header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Trinidad
en Tobago

 

Terug naar overzicht Zuid-Amerika >>

 

 


Trinidad and Tobago (officieel: Republic of Trinidad and Tobago), onafhankelijke staat in het Caribisch gebied, lid van het Gemenebest van Naties, 5128 km2, met (1994) 1.292.000 inw. (252 inw. per km2); hoofdstad: Port of Spain, op Trinidad. De staat omvat de eilanden Trinidad (4828 km2), op 25 km van de Venezolaanse kust aan de Golf van Paria, en Tobago (300 km2), op ruim 30 km ten noordoosten van Trinidad.

1. Landschap en klimaat
maracas4.jpg (19146 bytes)De eilanden behoren geologisch niet tot de West-Indische eilanden, maar zijn continentale eilanden. Het noordelijk deel van Trinidad is een bergland (hoogste punt: Cerro de Aripo, 945 m) en vormt de voortzetting van het gebergte langs de noordkust van Venezuela. De Boca Grande dankt zijn ontstaan aan breuken in dit gebergte. Meer zuidwaarts bestaat Trinidad uit twee laagvlakten, gescheiden door een heuvelrug van oost naar west; ook de zuidkust wordt gevormd door een heuvelrug. De grootste hoogten zijn hier ca. 300 m. Geologisch van belang is de noordzijde van het zuidwestelijk schiereiland van Trinidad, waar bij La Brťa het bekende Pitch Lake (Pekmeer) ligt, een asfaltmeer. In deze omgeving komen ook moddervulkanen voor, die hun ontstaan danken aan het ontwijken van gassen uit bitumineuze afzettingen. De afwatering van de twee laagvlakten op Trinidad gaat vnl. via de Oropuche en de Ortoire naar de oostkust. Het klimaat wordt volledig beheerst door de noordoostpassaat. De regentijd is van juni tot december. Door de permanente wind wordt de tropische temperatuur gematigd tot een gemiddelde van 25 įC.
Planten- en dierenwereld zijn die van noordelijk Zuid-Amerika, maar zijn minder divers. Het is duidelijk dat Trinidad en Tobago in dit opzicht eigenlijk niet tot West-IndiŽ behoren. Er komen geen grote zoogdieren voor, maar men kent er wel o.a. twee soorten apen, de ocelot, een hert en een pekari.

2. Bevolking
Van de bevolking is 41% van Afrikaanse oorsprong, 40% van (Brits-)Indische afkomst, 16% van gemengde afkomst, 1% blanken en 2% overigen. Het grootste deel van de bevolking woont op het eiland Trinidad (bevolkingsdichtheid 247 inw. per km2); Tobago telt slechts 40.000 inw. (132 inw. per km2). Sedert het eind van de jaren zestig is een groot deel van de bevolking van het platteland naar de steden getrokken, zodat bijna 71% in steden woont. Er heeft een belangrijke emigratie plaatsgevonden, vooral naar de Verenigde Staten, Canada, Groot-BrittanniŽ en Venezuela. De grootste steden zijn Port of Spain (51.000 inw.) en San Fernando (30.000 inw.). De officiŽle taal is het Engels; in bepaalde gedeelten van de eilanden wordt daarnaast Spaans, Hindi of een Frans dialect gesproken. Van de bevolking was in 1990 29,4% rooms-katholiek, 23,8% hindoe, 10,9% anglicaans, 6% moslim en 4% presbyteriaans. Onder de overige godsdiensten (ca. 16%) winnen de Amerikaanse protestantse sekten zoals de Zevendedagsadventisten aan populariteit.

3. Bestuur en samenleving
15.jpg (21572 bytes)Volgens de grondwet van 1976 is Trinidad and Tobago een presidentiŽle republiek. De wetgevende macht berust bij het parlement, bestaande uit een 31 leden tellende Senaat en een 36 leden (34 voor Trinidad, 2 voor Tobago) tellend Huis van Afgevaardigden (voor vijf jaar rechtstreeks gekozen). Het staatshoofd, de president, wordt voor een ambtsperiode van vijf jaar gekozen door een kiescollege uit het parlement. De uitvoerende macht berust bij de minister-president en zijn ministers. Tobago heeft sinds 1980 een eigen bestuurscollege van 15 leden en verkreeg in 1987 volledig binnenlands zelfbestuur. Er is algemeen kiesrecht vanaf 18 jaar. De belangrijkste politieke partijen zijn: de in 1956 opgerichte People's National Movement (PNM), een partij die vooral steun vindt bij de Afro-Caribische bevolking; de National Alliance for Reconstruction (NAR); de United National Congress, de voormalige oppositiepartij. De belangrijkste vakbondsorganisatie is de National Trade Union Centre.
Bestuurlijk is het land verdeeld in zeven 'counties' op het eiland Trinidad; Tobago is de achtste county.
De republiek is lid van de Verenigde Naties, van het Gemenebest van Naties, van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en van de Caribbean Community (CARICOM), en is geassocieerd met de EG. De defensie is opgedragen aan het Trinidad and Tobago Regiment, gesteund door een Coast Guard; de binnenlandse orde wordt gehandhaafd door de Police Service.
Met een gemiddeld inkomen per hoofd van US $ 3740 heeft het land een voor Zuid-Amerika hoge levensstandaard; toch leeft door de ongelijke inkomensverdeling en door de grote werkloosheid 16% van de bevolking in armoede. De armoede en de trek naar de steden zijn er de oorzaak van dat een groot deel van de stadsbevolking rond Port of Spain en San Fernando in krottenwijken woont; speciale woningbouwprogramma's voor deze bevolkingsgroepen (gefinancierd uit de aardolie-inkomsten) hadden tot doel hieraan een einde te maken.

4. Economie
Trinidad and Tobago heeft een vrijemarkteconomie. De winning en verwerking van aardolie en aardgas vormen de basis van de economie. Naast de verbouw van suikerriet en de suikerexport is m.n. ook het toerisme van belang voor de werkgelegenheid en als bron van deviezen. Van de beroepsbevolking was in 1993 11% werkzaam in de landbouw, 3,7% in de mijnbouw (incl. aardoliewinning), 22% in de industrie, 17% in de handel en 42% in de dienstensector; het aandeel van de sectoren aan het Bruto Nationaal Product (bnp) bedroeg in 1993: landbouw 2%, aardolie-industrie 23%, overige industrie 10%, bouw en mijnbouw 9%, handel 11% en diensten 45%. De economische groei bedroeg aan het begin van de jaren tachtig gemiddeld 10% per jaar, maar daalde daarna naar ca. 5%; in 1990 tot 1994 zelfs tot 0,3%. In 1995 werd een groei van 3,5% gerealiseerd.
Het belangrijkste landbouwproduct is suiker, dat vooral in de Caroni- en Naparimalaaglanden wordt verbouwd; meer dan de helft van het suikerareaal is in handen van de Caroni Company, waarin de overheid een meerderheidsaandeel heeft verworven. Andere belangrijke producten zijn groente, cacao, koffie, citrusvruchten, kokosnoten, rijst en tabak; de binnenlandse voedselproductie voorziet in ongeveer de helft van de binnenlandse vraag; vooral graan en vlees moeten worden ingevoerd. De veehouderij (runderen en varkens) en de visserij zijn van weinig belang. Van het land is 50% met bos bedekt; ruim de helft hiervan wordt door de overheid geŽxploiteerd, waarbij op grote schaal herbebossing wordt toegepast. De aardoliebronnen in het zuidwesten van Trinidad raken langzaam uitgeput, maar sinds 1972 is vooral de aardolieproductie op het continentale plat (off-shore) in de Golf van Paria en ten oosten van het eiland sterk toegenomen. De aardoliewinning is vnl. in handen van twee grote maatschappijen: de Noord-Amerikaanse AMOCO (vooral off-shore ten zuidoosten van Trinidad) en de staatsoliemaatschappij TRINTOC (Trinidad and Tobago Oil Company), met wingebieden in zeegebied in de Golf van Paria. De internationale economische recessie van de aardolielanden trof Trinidad and Tobago hard. De exportopbrengsten liepen dramatisch terug, waardoor de economie als geheel ontwricht raakte. Toch is de aardolie-industrie nog steeds de belangrijkste pijler van de economie. Binnenlandse productie en diversificatie moeten de dominantie van de aardolie-industrie beŽindigen. De aardgaswinning (sinds 1975 in handen van de staat) vormt in toenemende mate een belangrijke aanvulling op de energieproductie. Bij het Pitch Lake wordt sinds het begin van de eeuw asfalt gewonnen; het is een van de grootste vindplaatsen van natuurlijk asfalt op de wereld.
De belangrijkste tak van de industrie is de raffinage en verwerking van aardolie in de twee grote raffinaderijen (die van TEXACO bij Point-ŗ-Pierre en die van TRINTOC bij Point-Fortin). De petrochemische industrie produceert kunstmest, methanol, ammonia en synthetische verven. In het kader van industriŽle differentiatie is op basis van aardolie en aardgas een zware basisindustrie opgezet bij Point-Lisas; in 1981 begon de Iron and Steel Company of Trinidad and Tobago (ISCOTT) met de staalproductie. Voorts van belang is de suikerraffinage, basis voor de productie van suiker (voor de export), rum en angostura bitter. Daarnaast omvat de industrie de verwerking van cacao, tabak en hout, de productie van zeep, textiel, vruchtensappen en -conserven, en cement, alsmede de assemblage van auto's en huishoudelijke elektrische apparaten. Bij Chaguaramas is een scheepswerf.
Voornaamste exportartikelen zijn: aardolie en aardolieproducten (60%), agrarische (7%) en chemische producten (17%). Afnemers zijn: de Verenigde Staten, de CARICOM-landen en de EU-landen. Ingevoerd worden: voedingsmiddelen, machinerieŽn, bouwmaterialen. Voornaamste leveranciers zijn: de Verenigde Staten, Japan en de EG-landen.
Als centrale bank fungeert sinds 1964 de Central Bank of Trinidad and Tobago. De overheid beÔnvloedt de kredietverlening verder via de Agricultural Development Bank: er zijn drie ontwikkelings- en zes handelsbanken. Voorts is er een Trinidad and Tobago Stock Exchange (1981).
Voor het transport beschikken de eilanden over een uitgebreid maar overbelast wegennet. Van groot belang is tevens het zeetransport. Trinidad is een belangrijk regionaal overslagcentrum in het Caribisch gebied, waarbij de havens Port of Spain, Chaguaramas, Point-Fortin, Scarborough en Point-Lisas een rol spelen. Er zijn pijpleidingen voor het transport van aardolie en aardgas. De nationale luchtvaartmaatschappij British West Indian Airways (BWIA) beschikt voor het internationale luchtverkeer over twee vliegvelden: Piarco (bij Port of Spain) op Trinidad en Scarborough op Tobago.

5. Geschiedenis
Trinidad werd in 1498 ontdekt door Columbus en door hem voor de Spaanse kroon in bezit genomen. De kolonisatie begon in 1577; echter pas aan het eind van de 18de eeuw was er sprake van effectieve economische ontsluiting door voornamelijk Franse planters. In 1797 veroverden de Engelsen Trinidad; een situatie die bij het Verdrag van Amiens (1802) formeel werd bekrachtigd. De Engelsen ontwikkelden een plantage-economie, gebaseerd op slavenarbeid en vervolgens contractarbeid. In 1888 werd Trinidad verenigd met het nabijgelegen, dunbevolkte eilandje Tobago. De opkomst van de aardolie-industrie (vanaf de eeuwwisseling) leidde mede tot de opkomst van arbeidersorganisaties. De arbeidsonrust van de jaren dertig legde de basis voor vakbonden en de opkomst van nationalistische partijen. Na de Tweede Wereldoorlog werd onafhankelijkheid een belangrijk politiek doel. De mislukking van de West Indian Federation (1958-1962, federatie van Barbados, Jamaica en Trinidad) maakte de weg vrij naar de onafhankelijkheid (31 aug. 1962). De charismatische leider van de PNM, Eric Williams, was een van de protagonisten van de onafhankelijkheidsbeweging en was van 1956 tot zijn dood in 1981 minister-president. In 1970 ontstond een ernstige crisis en werd de noodtoestand uitgeroepen toen de radicale Black Power-beweging fel demonstreerde tegen de buitenlandse financieel-economische invloed en de geprivilegieerde positie van de blanken. In 1976 werd de
grondwet gewijzigd en de republiek (binnen het Britse Gemenebest) uitgeroepen.
Gaandeweg boetten de PNM en ook Eric Williams in aan prestige. Laatstgenoemde werd beschuldigd van a
2004 Republic Day Award recipientutoritair en eigenzinnig optreden. In deze tijd namen ook de etnische spanningen tussen Trinidadians van Afrikaanse en van Indische afkomst toe. Op 27 juli 1990 deed een groep radicale islamieten een poging tot staatsgreep waarbij minstens twintig doden vielen. In 1991 werd Patrick Manning (PNM) premier. Door het leger in staat van paraatheid te brengen slaagde hij erin toenemende arbeidsonrust in februari 1993 een halt toe te roepen.
Als gevolg van het overlopen van een aantal parlementsleden van de regeringspartij, de People's National Movement (PNM) kon premier Manning niet meer rekenen op een meerderheid in het parlement en schreef hij vervroegde verkiezingen uit voor nov. 1995. PNM en de belangrijkste oppositiepartij, het United National Congress (UNC), behaalden beide 17 zetels. De nieuwe premier werd UNC-leider Basdeo Panday, de eerste premier van Hindoestaanse afkomst. Met de VS sloot Trinidad in maart 1996 een aantal overeenkomsten, gericht op een nauwere samenwerking in de strijd tegen de drugshandel. (foto - links op de foto president Maxwell Richards, anno 2004)

Telefoongids Trinidad en Tobago
Postcodes Trinidad en Tobago

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009