Veldsprinkhanen
zijn, met hun ongeveer 5.000 soorten, overwegend onopvallende
planteneters. Ze zijn meestal grijs of bruinachtig van kleur en
hebben korte voelsprieten.
Zet zoals de sabelsprinkhanen laten ook zij gedurende de zomer en de
herfst een voortdurend tsjirpend geluid horen (uitsluitend de
mannetjes). Bij het tsjirpen strijken ze de gekartelde rand van hun
achterpoot over een holle ader van hun voorvleugel om deze in
trilling te brengen. Door het tsjirpen proberen ze vrouwtjes te
lokken. Zij hebben kleine gehoororgaan aan de voorpoten die men
tympaan-organen noemt. Deze gehoorgangen reageren net als een
trommelvlies op geluidsgolven.
Tot de veldsprinkhanen behoort ook de treksprinkhaan. Deze soort
heeft de mens altijd al angst aangejaagd. Al in de bijbel wordt
verslag gedaan van een grote sprinkhanenplaag in Egypte.
Treksprinkhanen treft men vooral in steppeachtige gebieden aan. Daar
vindt, wanneer de omstandigheden gunstig zijn, een massale
vermenigvuldiging plaats. Omdat er dan plaatsgebrek ontstaat vormen
zich reusachtige zwermen. Deze zijn dikwijls vele kilometers lang.
Ze strijken neer in tuinen en plantages en veroorzaken geweldig veel
schade. Bij de bestrijding maakt men tegenwoordig dikwijls gebruik
van insecticiden. Deze stoffen worden vanuit vliegtuigen over de
massa sprinkhanen uitgesproeid.