Dit is een blauwtje
dat voorkomt in de zuidelijke delen van India en op Sri Lanka.
Er is geen verschil in uiterlijk tussen de mannetjes en de
vrouwtjes van deze soort. De vlindertjes vliegen telkens kleine
stukjes en gaan dan weer even op de bodem zitten. Ze blijven
actief tot in de avondschemering. Ze vliegen meestal dicht bij
de grond in oerwouden en drogere delen. De eitjes worden gelegd
op de bladeren van vetplanten. De rupsjes maken gangen in de
bladeren en leven daar verborgen voor insecteneters. Het
popstadium duurt meestal niet langer dan een week.