| |
De
tjiftjaf of phylloscopus collybita
De terugkeer van de tjiftjaf, eind maart, uit Zuid-Europa en
Afrika en de 'tjif-tjaf'-roep die klinkt uit het nog kale hout,
betekenen dat de winter voorbij is. Ze broeden in open
bosgebieden en tuinen met veel struikgewas. Eind augustus
vertrekken de eerste exemplaren al weer zuidwaarts, maar op veel
plaatsen horen we nog diep in het najaar deze vogel zijn naam
roepen. Het is onze algemeenste loofzanger.
Kenmerken
Olijfgroene bovenzijde - lichte onderkant - donkere pootjes. Dit
olijfgroen, klein en beweeglijk zangvogeltje staat soms even
kort in de lucht stil als een kolibrie. Lengte van de vogel : 11
cm.
Geluid
De hele zomer door roept de tjiftjaf zijn staccato-achtige
liedje.
Voedsel
Deze vogel 'leest' de kleine insecten, bladluizen en rupsen van
de twijgen en bladeren.
Nest
Het mannetje komt het eerst en begint te zingen om een vrouwtje
te lokken. Het nest bestaat uit een bolletje van gras, gevoerd
met mos en witte veertjes.
Broedgegevens
Maanden april tot juli - één legsel - vier tot zes witte eieren
met een paar paarse vlekjes - broedtijd : 13-14 dagen, door het
vrouwtje - vliegvlug : na 12-15 dagen; na 10-19 dagen
zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|