Het
veenbesblauwtje komt zeer plaatselijk voor in koele
gematigde streken in Europa, Azië en Noord-Amerika. Ze zijn
slechts te vinden bij vennen waarbij zich hoogveen ontwikkelt en
die verspreid in het bos liggen. Alleen daar vinden de rupsjes
hun waardplant, de veenbes. De rupsen overwinteren diep
weggedoken in het veenmos. In mei eten ze van de jonge scheuten
en de vruchtbeginselen van de veenbes. Als ze volgroeid zijn,
kruipen ze uit het veenmos tevoorschijn om te verpoppen. De
belangrijkste nectarbron voor de veenbesblauwtjes is dopheide.
Er is jaarlijks maar één generatie. De vliegtijd valt in de
maand juli.