Grootte
: 18 tot 28 mm. Bronskleurig tot zwartgroen glimmend. Dekschilden en
halsschild zijn violet of blauw afgeboord. De lijsten op de
dekschilden steken amper uit. Op regelmatige tussenafstanden worden
ze onderbroken door violette of niet anders gekleurde kuiltjes. De
kop is grof gerimpeld.
Verspreiding : in tal van biotopen, zelfs tot op tweeduizend meter
hoogte. Deze kever is in het voorjaar en de herfst actief. Tijdens
de zomer houdt hij zich schuil in de grond. Belangrijke verdelger
van schadelijke dieren, zowel overdag als tijdens de nacht. Voedt
zich ook met rijp fruit. Overwintert in verschillende
ontwikkelingsstadia.