| |
De
vogelfamilie Falconidae uit de orde Roofvogels. Uiterlijk
kenmerken zij zich door de betrekkelijk lange spitse vleugels,
een naakt loopbeen en naakte tenen, terwijl de rest van de poot
met afgegrensde, sterk verschillende losse veren is bedekt (de
‘broek’). De snavel heeft meestal een hoorntand in de
bovensnavelrand.
Soorten en verspreiding
De familie Valken omvat 60 soorten, verdeeld over vrij duidelijk
afgegrensde, sterk verschillende onderfamilies. Tot de
onderfamilie Herpetotherinae behoren de vier soorten bosvalken (Micrastur)
en de vrij primitieve lachvalken (Herpetotheres) uit tropisch
Midden- en Zuid-Amerika. De lachvalk (H. cachinnans), totaal 46
cm lang, leeft vnl. van slangen; de bosvalken jagen op kleine
vogels en zoogdieren.
De onderfamilie Caracara's (Polyborinae) omvat negen soorten,
vnl. voorkomend in Zuid-Amerika. Caracara's zijn trage,
aasetende vogels die veel lopen en zeer agressief zijn. Zij
hebben lange stevige poten. De caracara (Polyborus plancus) komt
voor in Midden-Amerika, in de staten van de Verenigde Staten
rond de Golf van Mexico en in de prairies van Florida. De
caracara is de vogel in het wapen van Mexico. Opmerkelijk zijn
de zwarte kopkap en het rode gezicht.
De negen soorten van de onderfamilie Dwergvalken (Poliohieracinae)
zijn zeer klein (16–18 cm). Ze komen voor in Zuid-Amerika,
Malakka en op de Filippijnen. Ze leven van insecten en kleine
reptielen. Insecten vangen ze op de manier van de
Vliegenvangers.
Tot de onderfamilie Falconinae, die 35 soorten omvat, behoren de
eigenlijke valken (Falco). Het wijfje is meestal groter dan het
mannetje. Valken bouwen geen eigen nest, maar maken gebruik van
oude nesten, o.a. van kraaien. Giervalk en slechtvalk broeden op
rotsrichels. Het zijn snelle vliegers. Sommige soorten worden
voor de valkenjacht gebruikt (zie ook valkerij).
De slechtvalk (F. peregrinus), 38–47 cm, van oudsher bekend van
de valkenjacht, is een van de meest verbreide vogelsoorten; hij
komt op alle continenten voor, vanaf de arctische toendra tot
Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en Australië en op een aantal
oceanische eilanden, maar niet in Nieuw-Zeeland. Vroeger was de
soort een vrij talrijke doortrekker en wintergast in Nederland
en België; nu is hij dat slechts in zeer klein aantal. Hij heeft
in Nederland gebroed en is in België een nog zeer schaarse
broedvogel. De slechtvalk doodt zijn prooi met één klap van de
poten. Een leeftijd van 16 jaar is met zekerheid vastgesteld.
De grootste jachtvalk is de giervalk (F. rusticolus), 50–56 cm,
van de arctische toendra's om de noordpool. Er is een aantal
ondersoorten, die in kleur variëren van wit tot donkergrijs. In
Nederland en België is de soort een zeldzame dwaalgast.
De meest voorkomende valk in Nederland en België is de
torenvalk.
Een vrij algemene valk is in onze streken de boomvalk (F.
subbuteo), 30–35 cm, die vooral jaagt op vliegende prooi:
meestal insecten, zoals libellen, die in de vlucht worden
opgegeten.
Het smelleken verschijnt in Nederland en België in voor- en
najaar op de trek en is hier ook wintergast.
De valk behoort tot de orde van de roofvogels. Er zijn ongeveer
60 verschillende soorten. Valken komen bijna op alle continenten
voor.
De kleinste soort is de blauwe Indische dwergvalk die 19 cm lang
wordt. De grotere soorten zoals de giervalk worden soms wel 60
cm lang.
Valken gaan overdag op zoek naar voedsel. Ze voeden zich met
kleine zoogdieren, insecten, wormen en kleinere vogels.
Afgezien van de giervalk bouwen deze vogels geen nesten. Ze
leggen hun eieren in boomholten, verlaten nesten of in ruïnes.
Ze maken ook dankbaar gebruik van nestkastjes. Ze leggen meestal
2 tot 4 eieren. De ouders brengen de jongen gezamenlijk groot.
Valken zijn goede jagers. Het zijn snelle vliegers en ze zijn
intelligent. Daarom worden ze al duizenden jaren afgericht voor
de jacht. Vroeger was dit alleen voorbehouden aan koningen en
edelen. Zij richtten de vogels soms persoonlijk af voor de
jacht. Er werd vooral gejaagd op patrijzen, fazanten, hazen en
konijnen. Daarom werden de valken en hun jongen dan ook
beschermd.
De torenvalk is een bekende vertegenwoordiger van deze familie.
Hij is niet bang in de nabijheid van de mens en voelt zich ook
in de stad thuis. Als onderkomen gebruikt hij kerktorens, ruïnes
en flats. Aangezien hij lastige knaagdieren eet wordt hij over
het algemeen als een nuttig dier beschouwd.
Een andere bekende soort is de slechtvalk. Hij begeleidt
trekvogels naar het zuiden en jaagt in de lucht op hen. Hij
duikt onverwacht op vogels af en hij achtervolgt ze ook
dikwijls. Hij doodt de prooi met een krachtige slag van zijn
klauwen. Als de prooi niet direct dood is zal het dier zich in
ieder geval niet meer kunnen bewegen.
Eveneens veel voorkomende valken zijn de boomvalken en de
giervalken. |
|
|
|
|
|
|