Deze
soort leeft in de bovenloop van de Maranon, een Peruaanse zijrivier
van de Amazone en wordt zes cm. lang. De donkere streep aan de
zijkant loopt vanaf het achterste deel van het kieuwdeksel. De kleur
van het lichaam is bij mannetjes en vrouwtjes gelijk. Het vrouwtje
ziet er in de buurt van haar buik wat dikker uit in de paaitijd. Er
is ook een verschil in de vorm van de zwemblazen. Volwassen vissen
kunnen alleen worden gehouden in een aquarium met een deksel erop,
wan ze kunnen uitstekend springen. Wanneer ze met een net worden
gevangen, kunnen geïmporteerde exemplaren twee meter hoog springen.
Voor het kweken van deze soort zijn grote aquaria nodig met 30 tot
40 liter zacht water. De optimale temperatuur bij het kweken
is 26 graden C. Waterplanten zijn daarbij niet nodig. De vissen
paaien 's avonds bij gedimd licht; dit ziet er agressief uit. De pH
waarde van het water moet hoger zijn dan zeven tijdens de
ontwikkeling van de embryo's en nadat de eieren zijn uitgekomen. Aan
de zwemmende jonge vissen dient uitsluitend levend voer in
poedervorm gegeven te worden. De jongen groeien snel. Na vier weken
zijn ze reeds 10-12 mm lang. Duizend jongen na één keer paaien is
niet uitzonderlijk.