| |
De
tuinfluiter of sylvia borin
Trekvogel van april, mei tot september, oktober. Nauwelijks zo
groot als een mus, zonder markante verentekening. Het lied is
een vrolijk gekwetter met fluittonen. Verspreiding en woongebied
: broedvogel in West-, Midden- en Noord-Europa. Hoofdzakelijk in
bossen rijk aan kreupelhout, minder vaak in bosrijke tuinen of
parken, ook in struiken langs de velden. Voortplanting : nest
verstopt in de struiken tot één meter hoog. Legtijd mei tot
juni. Eén tot twee legsels per jaar. Drie tot vijf eieren,
lichtbruine tot witte ondergrond met donkerbruine tot rode
vlekken. Beide partners broeden elf tot zestien dagen; de jongen
worden nog negen tot veertien dagen in het nest verzorgd.
Voedsel : in de zomer insecten, in de herfst vooral bessen. |
|
|
|
|
|
|