuw een zelfstandige Chinese provincie.
5.2 Nationalistische Republiek China
Toen in de loop van 1949 het gehele vasteland in handen van de communisten was gekomen, werd Taiwan het laatste bolwerk van Tjiang K'ai-sjek, die zich er met zijn Kwo-min-tang-regering aan het hoofd van de (Nationalistische) Republiek China handhaafde. De invasie van ca. 1,5 miljoen vastelands-Chinezen belastte de economie van het eiland zwaar en leidde aanvankelijk tot spanningen tussen de 'inheemse' meerderheid en de regerende minderheid van 'immigranten'. De Nationalistische regering in ballingschap achtte zichzelf slechts tijdelijk op Taiwan als buitenpost gevestigd en handhaafde een staat van militaire paraatheid, om te zijner tijd het vasteland te heroveren. In deze sfeer van permanente mobilisatie kwam een normaal politiek leven slechts langzaam op gang en bleef de macht feitelijk geheel in handen van het oude Kwo-min-tang-kader onder de eenhoofdige leiding van Tjiang K'ai-sjek. De ca. 10 miljoen Taiwan-Chinezen kwamen er nauwelijks aan te pas. Als boeren en handelaars profiteerden zij echter eerder van de economische groei dan de van bescheiden regeringsstipendia levende 'immigranten' - merendeels politici, ambtenaren, intellectuelen en militairen.
De economische groei werd gestimuleerd door massale militaire, economische en technologische steun van de Verenigde Staten: tot 1965, toen de economische steun beŽindigd werd. Naarmate het bestuur evenwichtiger en doelmatiger werd, ontwikkelde ook het politieke leven zich in meer democratische richting.
Op het gebied van de internationale politiek was de toestand minder rooskleurig. Hoewel enerzijds Communistisch China met de 'bevrijding' van Taiwan geen ernst scheen te maken - de periodieke beschietingen van de Nationalistische eilandjes Quemoi en Matsoe voor de kust van het vasteland leidden in 1955 en 1958 tot kortstondige crises, maar, dankzij de aanwezigheid van de Amerikaanse Zevende Vloot, niet tot grootscheepse militaire actie - bleek anderzijds het al even luidruchtig beleden doel van triomfantelijke terugkeer naar het vasteland buiten bereik van het bewind in Taipťi te liggen.
5.3 Taiwan geÔsoleerd
De internationale positie van het land werd in het begin van de jaren zeventig nog verder verzwakt door de erkenning van de Volksrepubliek door een toenemend aantal landen, de uitstoting uit de Verenigde Naties in okt. 1971 en de Chinees-Amerikaanse toenadering in 1972. In 1973 werd een uitnodiging van de Volksrepubliek voor het houden van besprekingen over een hereniging van China door Taiwan afgewezen. Tjiang K'ai-sjek overleed in 1975; hij werd opgevolgd door Jen Tjiakan. In 1978 koos de Nationale Vergadering Tjiang Tjing Kwo, zoon van Tjiang K'ai-sjek en tot dan toe premier, tot president. De diplomatieke isolatie werd steeds groter, met als dieptepunt het verbreken in 1979 door de Amerikaanse regering-Carter van de betrekkingen tussen beide landen. Wel nam het Amerikaanse Congres enkele maanden later de Taiwan Relations Act aan, die wapenleveranties aan Taiwan garandeert en waarin de Verenigde Staten zich garant stellen voor de veiligheid van Taiwan. Ter behartiging van de belangen van de beide 'volken' werden spoedig daarna in beide landen bureaus geopend, die in feite de vroegere ambassades en consulaten vervingen. Dit voorbeeld werd nagevolgd door de voornaamste westerse landen.
5.4 Economische groei
Taiwan kende een opzienbarende economische ontwikkeling die het land in korte tijd tot een van de welvarendste van AziŽ heeft gemaakt en daarmee tot een aantrekkelijke handelspartner. Gespannen bleef de verhouding met de binnenlandse oppositie, die democratiseringen en de erkenning van Taiwan als een onafhankelijke staat, los van het Chinese vasteland, eiste. In 1986 vormde een aantal oppositieleden de Democratische Progressieve Partij (DPP) en een jaar later begon de Kwo-min-tang voorzichtige hervormingen door te voeren. De staat van beleg werd in juli 1987 vervangen door een nationale veiligheidswet, die o.a. nieuwe partijen toeliet en burgers aan de jurisdictie van de militaire rechtbanken onttrok. Oudere, nog van het vasteland afkomstige parlementsleden van de Kwo-min-tang werden aangemoedigd ontslag te nemen en president Tjiang Tjing-kwo werd in jan. 1988 opgevolgd door de autochtoon Lee Teng-hui. Onder zijn leiding werd in april 1991 officieel een einde gemaakt aan de staat van oorlog met de Chinese Volksrepubliek, en werden verkiezingen in het vooruitzicht gesteld. De Kwo-min-tang, nu sterk verjongd, bleef echter aanspraak maken op het gehele Chinese grondgebied.
5.5 Verhouding met de Volksrepubliek China
De betrekkingen tussen beide China's werden in 1992 steeds nauwer. Tal van Taiwanese industrieŽn overwegen zich in de volksrepubliek te vestigen, of hebben dat al gedaan. De handel tussen beide staten groeit jaarlijks met dubbele cijfers. Taiwan is hierdoor een van de krachtigste motoren geworden achter de economische ontwikkeling in vooral Zuid-China. In april 1993 werden in Singapore succesvolle 'onofficiŽle' besprekingen gehouden tussen beide China's, waardoor een verdere verbetering van de relaties tussen beide landen zichtbaar werd.
Verschillende pogingen van Taiwan om toe te treden tot de Verenigde Naties werden in 1994 en 1995 door toedoen van Peking verworpen. Het ontbreken van Amerikaanse steun (de Verenigde Staten voeren formeel een ťťn-China-beleid) werd als een van de belangrijkste redenen voor het mislukken van de aanvraag gezien. Dit verhinderde echter niet dat president Lee Theng-hui (zie foto) in juni 1995 van de V.S. toestemming kreeg voor een bezoek aan Cornell, waar hij als oud-student een reŁnie bijwoonde. Het was de eerste keer dat een hoge Taiwanese gezagdrager min of meer officieel tot een land werd toegelaten dat geen diplomatieke betrekkingen met Taiwan onderhield.
In maart 1996 vonden onder grote internationale belangstelling presidentsverkiezingen plaats. Voorafgaand aan de verkiezingen had de Volksrepubliek China voor de kust van Taiwan militaire oefeningen gehouden, bedoeld om de Taiwanese kiezers te intimideren en af te houden van steun aan Lee Theng-hui, die door Peking werd beschouwd als voorstander van Taiwanese onafhankelijkheid, terwijl Peking naar hereniging streeft. Ondanks alle commotie won Lee Theng-hui de verkiezingen, waarmee hij de eerste democratisch gekozen president van Taiwan werd en tevens de eerste die niet op het Chinese vasteland, maar op Taiwan werd geboren. Zijn verkiezing werd gezien als een teken van de opkomst van 'inheemse' Taiwanezen en als een verzwakking van de vastelanders in de Taiwanese politiek. Hoewel Lee Theng-hui in zijn inaugurele rede een welwillende houding tegenover de Volksrepubliek aannam, liet hij er geen twijfel over bestaan dat hij de 'Republiek China' als een historisch en politiek feit beschouwde.

Telefoongids Taiwan
Postcodes Taiwan

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009