| |
De
torenvalk of falco tinnunculus.
Nog niet zolang geleden was de torenvalk de roofvogel die men
het vaakst kon verwachten in de tuinen, totdat de
sperwerpopulatie zich herstelde van de wijdverspreide
pesticidenvergiftiging. De torenvalk is gemakkelijk te herkennen
door zijn gewoonte om ook als er een stevige bries waait in de
lucht schijnbaar stil te staan met snel bewegende vleugels. Dit
'bidden' stelt de torenvalk in staat grote gebieden te overzien
als hij de grond afspeurt naar prooien.
Kenmerken
De torenvalk kan onderscheiden worden van de sperwer door zijn
puntige vleugels en gevlekte borst. De volwassen man heeft een
grijze kop en staart. Het vrouwtje heeft een zwart gebandeerde,
bruine staart.
Voedsel
De belangrijkste prooien zijn knaagdieren, grote insecten en
wormen, maar torenvalken kunnen ook kleinere vogels vanuit een
hinderlaag overvallen, bijvoorbeeld door ze vanachter een heg te
verrassen.
Wintervoedering
Vleesrestjes en soms vet.
Geluid
Gedurende het broedseizoen moet u letten op een schel 'ki-ki-ki'.
Nest
Er wordt geen echt nest gebouwd, maar soms wordt een voering van
stokjes en stro aangebracht in een boomholte, een oud nest of
een gebouw.
Broedgegevens
Maand april tot juli - één legsel - vier tot vijf bruinwit
gevlekte eieren - broedtijd 27-29 dagen (vrouwtje) - vliegvlug
27-32 dagen, vier weken later zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|