|
Tenreks,
ook Tanreks of Borstelegels, de familie Tenrecidae van de Zoogdierorde Insecteneters, met
vier geslachten en ca. 25 soorten verspreid over Madagaskar. De familie is verwant met de Otterspitsmuizen.
Zij omvat de grootst bekende insecteneter (Tenrec ecaudatus), lengte tot ca. 40 cm, staart sterk
gereduceerd, maar als regel zijn de soorten veel kleiner (minimumlengte ca. 4 cm).
De bekendste soorten zien er egelachtig uit; het lichaam is bedekt met harde haren, stekelachtige haren of
stekels, de poten zijn kort (achterpoten langer dan voorpoten) en de snuit is spits. De familie vertoont echter
adaptieve radiatie (onderlinge verschillen die ontstaan zijn door aanpassingen aan verschillende milieus), welke
o.a. geresulteerd heeft in waterbewonende, gravende en boombewonende vormen. In veel opzichten zijn Tenreks nog
zeer primitieve zoogdieren, die o.a. gekenmerkt zijn door het bezit van een cloaca en een vrij groot aantal tanden
(tot 40 toe); in de schedel ontbreekt de jukboog. De voortplanting heeft de aandacht getrokken door de grote
aantallen jongen per worp (maximaal 32; draagtijd ca. 2 maanden); het aantal jongen dat opgroeit, is echter
afhankelijk van de tepels van het moederdier (maximaal twaalf paar). Maximale levensduur 13 jaar. Wat betreft de
warmteregeling zijn de Tenreks eveneens primitief; tot op zekere hoogte volgt de lichaamstemperatuur die van de
omgeving. Daarnaast hebben bepaalde soorten complexe communicatiesystemen ontwikkeld op chemische of op
geluidsbasis (zie echo-oriëntatie); hierbij komt nog een merkwaardig sociaal gedrag. Veel van deze factoren kunnen
gezien worden als een antwoord op de predatiedruk van een groot aantal kleine roofdieren; deze factoren stellen de
Tenreks in staat in aantal en diversiteit te overleven. De grootste bedreiging vormen momenteel kaalslag van het
bos en andere milieuveranderingen veroorzaakt door de mens. |
|