Het
viooltje is een kruid dat in geheel Europa voorkomt en zich kenmerkt
door de enkelvoudige blaadjes en de symmetrische bloemen, die door
vorm en kleur van de bloem soms aan een buitengewoon opgewekt
gezicht doen denken.
De meeste viooltjes (Violaceae) behoren tot de lage vaste planten:
ze leven één of twee jaar en zijn vaak verkregen uit zaad. Tot de
echte overblijvers onder de tuinviolen behoren het maarts viooltje
(Viola odorata) en het moerasviooltje (Viola palustris). Het maarts
viooltje bloeit helderblauw in het prille voorjaar en houdt van een
vochtige omgeving. Pollen van dit viooltje zijn geschikt als
afsluiting van borders of als onderbeplanting van bomen of heesters.
In de nog kale ligusterheg in de lente kunnen een paar woekerende
viooltjes een kleurig accent geven. Het moerasviooltje heeft een
rond, lichtgroen blad en bloeit van maart tot mei met diep
paarsblauwe bloemen en een groot wit hart. Moerasviooltjes ruiken
heerlijk en groeien en bloeien prachtig in een zompig schaduwhoekje
bij de vijver. Zowel het maarts viooltje als het moerasviooltje
behoren tot de Nederlandse flora en komen nog veel voor op vochtige,
beschaduwde plaatsen in bos en uiterwaard. Bij de meeste tuincentra
zijn beide soorten in vele variaties verkrijgbaar.
Inmiddels zijn de winterbloeiende viooltjes volop verkrijgbaar bij
de tuincentra. Heel grappig staan de violen tussen de langzaam
verpieterende keukenkruiden , waar ze - zolang het niet vriest - de
blaadjes theatraal als geheven armpjes omhoog steken. Nat en guur
weer doet ze geen goed; lichte vorst verdragen ze echter prima. Ook
in een bak dicht bij het huis voldoen ze uitstekend. Een gaatje in
de bodem van de bak voorkomt dat overtollig water zich ophoopt zodat
de wortels van de violen onder water komen te staan. Winterviolen
zijn ideale seizoenplanten: na de bloei in het voorjaar is er nog
volop tijd de uitgebloeide planten te verwijderen en zomerbloeiers
te planten. |
|
|
|
|
|
|
|