De
vetplant of succulent (v. Lat. suculentus of
succulentus = sappig) is de algemene naam voor een plant met vlezige
bladeren (bladsucculent) en/of stengels (stamsucculent), die
daardoor in staat is in de regentijd vocht op te nemen en dit te
bewaren voor droogteperioden. Vetplanten komen in allerlei families
voor. In Nederl

and en België
inheemse geslachten van succulenten zijn Sedum en Sempervivum; in
Europa komen veel succulenten voor in het Middellandse-Zeegebied,
doch het grootste verspreidingsgebied wordt gevonden in Afrika en
Amerika. Onder de kamerplanten vindt men veel vetplanten.
Bij veel vetplanten komt de crassulaceeënstofwisseling voor, een
vorm van stofwisseling die het eerst bij een aantal tot de
Vetplantenfamilie (Crassulaceae) behorende planten is gevonden. Bij
deze planten zijn overdag de huidmondjes gesloten; dit vermindert de
verdamping, maar belet ook het opnemen van koolstofdioxide. Dit
wordt 's nachts via de dan openstaande huidmondjes opgenomen en
vastgelegd aan pyrodruivenzuur, waarbij appelzuur ontstaat. Overdag,
bij hoge temperatuur, loopt de reactie in omgekeerde richting. Het
dan vrijkomende koolstofdioxide wordt in de fotosynthese verwerkt,
het pyrodruivenzuur in de celademhaling. Ook het bij de
celademhaling gevormde koolstofdioxide wordt rechtstreeks in de
fotosynthese verwerkt. |