Deze vlinder komt
voor in de tropische delen van Zuid- en Midden-Amerika tot aan
Mexico toe. Hij is niet alleen één van de grootste, maar ook één
van de mooiste vertegenwoordigers van de familie van de
Lycaedinae. De vleugelspanwijdte kan bij de mannetjes maar
liefst zes cm. bedragen. Bij de beide geslachten zijn de
achtervleugels voorzien van lange, dunne staarten. Vrouwtjes
onderscheiden zich van de mannetjes door het aantal opvallend
rode vlekken aan de basis van die staartjes. Ook de sterk
ingesneden rand van de achtervleugels is een opvallend kenmerk
van deze vlinder. Aan de onderkant heeft deze kleine page
prachtige groen weerschijnkleuren met daar doorheen enkele
donkere strepen. Omdat deze vlinder in rust zijn vleugels boven
zijn lichaam tegen elkaar houdt, valt hij dankzij dat
kleurenpatroon niet op tussen de bladeren.