De Taj Mahal
(uitgesproken: Tadzj Mahal) is een 17e eeuws bouwwerk in de
Noord-Indiase stad Agra. Het wordt door velen beschouwd als één van
de niet-klassieke wereldwonderen.
Het bouwwerk werd tussen 1630 en 1648 gebouwd in opdracht van de
Indiase heerser Shah Djehan. Sjah Djehan, een Mogol-keizer en
toonbeeld van echtelijke trouw, richtte het praalgraf de Taj Mahal
op als gedenkteken voor zijn, in het moederbed, gestorven gemalin
Moemtaz-i-Mahal.
De Taj Mahal is gemaakt van witte marmer en is rijk versierd met
ingelegde stenen. De vier minaretten op de hoeken zijn van latere
datum en zijn versierd met teksten uit het heilige boek van de
moslims, de Koran.
De lichamen van de keizer en keizerin liggen nog steeds begraven
onder het gebouw. Agra, de Noord-Indiase stad, gelegen aan de Jumna,
was naast knooppunt van wegen en spoorwegen een handels- en
industrieel centrum.