De sleedoornpage
komt voor in de koele en gematigde delen van Europa en Azië. Het
zijn vrij kleine vlinders met een spanwijdte van nog geen
vijftien mm. De vlinders vliegen nooit over grote afstanden. In
de bosranden zoeken mannetjes en vrouwtjes de hoogste boom op.
Daar drinken ze honingdauw. Die boom is ook hun
ontmoetingsplaats. Vrouwtjes verlaten de boomtoppen om op lage
struiken van de sleedoorn hun eieren te leggen. Vrouwtjes van
deze kleine page leggen meestal niet meer dan zo'n vijf eitjes
per dag. Op de sleedoorn overwinteren de eitjes. Op het moment
dat de knoppen van de waardplant uitlopen, komen de rupsen uit.
In juni verpoppen ze in de strooisellaag. In de zomer zijn de
vlinders actief. Sleedoornpages vliegen van begin juli tot eind
september. Een leeftijd van acht weken is geen uitzondering.