|

1. Fysische geografie
1.1 Landschap
De
zeer gevarieerde morfologie van Tanzania's vasteland wordt in sterke
mate bepaald door drie elementen, van oost naar west: a. een vrij smalle
kuststrook; b. het vlakke tot zwak golvende centrale plateau (gemiddeld
1200 m hoog); c. de Grote Afrikaanse Slenk (Rift Valley), die zich hier
ten noorden van het Nyasameer in twee slenken
splitst;
het hiermee verband houdende vulkanisme deed o.a. Afrika's hoogste berg,
de Kilimanjaro (5895 m, op de grens met Kenia) ontstaan. Ook Afrika's
diepste punt, in het Tanganyikameer (tot ca. 1430 m diep), op de grens
van Tanzania, vormt een onderdeel van de Rift Valley. Behalve door beide
genoemde grote meren loopt een deel van de landsgrens ook door het
Victoriameer. Zelfs de grootste rivieren zijn praktisch onbevaarbaar.
Vele hebben wel een belangrijk hydro-elektrisch potentieel, dat echter
alleen in het noorden (Pangani) ten dele wordt benut. Een deel van het
binnenland watert af op zoutmeren (Eyasi-, Manyara- en Rukwameer). De
Pangani, Ruvu, Rufiji en Ruvuma monden uit in de Indische Oceaan, de
Kagera (via Victoriameer en Nijl) in de Middellandse Zee en de
Malagarasi (via het Tanganyikameer en de Kongo) in de Atlantische
Oceaan.
1.2 Klimaat
Tanzania bevindt zich geheel in de tropische klimaatzone; meer dan H van
het land heeft een gemiddelde jaartemperatuur van boven 20 °C. In het
bergland komt nachtvorst echter regelmatig voor. Het neerslagpatroon
staat onder invloed van de heersende moessonwinden. Een groot deel van
het land heeft twee regentijden: oktober/november (de zgn. kleine
regens) en maart/mei (de grote regens). De neerslag is sterk variabel en
onregelmatig gespreid over het land; vooral in het centrale deel regent
het veelal onvoldoende voor een betrouwbare landbouw.
1.3 Plantenwereld
Een groot deel (35%) van het vasteland is bedekt met een beboste
savanne, Miombo genaamd. Diverse andere soorten savannen nemen ca.
eenderde van de oppervlakte in en echt grasland (ca. 10%) komt voor in
Serengeti en op enkele andere plaatsen. In totaal is slechts 1,5% van
het land met dicht woud bedekt. Tropisch regenwoud is beperkt tot delen
van hoge bergen. Op Zanzibar is de natuurlijke plantengroei vrijwel
geheel verdrongen door aangeplante, dichte kokospalmbossen.
1.4 Dierenwereld
De
dierenwereld sluit in grote trekken aan bij die van Kenia en is in de
eerste plaats die van de savanne, gekenmerkt door talrijke antilopen
(waarvan de blauwe of gestreepte gnoe verreweg de algemeenste is; in
Tanzania nog in miljoenen), buffels, wrattenzwijnen, giraffen,
nijlpaarden, zebra's, puntlipneushoorns (zeldzaam geworden), olifanten
(bedreigd door stroperij), leeuwen, panters, gevlekte hyena's,
hyenahonden, enz. De fauna van de bossen omvat o.a. verscheidene
apensoorten en in het westen de chimpansee; de dierenwereld van de
kustbossen verschilt enigszins van die van de wouden van het binnenland.
Op de hoge bergtoppen heeft de fauna een alpien karakter. De vogelwereld
is zeer rijk (meer dan 1000 soorten). Reptielen en amfibieën omvatten
honderden soorten. De visfauna van de rivieren is vrij arm, maar de
meren (Victoria- en Tanganyikameer) bevatten grote aantallen soorten,
vooral onder de muilbroeders en verwanten. De overige diergroepen zijn
zeer rijk aan soorten maar nog weinig bekend. Voor de kust liggen
koraalriffen met een typisch tropisch Indopacifische fauna. Het eiland
Zanzibar sluit wat de dierenwereld betreft aan bij het vasteland, zij
het dat er enkele endemische (alleen daar aan te treffen) elementen
voorkomen, zoals o.a. een duiker (antiloop) en een franjeaap. Tanzania
omvat een groot aantal nationale parken en reservaten, waarvan sommige
tot de belangrijkste en beroemdste ter wereld gerekend worden (Serengeti
National Park, Ngorongorokrater). De natuurbescherming is na de
onafhankelijkheid consequent voortgezet, ondanks stroperij en de slechte
economische toestand.
2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De Afrikaanse bevolking (ruim 98% van het totaal) bestaat uit ca. 120
stammen, vnl. Bantoetaligen. De grootste stam is die van de Sukuma (ruim
13%); samen met Nyamwezi, Luguru, Makonde, Ha, Gogo, Haya en Chagga
vormen zij ruim 2 van de bevolking. Er bestaan geen overheersende
tegenstellingen tussen de verschillende stammen. Verder wonen er Niloten
(Luo, Masaï!), Arabieren, Aziaten (vnl. Indiërs en Pakistani) en
Europeanen. De jaarlijkse bevolkingsaanwas bedroeg tussen 1985 en 1994
31‰ (wereldgemiddelde: 17,2‰). De bevolkingsspreiding is zeer ongelijk.
De randgebieden en Zanzibar/Pemba zijn dichtbevolkt. De grootste steden
zijn: Dar es Salaam, belangrijkste haven en voormalige hoofdstad (1,4
miljoen inw.), Zanzibar Town (157.634 inw.), Mwanza (223.013 inw.) en
Dodoma, de (administratieve) hoofdstad (203.833 inw.).
2.2 Taal
Officiële taal is het (Ki)swahili; ook Engels wordt veel gebruikt, o.m.
in het middelbaar en hoger onderwijs.
2.3 Religie
Ca. 25% van de bevolking hangt inheemse natuurreligies aan. Het
percentage islamieten bedraagt ca. 33. Hindoes zijn er vnl. te Dar es
Salaam onder de Aziatische bevolking. Het aantal christenen wordt
geschat op 46%, waarvan 33% rooms-katholiek en 13% anglicaans en
luthers.
3. Bestuur en
samenleving
3.1 Staatsinrichting en bestuur
Volgens de grondwet van 1977 is Tanzania een federatieve republiek,
bestaande uit het vasteland Tanganyika en de eilanden Zanzibar/Pemba.
Staatshoofd is de president, die voor vijf jaar wordt gekozen. Hij
benoemt de premier, is opperbevelhebber van de strijdkrachten, heeft het
recht van veto met betrekking tot de wetgeving, benoemt een deel van de
parlementsleden en heeft het recht het parlement te ontbinden. Het
parlement wordt voor een deel voor vijf jaar gekozen. Zanzibar/Pemba
heeft sedert 1979 een eigen dagelijks bestuur en een gekozen parlement,
die verantwoordelijk zijn voor de interne aangelegenheden van het
eiland. De president van Zanzibar is tevens vice-president van Tanzania.
In werkelijkheid echter wordt Zanzibar al sinds 1964 bij decreet
geregeerd.
3.2 Politieke organisatie; partijwezen
De enig toegestane politieke partij is de Chama cha Mapinduzi (CCM), de
Partij van de Revolutie, die een Afrikaanse vorm van socialisme
nastreeft en nauw is vervlochten met het bestuursapparaat. Bij de CCM
zijn jongeren- en vrouwenorganisaties aangesloten. In febr. 1992 besloot
de CCM de oppositie te legaliseren en, na 27 jaar, een einde te maken
aan het eenpartijsysteem. De toekomstige politieke partijen mochten
echter niet de federatie van het vasteland met Zanzibar aanvechten en
eveneens niet op godsdienstige, regionale, tribale of rassenbasis
geformeerd worden. Vier 'nieuwe' partijen behaalden samen 46 zetels in
het 232 plaatsen tellende parlement (verkiezingen van 1995).
3.3 Administratieve indeling
Het vasteland is bestuurlijk ingedeeld in 25 regio's, die onderverdeeld
zijn in 94 districten. Zanzibar en Pemba zijn in 5 regio's ingedeeld.
Aan het hoofd van een regio staat een door de centrale regering benoemde
commissaris.
3.4 Rechtswezen
In het rechtswezen zijn elementen van de Britse common law, islamitisch
recht, Afrikaans gewoonterecht en Europees burgerlijk recht aanwezig. Op
Zanzibar overheerst het islamitisch recht. In Dar es Salaam is het
Hooggerechtshof gevestigd.
3.5 Lidmaatschap van internationale organisaties
Tanzania is lid van het Gemenebest van Naties, de Verenigde Naties en
hun suborganisaties en van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, is
geassocieerd lid van de EU en aangesloten bij de beweging van
niet-gebonden landen (NGL).
3.6 Defensie
Er bestaat een tweejarige dienstplicht en de strijdkrachten (48!600 man)
worden door landen uit Oost- en West-Europa en door China van materieel
en technisch advies voorzien. Er zijn verder twee paramilitaire eenheden
en een burgermilitie, resp. 1400 en 85!000 man.
3.7 Sociale situatie
De sociale situatie is vooral in de jaren zeventig ingrijpend gewijzigd,
niet in de laatste plaats door de grootscheepse hervestigingscampagne op
het platteland, waarbij ca. 12 miljoen verspreid wonende boeren in ruim
8000 nieuw opgezette Ujaama-dorpen werden gevestigd waardoor allerlei
voorzieningen, zoals gezondheidszorg, onderwijs, water- en
voedselaanvoer voor grote groepen van de bevolking beschikbaar kwamen.
Door de voortdurende terugval in de economische voorzieningen dreigen
deze voorzieningen echter snel af te brokkelen.
3.8 Sociale en medische voorzieningen
Er is een bescheiden stelsel van sociale voorzieningen. De
gezondheidszorg is sedert 1980 geheel genationaliseerd en gratis. Veel
voorkomende ziekten zijn: malaria, tuberculose, meningitis, lepra en
aids. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte is 49,4 jaar voor
mannen en 52,3 jaar voor vrouwen.
3.9 Onderwijs
Het onderwijs, dat kosteloos is, heeft hoge prioriteit in het
overheidsbeleid. Het analfabetisme bedroeg in 1967 nog 77%, maar dankzij
alfabetiseringscampagnes in de jaren tachtig is dat percentage
teruggebracht tot 32% in 1995. In Dar es Salaam is een universiteit
gevestigd, in Sokoine een landbouwuniversiteit.
3.10 Pers en omroep
De pers wordt gecontroleerd door de partij of de overheid. De twee
belangrijkste dagbladen op het vasteland zijn: Daily News
(regeringsorgaan) en Uhuru (CCM-partijorgaan). Op Zanzibar verschijnt
het blad Kipanga. Er zijn twee officiële radiozenders: Radio-Tanzania in
Dar es Salaam en Radio-Tanzania Zanzibar. Op Zanzibar is een
televisiestation.
4. Economie
4.1 Algemeen
Gold Tanzania tot ver in de jaren zeventig nog als een
model-ontwikkelingsland, mede dankzij de grote bedragen aan
ontwikkelingshulp uit het buitenland, aan het begin van de jaren tachtig
sloeg het economisch verval toe. Prijsdalingen op de wereldmarkt van
belangrijke exportproducten als koffie en katoen en een onderontwikkelde
transport- en communicatiesector waren hiervan voornamelijk de oorzaak.
In 1986, na het aftreden van president Nyerere, werd een
hervormingsakkoord met het IMF en de Wereldbank getekend, waarbij de
landbouwsector als basis en motor van de ontwikkeling in andere sectoren
moest dienen.
Het bnp daalde tussen 1980 en 1987 met gemiddeld 1, 8% per jaar. In 1993
bedroeg het $ 90 per hoofd van de bevolking. De buitenlandse schuld
bedroeg ruim 90% van het bnp (in 1992 $ 6,7 miljard).
4.2 Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij
De agrarische sector draagt voor ca. 57% bij aan het bnp en biedt voor
het grootste deel van de beroepsbevolking werkgelegenheid. Naast
zelfvoorziening draagt deze sector voor 60-70% bij aan de
exportinkomsten. De belangrijkste agrarische exportproducten zijn
koffie, katoen, thee en cashewnoten. De eens bloeiende sisalproductie
stortte in de jaren tachtig ineen. Op Zanzibar en Pemba worden
kruidnagelen verbouwd (80% van de wereldproductie). De veehouderij komt
vnl. in het noorden en het centrale hoogland voor en wordt door nomaden,
vnl. voor eigen gebruik, bedreven. Ca. 45% van het land is met bos
bedekt, dat slechts voor een klein deel op commercieel verantwoorde
wijze geëxploiteerd kan worden. Van belang voor de export zijn ebbe-,
mahonie- en sandelhout; bijproducten zijn bijenwas, hars en gummi. Van
de visserij is de binnenvisserij op het Victoriameer en het
Tanganyikameer van belang. De zeevisserij is nog weinig ontwikkeld.
4.3 Mijnbouw
De winning van delfstoffen (diamant, goud, edel- en halfedelstenen en
zout) is in handen van de State Mining Corp., maar draagt slechts 1% bij
aan het bnp. De bodem bevat verder steenkool, ijzererts en fosfaten.
4.4 Industrie
De industrie houdt zich vnl. bezig met de verwerking van de agrarische
producten en is geconcentreerd in Dar es Salaam, Moshi, Tanga, Arusha,
Mwanza, Morogoro en Dodoma (in ontwikkeling). Daarnaast zijn er een
aardolie- en petrochemische raffinaderij, cement-, kunstmest-, tabaks-,
papier- en textielfabrieken.
4.5 Energievoorziening
De energieopwekking en -distributie geschieden door de Tanganyika
Electricity Supply Comp. Elektriciteit wordt vnl. (70%) door
waterkrachtcentrales geleverd.
4.6 Handel
De overheid heeft grote bemoeienis met de buitenlandse handel.
Uitgevoerd worden: koffie, katoen, kruidnagelen, thee, tabak,
cashewnoten, diamant, sisal en producten uit de verwerkende industrie.
Belangrijkste afnemers zijn de EU-landen, m.n. de Benelux en Duitsland.
Geïmporteerd worden machinerieën, transportmiddelen, halfproducten
(aardolie) en levensmiddelen. Belangrijkste leveranciers zijn
Groot-Brittannië, Saoedi-Arabië en Kenia.
4.7 Ontwikkelingssamenwerking en planning
Tanzania, dat tot de 31 armste landen van de wereld behoort, krijgt van
westerse landen ontwikkelingshulp, vooral van de Scandinavische landen
en Nederland. Daarnaast van internationale fondsen (IDA, VN, enz.). Van
de multilaterale hulp is het merendeel van de Wereldbank afkomstig.
4.8 Bankwezen
Centrale bank is de Bank of Tanzania. Het bankwezen, dat sedert 1967 in
staatshanden is, zal op aandrang van het IMF voor een belangrijk deel
geprivatiseerd moeten worden.
4.9 Verkeer
Het verkeersnet is wijdmazig. Slechts een klein deel van het wegennet
(in totaal ca. 55.500 km) is geasfalteerd. De Tanzania Railways Corp. is
de staatsspoorwegmaatschappij. De belangrijkste spoorlijnen zijn de lijn
van Dar es Salaam naar Kigoma, de lijn van Tanga naar Arusha en de lijn
tussen Dar es Salaam en de Zambiaanse stad Kapiri Mposhi, die het land
een spoorverbinding met het gehele zuiden van het continent geeft. De
spoorlijn wordt geëxploiteerd door de Tanzania-Zambia Railway Authority.
De haven van Dar es Salaam heeft grote betekenis voor de economie van
Tanzania, maar ook voor de buurlanden Zambia, Oeganda, Rwanda en
Boeroendi. De nationale luchtvaartmaatschappij is Air Tanzania. Dar es
Salaam, Zanzibar en Arusha (toeristische trekpleister Kilimanjaro)
hebben internationale luchthavens. Overigens is het toerisme een
potentiële groeisector. In 1992 bezochten 200!000 gasten het land, die
voor $ 147 miljoen deviezen meebrachten.
5. Geschiedenis
5.1 Van de prehistorie tot de onafhankelijkheid
In de Oldowai Gorge zijn 1, 8 miljoen jaar oude overblijfselen van
mensachtige wezens (o.a. Zinjanthropus) gevonden. De oudst bekende
contacten met de buitenwereld (Egypte) dateren uit de oudheid. Na 400
v.C. kwamen Arabieren en Perzen er handel drijven, vooral op Zanzibar,
maar ook elders langs de kust (o.a. Kilwa). Portugezen overheersten de
handel tussen 1498 en 1828, toen zij definitief werden verslagen door de
Arabieren. Deze laatsten legden daarna het binnenland open voor hun
handel, vnl. in slaven en ivoor. Inmiddels waren verschillende
onafhankelijke staatjes ontstaan. In 1884 sloot de Deutsche Ost-Afrika
Gesellschaft met de hoofden daarvan verdragen af, waarbij dezen hun land
aan die maatschappij afstonden. In 1890 vervielen de bezittingen van
genoemde maatschappij aan het Rijk. Tegen het Duitse bewind is
verscheidene malen verzet gepleegd; dit eindigde met de onderdrukking
door de Duitsers van de zgn. Maji-Maji-opstand (1907). In de Eerste
Wereldoorlog werd het gebied o.m. door Britse en Zuid-Afrikaanse troepen
aangevallen. Na de Eerste Wereldoorlog (1919) werd het een Brits
mandaatgebied. In 1948 werden in Tanganyika de eerste verkiezingen voor
een Wetgevende Vergadering gehouden, in 1960 werd Julius Nyerere, wiens
partij, de in 1954 opgerichte Tanganyika African National Union (TANU),
70 van de 71 zetels had veroverd, tot premier gekozen. In mei 1961 kreeg
het land volledig zelfbestuur, op 9 dec. werd het onafhankelijk en op 9
dec. 1962 werd Tanganyika een republiek, met Nyerere als president.
5.2 Nyerere aan de macht
Op 26 april 1964 verenigden Tanganyika en Zanzibar zich tot een
republiek. Nyerere werd de eerste president van de nieuwe republiek,
terwijl sjeik Abeid Karume, de president van Zanzibar, vice-president
werd van de nieuwe republiek. In okt. 1964 kreeg het land de naam
Tanzania. Het kreeg een eenpartijstelsel, met dien verstande dat in
Tanganyika alleen de TANU en op Zanzibar alleen de Shirazi-partij werd
toegelaten. In febr. 1967 werd door de TANU de Verklaring van Arusha,
waarin een ontwikkelingsplan wordt geschetst, aangenomen, gevolgd door
resoluties van het Uitvoerend Comité van de TANU. Hierin werden
socialisme en 'self-reliance' de basis van die ontwikkeling genoemd. Op
Zanzibar bestond aanzienlijke oppositie tegen de federatie en tegen het
autoritaire bewind van Karume. Deze werd in 1972 vermoord; hij werd
opgevolgd door Aboud Jumbe.
De TANU fuseerde in 1977 met de Afro-Shirazipartij van Zanzibar tot de
Chama cha Mapinduzi (CCM). In 1979 brak oorlog uit met buurland Oeganda,
nadat troepen van dictator Idi Amin Tanzania waren binnengevallen.
Tanzaniaanse troepen verdreven Amin met behulp van Oegandese ballingen.
Onder Nyerere, die in 1985 vrijwillig terugtrad, profileerde Tanzania
zich in de Afrikaanse politiek als een tegenstander van de blanke
minderheidsregimes in zuidelijk Afrika en steunde het de
bevrijdingsbewegingen aldaar daadwerkelijk. Nyerere werd opgevolgd door
Ali Hassan Mwinyi.
5.3 Separatisme op Zanzibar
Mwinyi, die in 1990 herkozen werd, matigde voorzichtig de invloed van
Nyereres vorm van Afrikaans socialisme en knoopte banden aan met het
IMF, waardoor de economie van het land weer uit het slop kwam. Tevens
bereidde hij de introductie van het meerpartijenstelsel (1992) voor (zie
§ 3). Wel bracht deze grotere vrijheid met zich mee dat onder de
eilandbewoners op Zanzibar een proces van afscheiding op gang gebracht
werd. De eerste verkiezing onder het nieuwe stelsel werd in 1993 op
Zanzibar gehouden. Zij werd echter geboycot door de oppositie.
Op buitenlands terrein zette Tanzania de actieve steun aan de regering
van Mozambique en het Frelimo, ook na de dood van president Machel
(1986), voort, maar eind 1988 trok het zijn troepen uit Mozambique
terug.
De eerste lokale meerpartijenverkiezingen van april 1993 werden gewonnen
door de Revolutionaire Partij van Tanzania (CCM). De verkiezingen werden
echter geboycot door bijna alle oppositiepartijen, omdat er sprake was
van intimidatie en onregelmatigheden. Ondanks de overwinning begon de
CCM in 1994 tekenen van verdeeldheid te vertonen; socialisten van de
oude stempel stonden tegenover kapitalisten nieuwe-stijl. De tweede
splijtzwam was Zanzibar, waar de invloed van het moslimfundamentalisme
geleidelijk toenam. Het uitsluitend uit CCM-leden bestaande parlement
sprak zich eind 1993 uit voor verbreking van de unie met Zanzibar,
terwijl president Ali Mwinyi voorstander was van handhaving. In april
1994 vluchtten een half miljoen Rwandezen naar Tanzania om te ontkomen
aan de slachtpartijen in eigen land.
Bij
parlements- en presidentsverkiezingen van okt. 1995 behaalde de CCM een
ruime meerderheid, maar de oppositie en internationale waarnemers
betwistten de rechtmatigheid van de gang van zaken. De nieuwe gekozen
president Benjamin Mkapa - zie foto beloofde een 'schone'
regering na een verkiezingsperiode waarin bestrijding van de corruptie
het belangrijkste thema was. Voor een aantal donorlanden was de
wijdverbreide corruptie aanleiding de hulp aan Tanzania in 1994 op te
schorten.
In mei 1996 werd president Salmin Amour van Zanzibar beëdigd als lid van
de Unieregering. Op het eiland was de sfeer uiterst gespannen sinds de
verkiezing van 1995, waarbij zich, ook volgens internationale
waarnemers, grootscheepse fraude had voorgedaan.
De vluchtelingenkampen, waar zich naar schatting 300!000 Rwandezen
ophielden, werden in dec. 1996 door het leger ontruimd en de bewoners
werden gedwongen terug te keren naar Rwanda.
Telefoongids Tanzania
Postcodes
Tanzania
|