De admiraalsvlinder
of atalanta komt voor in Europa, Azië en Noord-Amerika. In Europa is hij een
trekvlinder, die oorspronkelijk in het Middellandse Zeegebied komt en na de
winter naar noordelijk gelegen delen van Europa vliegt. Tegen de tijd dat hij in
Nederland aankomt, zijn hier de distels en de brandnetels volop aan het groeien.
Dan is er niet alleen genoeg te vinden in de nectarrijke bloemen van de distel,
maar zit er ook volop blad aan de brandnetels, die dienen als waardplanten om
eieren op te leggen. De rupsen van de atalanta leven solitair en het duurt
ongeveer een maand voor ze zover zijn, dat ze gaan verpoppen. In het najaar zijn
ze veel te zien in tuinen, op bloemen van buddleia, asters en hemelsleutel. Ook
zijn ze dol op het sap van rotte peren en pruimpen die van de boom zijn
gevallen. Vrij plotseling zijn ze verdwenen en weer naar het warme zuiden
getrokken.