| |
De
visarend behoort tot de roofvogels. Hij leeft in watergebieden
zoals meren, rivieren en kustgebieden. Hij komt overal op aarde
voor behalve in de poolgebieden.
De visarend heeft een lengte van 50 tot 60 cm en ze hebben soms
wel een vleugelspanwijdte van 1,75 m. Op de rug en op de staart
is hij donkerbruin van kleur, aan de onderkant wit. De kop is
eveneens wit en heeft donkere strepen aan de zijkant van de kop.
De poten zijn blauwachtig grijs.
Op jacht naar vissen vliegt de visarend boven het water heen en
weer. Zodra hij een prooi ontdekt duikt hij met uitgestrekte
klauwen het water in. Dikwijls duikt hij helemaal in het water
om de prooi te kunnen vangen. Hij komt echter weer snel uit de
golven te voorschijn. Hij schudt dan het water uit zijn veren en
hij vliegt weg met de buitgemaakte vis.
Visarenden bouwen hun horst in hoge bomen in de buurt van de
oever. Het vrouwtje legt 2-4 wit-bruin gevlekte eieren en
bebroedt deze alleen. Bij het voederen wordt ze door het
mannetje geholpen. De vogels uit de koudere streken overwinteren
in het zuiden.
De grootste vijand van de visarend is de viskweker. |
|
|
|
|
|
|