
|
Verenigde
Arabische Emiraten (Arab.: al-Imarat al-Arabijjah al-Muttahida;
Eng.: United Arab Emirates), unie van zeven onafhankelijke
sjeikdommen aan de oostkust van het Arabisch Schiereiland, t.w.
Aboe Dhabi, Doebai, Sjardja, Adjman, Ras al-Chaima, Oem al-Koewain
en al-Foedjaira, 83.600 km2, met (schatting 1990) 1.844.000 inw.
(22 inw. per km2); hoofdstad: Aboe Dhabi. Munteenheid is de dirham
(UAEDh), onderverdeeld in 100 fils. |
|
1. Fysische geografie
Landschap
en klimaat vertonen sterke overeenkomst met die van Saoedi-Arabië. Het
tamelijk vlakke landschap wordt gekenmerkt door het nagenoeg afwezig
zijn van vegetatie. De zandduinen in de kustvlakte gaan na enkele
kilometers landinwaarts geleidelijk over in de grote zandwoestijn Roeb
al-Chali. De ruim 600 km lange kustlijn is zeer onregelmatig. De
gemiddelde temperatuur beloopt ca. 27 °C. Vooral in de winter (november-april)
is de relatieve vochtigheid van de lucht zeer hoog; de neerslag is te
verwaarlozen.
2. Bevolking
In 1989 werd van de bevolkingsaantallen van de respectieve sjeikdommen
de volgende schatting gemaakt: Doebai 674.100 inw., Aboe Dhabi 928.000
inw., Sjardja 400.400 inw., Ras al-Chaima 130.000 inw., al-Foedjaira
63.000 inw., Adjman 76.000 inw., Oem al-Koewain 27.000 inw. De
belangrijkste steden zijn Doebai en de hoofdstad Aboe Dhabi (300.000 inw.).
Bijna 80% van de bevolking woont in steden. De bevolking bestaat uit
Arabieren en, vnl. in de kustgebieden, Iraniërs, Indiërs, Pakistani,
Baluchi's en Afrikanen. In de emiraten werken veel gastarbeiders uit
andere Arabische landen en Azië. Tijdens en na de Golfoorlog (1991)
hebben veel buitenlanders de VAE verlaten. De officiële taal is
Arabisch, Engels geldt als handelstaal. De autochtone bevolking hangt
overwegend de soennitische islam aan. Er zijn kleine sji'itische,
christelijke en hindoeminderheden.
3. Bestuur en samenleving
Het hoogste gezagsorgaan is de Federale Opperste Raad (Supreme Council
of Rulers), bestaande uit de respectieve heersers van de zeven emiraten;
uit hun midden worden de president, de vice-president en de regering
gekozen. In de Raad hebben de heersers van de rijkste twee lidstaten,
Aboe-Dhabi en Doebai, een vetorecht; voor de rechtsgeldigheid van de
beslissingen is een meerderheid van vijf van de zeven stemmen vereist.
De heerser van het grootste emiraat, de sjeik van Aboe Dhabi, is
gewoonlijk president, de sjeik van Doebai premier. De federale regering
heeft zeggenschap over buitenlandse zaken, defensie en financiën, de
afzonderlijke lidstaten behartigen grotendeels zelf hun binnenlandse
aangelegenheden. Er bestaan geen politieke partijen. De 40
afgevaardigden in het adviserende orgaan (Federal National Council)
worden door de staatshoofden van de aangesloten lidstaten benoemd. De
VAE zijn lid van de Verenigde Naties en van de Arabische Liga. Sedert
1976 zijn de strijdkrachten van de lidstaten samengevoegd in de federale
strijdkrachten, die onder het opperbevel van de president van de
federatie staan. Sinds 1981 maken de VAE deel uit van de Gulf
Co-operation Council (GCC), een militair bondgenootschap met vijf andere
Arabische Golfstaten (Bahrein, Koeweit, Oman, Qatar en Saoedi-Arabië),
waarbinnen sindsdien ook toenemende politieke en economische
samenwerking plaatsvindt.
4. Economie
De
VAE hebben een vrijemarkteconomie, die vrijwel geheel drijft op de
inkomsten uit de aardoliewinning (de VAE bezit bijna 10% van de
wereldoliereserves en 5% van de wereldgasreserves). De oliewinning is
geconcentreerd in Aboe Dhabi, Doebai en Sjardja. De winning is in handen
van de (Britse) Abu Dhabi Petroleum Comp. en de (Japanse) Abu Dhabi Oil
Comp. en van de staatsonderneming Abu Dhabi National Oil Comp. Als
gevolg van de aardoliewinning is het inkomen per hoofd van de bevolking
een van de hoogste ter wereld. Landbouw en veehouderij komen, mede als
gevolg van het permanente tekort aan water, maar op zeer beperkte schaal
voor en vrijwel al het voedsel moet ingevoerd worden. De visserij is
enigszins ontwikkeld. De industriële activiteiten beperkten zich
aanvankelijk tot aardolieraffinage en aluminiumfabricage in Aboe Dhabi,
maar als gevolg van de grote stroom aan olie-inkomsten in de jaren
zeventig en tachtig zijn er uitgebreide bouwactiviteiten in gang gezet
om de economie te diversifiëren. Zo werd een groot industrieel- en
handelscomplex opgezet in Jebel Ali. Voorts werd een voedselverwerkende
industrie opgezet en een die bouwmaterialen en plastics produceert.
Aardolie is het voornaamste uitvoerproduct. De handelsbalans is
positief. Ingevoerd worden levensmiddelen, consumptiegoederen,
transportmiddelen, bouwmaterialen, kleding en chemische producten. De
voornaamste handelspartners zijn de Verenigde Staten, Japan en de
EG-landen.
Sedert 1980 hebben de VAE één centrale bank, de Central Bank. Doebai
heeft zich sedert de jaren zeventig tot een financieel centrum van
belang ontwikkeld en is de vestigingsplaats van talrijke grote
buitenlandse banken. De VAE verlenen op grote schaal ontwikkelingshulp,
zowel op bilaterale basis als via de internationale
ontwikkelingshulporganisaties. Een belangrijke rol daarbij speelt de Abu
Dhabi Fund for Arabic Economic Development.
5. Geschiedenis
Op 2
dec. 1971 werd door zes emiraten aan de Perzische Golf, nl. Aboe Dhabi,
Doebai, Sjardja, Adjman, Oem-al-Koewain en al-Foedjaira de federatie
Verenigde Arabische Emiraten (VAE) uitgeroepen. Zij behoorden tot de
Trucial States (ook Trucial Coast of Trucial Oman; Ned.: Verdragsstaten
of Verdragskust), gebieden waarmee Groot-Brittannië in de 19de eeuw
overeenkomsten had gesloten, die hen in feite tot protectoraten maakten.
In 1952 kregen de meeste ervan autonomie in binnenlandse
aangelegenheden. Tot de Trucial States werden ook Bahrein, Qatar en
Ras-al-Chaima gerekend. De beide eerste wensten buiten de federatie te
blijven, Ras-al-Chaima trad enkele maanden later, op 11 febr. 1972, toe.
Bij het van kracht worden van het federatieverdrag trok Groot-Brittannië
zijn troepen terug en trad een vriendschapsverdrag tussen de VAE en
Groot-Brittannië in werking.
Hoewel
voor de oprichting van de VAE binnen het door haar bestreken gebied een
traditie van regionale samenwerking grotendeels ontbrak, o.a. wegens de
bestaande stammenloyaliteiten, werd in eerste instantie een zekere mate
van effectieve samenwerking bereikt op het gebied van buitenlandse zaken
en interne veiligheid. Het federale leger greep met succes in bij een
poging tot een staatsgreep in Sjardja (1972) en bij een stammenoorlog
(1972). Binnen de VAE zijn de relaties tussen Aboe Dhabi en Doebai
enigszins gespannen, o.a. wegens de traditionele rivaliteit tussen beide
staten, die van 1946 tot 1948 met elkaar in oorlog waren. In 1979 bleek
een duidelijk verschil van mening over de mate van verdere integratie
van de lidstaten. In het begin der jaren tachtig hebben de VAE
toenadering gezocht tot hun directe buren, in verband met de gespannen
toestand in de regio (de omwenteling in Iran en de Sovjet-Russische
invasie in Afghanistan en de oorlog tussen Irak en Iran). Zo was de VAE
betrokken bij de oprichting in maart 1981 van de GCC (Samenwerkingsraad
van de Golf). Binnen de federatie verliepen de economische samenwerking
en politieke integratie moeizaam, mede door de rivaliteit tussen Doebai
en Aboe Dhabi. Sjeik Zaid bin Sultan al-Nahayan van Aboe Dhabi wilde als
president een versnelde centralisatie doorvoeren.
De VAE profiteerden van de snel stijgende olieprijzen, maar kwamen in
1990 in conflict met Irak over de prijspolitiek. Tijdens de Tweede
Golfoorlog leverden de emiraten faciliteiten aan de geallieerden.
De VAE hervatten in 1992 hun aanspraken op de eilandjes Aboe Moesa,
Grote en Kleine Toemb in de Straat van Hormoez die in 1971 door Iran
waren bezet.
Telefoongids Verenigde Arabische Emiraten
Postcodes
Verenigde Arabische Emiraten
|