|
|
|
Cluny
(Saone-et-Loire in Frankrijk)
Cluny werd in 909 door Willem van Aquitanië in Bourgondië
gesticht. Hoewel de abdij onder direct gezag van de paus stond,
was Cluny eigenlijk een organisatie met zelfbestuur die door heel
Europa zo'n tweeduizend kloosters stichtte. Allerlei mensen
schonken het klooster goederen en privileges, zodat het enorme
rijkdommen en uitgestrekte landerijen verkreeg. Deze landerijen
moesten met zorg beheerd worden om er zeker van te zijn dat de
talloze monniken en dienaren van de opbrengsten konden leven. Het
klooster werd weldra één van de grootste, rijkste en
invloedrijkste kloosters van het middeleeuwse Europa, wat aan de
nog bestaande gebouwen te zien is. ( foto : de ruïnes van de abdij
)Krak des
Chevaliers (Qalaat Al-Hisn in Syrië)
Vanaf
einde elfde eeuw trokken ridders en soldaten uit West-Europa met
de zegen van de paus naar het Heilige Land om te proberen het
gebied op de moslims te heroveren en er een christelijk koninkrijk
te vestigen. Er werd een aantal geestelijke ridderordes gesticht
om de moslims te bevechten en pelgrims naar Jeruzalem te
beschermen en te ondersteunen. De orde van de hospitaalridders of
johannieters verzorgde pelgrims in Jeruzalem maar raakte spoedig
betrokken bij de gevechtshandelingen door vestingen te bouwen of
bestaande, zoals de Krak des Chevaliers in Syrië, over te nemen.
Deze oorspronkelijke moslimvestiging werd in 1.144 door de orde
aan Raymond II van Tripoli overgedragen. Het kasteel werd door de
ridders versterkt, doorstond vele belegeringen en werd in 1.271
door de moslims heroverd. ( foto : miniatuur kruisvaarders in de
strijd )
Carcassonne (Languedoc-Roussillon
in Frankrijk)
Op
het eerste gezicht lijkt Carcassonne één van de best bewaarde
middeleeuwse steden in Europa met haar kasteel, kathedraal,
talloze gebouwen en prachtige vestingwerken. In werkelijkheid werd
het grootste deel van de stad in het midden van de negentiende
eeuw door de architectuurhistoricus Viollet-le-Duc (1814-1879)
gerestaureerd waardoor stadsplan, vorm en sfeer van een drukke
middeleeuwse stad zijn behouden. Aanvankelijk was het een
Gallo-Romeinse stad en enkele vestingwerken uit die periode
bestaan nog als fundering van latere bouw, waarvan het grootste
deel van de dertiende eeuw dateert. De stad was in de middeleeuwen
belangrijk doordat ze de voornaamste handelsroute tussen
Middellandse Zee en Atlantische Oceaan beheerste en de economie
van de streek. ( foto : de ommuurde stad Carcassonne )
Santiago
de Compostela (Galicië in Spanje)
Eén van de kenmerken van de Middeleeuwen was het belang dat men
aan het maken van een pelgrimstocht hechtte. Na Rome en Jeruzalem
werd Santiago de Compostela het meest bezocht en vanuit heel
Europa maakte men de lange, gevaarlijke tocht. Aan het eind van de
negende eeuw had men een kerk boven het graf van de heilige
Jacobus gebouwd - de apostel die naar Spanje zou zijn getrokken.
Pas begin elfde eeuw begon de verering toen de graaf van Aquitanië
hierheen een beroemde pelgrimstocht maakte en hier door monniken
uit Cluny een klooster en een kerk werden gebouwd. De populariteit
van de eredienst verbreidde zich ook buiten Spanje en in 1076
begon men met de bouw van een nieuwe kerk. Die werd in 1122
voltooid, maar in de volgende eeuwen verbouwd op grond van de
architectonische stijlen en ideeën waarmee de pelgrims kwamen. (
foto : het religieuze centrum ) |