| |
Visdiefje of sterna hirundo
Trekvogel
van april tot oktober. Kleiner en slanker dan de kokmeeuw.
Alleen de bovenzijde van de kop is zwart. Snavel en poten zijn
bloedrood; snavel met zwarte punt in tegenstelling tot de
Noordse stern. Tijdens de elastische, verende vlucht zijn de
smalle vleugels en de gevorkte staart een duidelijk onderscheid
tot de kokmeeuw. Jonge vogels hebben een wit voorhoofd en een
bruinige bovenkant. Verspreiding en woongebied : Heel Europa,
vooral in het oosten; in het binnenland fragmentarisch. Vogels
in hun eerste zomer keren niet naar de broedgebieden terug en
overzomeren in zuidelijk Afrika. Vangt stootsgewijs duikend
kleine vissen. Voortplanting : de drie eieren worden tussen
april en begin juli gelegd in het vlakke grondnest, dat later
nog met wat nestmateriaal bekleed wordt. Beide partners broeden
20-26 dagen. De kuikens verstoppen zich in de buurt van het nest
en kunnen na 23-27 dagen vliegen, maar worden daarna nog een
aantal weken gevoerd. Voedsel : kleine oppervlakte-vissen en
insecten. |
|
|
|
|
|
|