Het
vingerhoedskruid is het plantengeslacht Digitalis (v. Lat. digitus =
vinger) uit de Helmkruidfamilie. Er zijn ca. twintig (giftige)
soorten, die voorkomen in Europa en Azië. In Nederland en België
komt echt vingerhoedskruid (D. purpurea) in het wild - en vaak ook
verwilderd - voor. Deze 30-150 cm hoge kruidachtige, tweejarige
plant heeft kort-zachtharige stengels en bloemstelen en ongeveer
eironde, gekartelde, aan de onderzijde grijsharige bladen. De
stengels eindigen in lange trossen van grote knikkende, naar één
zijde gekeerde bloemen. De bloemkroon is klokvormig met vier kleine
slippen, lichtpaars van kleur en aan de binnenzijde met donkere,
witgerande vlekken (mei-oktober). De plant bevat enkele glycosiden,
o.a. digitoxine, en is daardoor zeer giftig. Behalve voor medicinale
doeleinden (hartglycosiden) wordt de soort veel als sierplant
geteeld, ook met witte bloemen en wat afwijkende bloemvorm. Ook
enkele andere soorten worden als tuinplant geteeld, maar in mindere
mate, zoals bijv. geel vingerhoedskruid (D. lutea), afkomstig uit
Midden- en Zuid-Europa, met kale of klierachtig behaarde stengels en
bloemstelen en gele bloemkroon (juni, juli); hoogte 50-100 cm. Een
soms verwilderde tuinplant is D. lanata, afkomstig uit Zuid-Europa,
met aan de onderzijde behaarde bladeren. De bloemen zijn van binnen
lichtgeel en van buiten bruinachtig. Ook glycosidenmengsels uit de
bladeren van deze soort worden gebruikt als hartglycosiden. |
|
|
|
|
|
|
|