|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Theodosius I |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Theodosius I, bijgenaamd de Grote (Cauca, Spanje, 346
– Milaan 17 jan. 395), keizer van het oostelijk deel van het Romeinse Rijk van
379 tot 394, daarna tot 395 van het gehele rijk, was de zoon van een Spanjaard
die zich onder Valentinianus I als magister equitum verdienstelijk maakte. Na de
terechtstelling van zijn vader trok hij zich op zijn landgoed in Spanje terug.
Toen de Goten
in 378 bij Adrianopel Valens, keizer van het oostelijk rijksdeel, versloegen,
ontbood Gratianus, keizer van het westelijk rijksdeel, hem als magister equitum
tegen de Goten. Na zijn overwinning op de Sarmaten in Pannonië (eind 378) werd
hij tot keizer (augustus) van de oostelijke rijkshelft verheven (379) en bracht
hij de Goten in 382 tot onderwerping, waarop hij hun vaste woonplaatsen aanwees
ten zuiden van de Donau en een gedeelte van hen bij zijn leger inlijfde. De
usurpator Maximus, die Gratianus ten val had gebracht, moest hij wel als
augustus van Brittannië, Gallië en Spanje erkennen; toen deze echter ook
Valentinianus II uit Italië verdreef, bracht Theodosius hem een beslissende
nederlaag toe (388). De bewoners van Thessaloniki, die bij een oproer een van
zijn bevelhebbers vermoord hadden, strafte hij gruwelijk (390), waarvoor Ambrosius
hem kerkelijke boete liet doen. In 394 trok hij op tegen Arbogastes, die
waarschijnlijk in 392 Valentinianus II had laten vermoorden om Eugenius tot
keizer van het westelijk rijksdeel te verheffen. Beiden werden bij Aquileia
verslagen. Zo kwam het rijk voor de laatste maal in één hand. Verder onderdrukte
Theodosius de arianen en bestreed hij het heidendom door in 381 op het Concilie
te Constantinopel de geloofsbelijdenis van Nicea uitsluitend geldig te verklaren
en in 392 de heidense eredienst door een edict te verbieden. Na zijn dood werd
het rijk onder zijn beide zoons Arcadius en Honorius verdeeld, onder voogdij en
regentschap van Stilicho. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||