De Grote
Tempel was het belangrijkste religieuze gebouw in Tenochtitlan.
Het was een enorme trappenpiramide met vier verdiepingen, die hoog
boven de stad uit torende. Op de imposante top van deze piramide van
de Grote Tempel stond een dubbel heiligdom. De piramide zelf was
gebouwd van steenblokken die uit de bergen waren gehaald, en was
versierd met schilderwerk en beeldhouwwerk.
Een dubbele trap voerde naar de top, zo'n 30 meter hoog. Het dubbel
heiligdom was gewijd aan twee verschillende goden. Het linker was
gewijd aan Tlaloc, god van de regen en de vruchtbaarheid, het
rechter aan de Huizilopochtli, "Blauwe kolibrie", god van de zon en
de oorlog. Deze goden stonden voor de twee belangrijkste dingen in
het leven van de Azteken - regen, van levensbelang voor een goede
oogst, en oorlog, de onuitputtelijke leverancier van gevangenen voor
de mensenoffers. De twee heiligdommen waren overvloedig versierd met
houtsnijwerk en afbeeldingen van wonderlijke wezens.
Binnen stonden reusachtige beelden van de goden. Het beeld van
Tlaloc was half mens en half krokodil. Zijn lichaam was bedekt met
zaden die de vruchtbaarheid van het land symboliseerden. Het beeld
van Huizilpochtli was bedekt met edelstenen, goud en parels. Zijn
ogen waren spiegels, die je vanuit een gouden masker aanstaarden. Om
zijn nek had hij een ketting van vergulde mensenharten.