header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Togo

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 

 

Togo (officieel: République Togolaise), republiek in West-Afrika, 56.785 km2, met 4.138.000 inw. (176 inw. per km2); hoofdstad: Lomé. Munteenheid is de CFA-franc, onderverdeeld in 100 centimes. Nationale feestdag is 27 april, Onafhankelijkheidsdag.

 

1. Fysische geografie
Het land wordt vnl. ingenomen door het tot 1098 m hoge, zuidwest-noordoost lopende Togogebergte, naar het zuiden overgaand in een kristallijn plateau (gemiddeld 400 m hoog), dat door een smalle duinengordel is gescheiden van een ca. 55 km lange kustvlakte (lagunen). De voornaamste rivier is de Mono. Togo heeft een tropisch regenrijk klimaat met in het noorden één regentijd (maart-oktober) en in het zuiden twee (maart-juli, september-november); de neerslag is nergens minder dan 1000 mm per jaar. De temperatuur schommelt tussen 22 en 34 °C. Van juli tot september waait aan de kust de zuidwestelijke moessonwind. In de overige maanden heerst een duidelijke land-zeewindcirculatie. In december-januari waait in het noorden de harmattan. In de overige maanden is de wind meest zuidwestelijk.
1.1 Plantengroei en dierenwereld
Togo wordt voor een groot deel ingenomen door savannen, die op veel plaatsen overgaan in licht bos. In het noorden komen steppen voor. Langs de rivieren vindt men galerijwouden en in het gebergte regenwoud, ten dele loofverliezend. De dierenwereld is die van het West-Afrikaanse regenwoud en de aangrenzende savannetypen en omvat o.a. talrijke apen, leeuw, panter, Afrikaanse olifant, nijlpaard, buffel en veel antilopen, waaronder de zeldzame bongo en, eveneens in het bos, talrijke duikers. Ook het zeldzame reuzenzwijn komt in Togo voor. De vogelwereld is bijzonder rijk. Een tweetal reservaten op de grens van bos- en savannezone vormt de aanzet van een natuurbeschermingspolitiek.

market in Togo

pots in market

2. Bevolking
Er zijn ca. 40 etnische groepen te onderscheiden; de grootste zijn de Ewe (32%) en de Mina (6%) in het zuiden, de Kabré (13%), de Kotokoli (6%) en de Moba (5%) in het noorden en midden. De Watchi behoren tot de Ewe. Het grootste deel van de bevolking woont in dorpen met minder dan 2000 inw. De enige grote stad is Lomé (650.000 inw.). De jaarlijkse bevolkingsaanwas bedroeg in de periode 1985-1994 3,1%. Frans is de officiële taal, maar Ewe en Kabré worden ook op school onderwezen. De verschillende bevolkingsgroepen spreken hun eigen taal. De helft van de bevolking hangt animistische religies aan, ca. 35% is christen en ca. 15% islamiet.

3. Bestuur en samenleving
Togo is een republiek. De grondwet van 1980 werd in 1993 gewijzigd. In 1991 werd de ban op de politieke partijen opgeheven en de tot dan enig toegestane partij, de Rassemblement du Peuple Togolais (RPT) werd ontbonden. De belangrijkste politieke partijen zijn het Comité d'action pour le renouveau (CAR), de Union togolaise pour la démocratie (UTD), de Convention démocratique des peuples africains (CDPA) en de Union des forces du changement (UFC). Grootste vakbond is het Collectif des syndicats indépendants (CSI).
Togo is administratief ingedeeld in 5 regio's en 21 districten. De hoofden van de regionale besturen worden door de president benoemd. De traditionele stamhoofden zijn bij het bestuur ingeschakeld.
Togo is lid van de Verenigde Naties, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de Conseil de l'Entente (een samenwerkingsverband met Ivoorkust, Niger, Boven-Volta en Benin), GATT en de West-Afrikaanse Economische Gemeenschap (CEAO) en is geassocieerd met de EU.

4. Economie
De economische structuur draagt nog altijd het stempel van het Franse koloniale verleden, wat o.a. tot uiting komt in de aanzienlijke verschillen tussen het ontwikkelde zuiden en het noorden, waar kleine voor eigen behoeften producerende boerenbedrijfjes bestaan. Verder is de economie in hoge mate afhankelijk van de uitvoer van slechts enkele grondstoffen, waarvan de prijzen bepaald worden op de wereldmarkt. Ofschoon verreweg het grootste deel van de bevolking (69%) een bestaan vindt in de landbouw, daalt de bijdrage van deze sector aan het Bruto Nationaal Product (bnp) voortdurend en bedroeg in 1994 38%. Het grootste aandeel aan het bnp heeft de tertiaire sector (handel, transport en diensten), nl. ca. 40%. Het aandeel van de industrie aan het bnp stijgt geleidelijk en bedraagt ongeveer 20%.
Slechts 15% van de daarvoor in aanmerking komende gronden (ca. 42% van het totale oppervlak) wordt voor de landbouw gebruikt, die meestal met primitieve middelen op kleine boerenbedrijfjes wordt uitgeoefend. Belangrijkste voedingsgewassen zijn: cassave, yam, maïs, gierst en rijst. De opbrengst is meestal niet voldoende voor de binnenlandse vraag. Als handelsgewassen worden cacao, koffie, palmpitten, aardnoten en katoen verbouwd. De veehouderij is van weinig betekenis en dekt de binnenlandse vraag bij lange na niet. Hoewel er rijke visgronden voor de kust zijn, is de visserij weinig ontwikkeld. De bosbouw is economisch van weinig betekenis.
Ten noordwesten van het Togomeer wordt fosfaat gewonnen door de staatsonderneming Office Togolais des Phosphates (OTP). Deze delfstof levert de helft van de exportverdiensten. Daarnaast zijn de winning van marmer ten noorden van Lomé en kalksteen bij Tabligbo van betekenis. De industrie omvat de productie van voedings- en genotmiddelen, textiel, chemische producten en bouwmaterialen; daarnaast zijn er een aardolieraffinaderij en een grote cementfabriek. 90% van de elektriciteitsbehoefte werd door Ghana geleverd (waterkrachtcentrales bij het Voltastuwmeer), maar sinds 1988 voorziet de centrale bij de stuwdam in de Monorivier het grootste deel van Togo van elektriciteit.
De handelsbalans is negatief. Voornaamste uitvoerproducten zijn fosfaat, cacao, koffie en katoen. Ingevoerd worden o.a. aardolieproducten, katoenen stoffen en kleding, granen, vlees, motorvoertuigen, apparaten en reserveonderdelen, ijzer en staal. Belangrijkste handelspartners zijn de EU (m.n. Frankrijk) en China. In 1983 kwam een plan van de grond in samenwerking met het IMF. Doel van het plan is het bnp met vier procent te verhogen, inflatie terug te dringen, de buitenlandse schulden te verminderen, herstructurering van de economie, privatisering van staatsbedrijven en beperking van de loonkosten.
Togo is lid van de West-Afrikaanse monetaire overeenkomst met als centrale bank de Banque Centrale des États de l'Ouest in Dakar. Daarnaast zijn er zeven handelsbanken en twee ontwikkelingsbanken.
Het toerisme is een belangrijke bron van inkomsten geworden. Van het wegennet is slechts een klein deel geasfalteerd en een iets groter deel alleen in het droge seizoen begaanbaar. Togo heeft vier spoorlijnen die geëxploiteerd worden door de Chemin de Fer Togolais. Grootste havenstad is Lomé. Fosfaat wordt over Kpéimé uitgevoerd. De nationale luchtvaartmaatschappij is Air Togo, die de binnenlandse vluchten en een lijndienst naar Lagos onderhoudt. Air Afrique verzorgt andere internationale verbindingen. Lomé heeft een internationale luchthaven, Tokoin.

5. Geschiedenis
Delen van het huidige Togo hebben in de loop der eeuwen tot het Ashanti-rijk, de Mossi-Dagombastaten en het koninkrijk Dahomey behoord. De Ewe vestigden zich in de 18de eeuw in dit gebied. Portugezen, Spanjaarden, Denen en Hollanders bezaten handelsforten langs dit deel van de Slavenkust.
5.1 Duits mandaat
In 1884 sloot de Duitse handelsagent Nachtigall in het vissersdorp Togo een protectoraatsverdrag met het Ewestamhoofd Mlapa. Op basis daarvan wees de Conferentie van Berlijn (1885) 'Togo-land' als 'Schutzgebiet' aan het Duitse Rijk toe. De Duitsers wilden Togoland tot modelkolonie ontwikkelen, maar hun pogingen kwamen tot een plotseling einde toen hun garnizoen in 1914 moest capituleren voor Britse en Franse troepen.
Na de Eerste Wereldoorlog werd Togoland mandaatgebied van de Volkenbond. Westelijk Togoland, grenzend aan Goudkust, werd aan Groot-Brittannië toegewezen en spoedig als onderdeel van Ghana bestuurd. Het oostelijke deel, grenzend aan de Franse kolonie Dahomey (het huidige Benin), kreeg een Frans bestuur, echter los van het gouvernement-generaal van Frans West-Afrika.
5.2 Trustgebied VN
De beide mandaatgebieden werden in 1946 door Groot-Brittannië en Frankrijk beheerde trustschapsgebieden van de Verenigde Naties. Brits Togoland koos in een referendum in 1956 voor volledige aansluiting bij Ghana. Frans Togoland werd in 1956 een republiek met beperkte autonomie binnen de Franse Unie. De verkiezingen voor een wetgevende vergadering in april 1958 werden gewonnen door het Comité de l'Unité Togolaise onder leiding van Sylvanus Olympio, die zich hereniging van de over Ghana, Togo en Dahomey verspreide Ewe ten doel stelde. Olympio werd nu premier.
5.3 Onafhankelijkheid
Op 27 april 1960 werd Togo een onafhankelijke staat, in 1961 volgde Olympio's verkiezing tot president. In jan. 1963 wierpen militairen de regering omver en vermoordden de president. Hierdoor kwam N. Grunitzky, zwager van Olympio en voor 1958 premier, aan de macht. Hij probeerde een regering van nationale eenheid te vormen, maar deze ondervond heftige oppositie van aanhangers van Olympio. De tegenstelling tussen achtergestelde noordelijke Chokosi en bevoorrechte Ewe in het zuiden beheerste het politieke leven. Om een mogelijke burgeroorlog te voorkomen trok het leger in jan. 1967 de macht aan zich. De chef-staf, Etienne Gnassingbe Eyadema, nam in april het presidentschap op zich en verbood alle politieke partijen. Om aan de politieke en etnische verdeeldheid een einde te maken richtte Eyadema in nov. 1969 de Rassemblement du Peuple Togolais (RPT) op, welke ten doel had alle etnische groepen en politieke gezindten in één volkspartij te verenigen. Het bewind van Eyadema bleef niet onaangevochten. Hij ontsnapte enkele malen aan een aanslag op zijn leven. In 1991 kwam hij tegemoet aan de eis van de oppositie om het democratiseringsproces te versnellen. Voorheen illegale politieke partijen werden erkend en tijdens een Nationale Conferentie in de zomer van 1991 werd de grondwet van 1980 buiten werking gesteld, werd met het
opstellen van een nieuwe constitutie begonnen en tevens werden verkiezingen voor een nieuw parlement en een nieuwe president en een referendum over de nieuwe grondwet in het vooruitzicht gesteld. Vertraging in het tijdschema leidde in 1992 opnieuw tot gewelddadige confrontaties tussen oppositie en regering. In sept. 1992 werd de nieuwe grondwet bij referendum goedgekeurd. In maart 1993 overleefde Eyadema ternauwernood een overval door een gewapende macht, door de regering toegeschreven aan de oppositie; door fraude en het ontbreken van serieuze tegenkandidaten won Eyadema de in aug. 1993 gehouden presidentsverkiezingen.
Om de toenemende gewelddadigheden te ontlopen, waren begin 1993 ongeveer 200!000 mensen naar Ghana, Benin en het binnenland van Togo gevlucht. In een zeer onrustig politiek klimaat vonden in febr. 1994 parlementsverkiezingen plaats, waarbij de oppositie 43 zetels veroverde en de Rassemblement du Peuple Togolais (RPT) 35 zetels. Nadat overeenstemming was bereikt over nieuwe verkiezingsprocedures en garanties waren gegeven voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, beëindigde de belangrijkste oppositiepartij, het Comité d 'action pour le renouveau (CAR) haar boycot van het parlement. De meeste westerse landen en de EU hervatten in 1995 de economische hulp aan Togo, die in 1994 grotendeels was stopgezet om de eis tot democratische hervormingen kracht bij te zetten. Na drie moeilijke jaren tekende zich in 1995 een begin van economisch herstel af.
Na winst in drie tussentijdse verkiezingen kon de RPT van president Eyadéma - zie foto rekenen op de steun van een meerderheid in het parlement. Voor premier Kodjo was dit reden in aug. 1996 zijn ontslag in te dienen. Als opvolger van Kodjo benoemde Eyadéma de minister van Planning, Kwasi Klutse.

Telefoongids Togo
Postcodes Togo

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009