| |
De
Turkse tortel of streptopelia decaocto
Alhoewel een algemene vogel in vele delen van het land, is de
Turkse tortel toch een nieuwkomer. Zestig jaar geleden
verspreidde hij zich vanuit zijn woongebied in Zuidoost-Europa.
Deze tamme en zachtaardige vogel bereikte ons land in 1947 en
komt nu bijna in gans Europa voor. De Turkse tortel woont graag
in steden en dorpen, rondom boerderijen waar hij volop voedsel
kan vinden. Meelfabrieken zijn ook erg in trek.
Kenmerken
De Turkse tortel heeft een zwart-witte nekring, die ontbreekt
bij de jongen. De kleur is vaalgrijs met een bruin verenpak.
Geluid
Met een eindeloos herhaald 'koe-koe-koe' wordt het territorium
afgebakend. Alhoewel dit aanvankelijk wellicht een aardig en
prettig geluid lijkt, kan dat na een poosje danig gaan vervelen
wegens gebrek aan variatie. Wanneer de Turkse tortel soms maar
tweemaal 'koe-koe' roept, kunt u hem verwarren met de koekoek.
Verder maakt hij af en toe een nasaal 'whur-whur' geluid tijden
de golvende baltsvlucht, die lijkt op die van de houtduif.
Voedsel
De Turkse tortel eet voornamelijk zaden, af en toe bladeren,
torren en vruchten, zo nu en dan ook rupsen, slakken en andere
kleine dieren.
Wintervoedering
Hij bezoekt graag voedertafels als er graan, zaden en brood te
halen zijn.
Nest
Het vrouwtje bouwt een slordig nest in een boom, een enkele keer
op een gebouw, terwijl het mannetje materiaal verzamelt. De
jongen worden gevoerd met duivenmelk. De ouders jagen Vlaamse
gaaien, eksters en zelfs mensen weg bij het nest.
Broedgegevens
Maanden maart tot november - drie tot zes legsels - twee witte
eieren - broedtijd : 14-18 dagen (beide partners - vrouwtje 's
nachts) - vliegvlug : na 17 dagen, één week later zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|